Lichaamstaal handboek p.44 & werkboek p.46-49

Thuis voorbereiden oefeningen :2.01 , 2.04

Op internet.

We surfen naar http://www.lichaamstaal.com/

-     Je gaat een aantal kenmerken van jouw lichaamstaal nader bekijken.

-         Er zijn 5 onderzoeken. Die vind je telkens op de”homepage”.

-         De bijkomende opdrachten bij de hoofdopdrachten  staan ook op de “homepage”.

-         Je moet dus regelmatig terugkeren naar “ homepage”.

-         Klik telkens op de titel van de opdracht.

-         Succes met een beetje kennis van jouw lichaamstaal.

1/Ben jij een lichaamstaalkenner?

Klik op de test. Doe de test en noteer je resultaat: ______  / 10

2/ Hoe is jouw lichaamstaal ?

2.1 Hoe sta jij als je een toespraak houdt? (klik)

       *Klik eerst op een afbeelding

      *  Onderstreep jouw keuze:

-         uitdagend

-         gesloten

-         heersersallure

-         zelfvertrouwen

 

 

 

2.2 Hoe zit jij er bij tijdens een groepsgesprek? (klik)

      *  Klik eerst op een afbeelding

      *  Onderstreep jouw keuze:

-         afwerend

-         superieur

-         belangstellend

-         provocerend

-         afstandelijk

 

 

 

2.3 Hoe zit jij in de schoolbanken ? (klik)

      *    Klik eerst op een afbeelding

-         dromerig

-         onzeker

-         kritisch

-         haantje de voorste

-         snel afgeleid

-         ontspannen

 

 

 

 

2.4 Hoe glimlach jij ?

      *   Klik eerst op een afbeelding

-         gemaakt

-         ontspannen

-         ontwapenend

-         breed

-         langwerpig

-         verlegen

-         speels

-         beheerst

-         zuur

 

 

 

 

3/ Hoe hou jij je hand als je groet?

*   Klik eerst op een afbeelding

-         jouw hand ligt boven die van de ander

-         jouw hand ligt onder die van de ander

-         je houdt je hand rechtop in verticale positie

-         je groet de ander met beide handen

 

 

 

4/ Wat denk jij ervan als iemand naar je wijst?

Als iemand tijdens een gesprek naar mij wijst dan beschouw ik dat als:

Noteer:

 

 

 

Tot welk percentage behoort jouw keuze : ________  %

 

5/ Wat doe jij tijdens een vergadering ( gesprek, discussie…)

Noteer:

 

 

 

Tot welk percentage behoort jouw keuze : ________  %