De meesten van jullie weten dat ik heb geturnd. Ik ga jullie vertellen over tumbling, trampoline, westrijden en acro.

Ik ga beginnen met tumbling of anders gezegd: oefeningen op de mat.
Je hebt heel wat verschillende oefeningen: rad, rondat, overslag, brugrug, salto's.

Je moet er zeer lenig voor zijn. Je voeten, je handen moeten telkens een goede houding hebben, en dat is niet gemakkelijk.
Tumbling is gebaseerd op sierlijkheid.

Ik ga verder met trampoline.
De meesten onder jullie denken aan een trampoline die wij mini-trampoline noemen.
Als wij over trampoline spreken, hebben we het over een grote trampoline. We hebben dan ook nog de dubbele mini-trampoline.

Bij de mini-trampoline neem je een aanloop, je springt 1 maal op de trampoline en komt neer op een mat achter de trampoline. Maar bij de dubbele mini-trampoline moet je een aanloop nemen en 3 maal springen.Als je dan naar de trampoline of eerder grote trampoline kijkt, sta je op de trampoline en begin je te springen. En heb je gedaan met springen, ga je gewoon af de trampoline.
Bij de mini-trampoline heb je als sprongen:
strek: dan spring je volledig gestrekt met de handen in de lucht,
hurk: dan plooi je je benen tegen je aan en houd met je handen je knieën vast,
spreid: dan spreid je je benen en probeer je voeten te raken,
hoek: dan strek je je benen naar voor en probeer je voeten te raken.

Nu komen we aan de salto's. Dan doe je een koprol in de lucht. Maar, je hebt verschillende salto's. Bijvoorbeeld met je benen naar voor gestrekt of opzij. Je kan er ook twee vlug achter elkaar doen en nog veel meer.

Bij de dubbele mini-trampoline heb je combinaties van bijvoorbeeld hurk, salto, enz. Bij de trampoline komen er zit, rug, buik bij.

Bij zit zet je je neer met je benen naar voor en je houdt je handen naast je.
Bij rug doe je hurk terwijl je op je rug op de trampoline aankomt.
Bij buik laat je je op je buik neerkomen en je houdt je armen geplooid voor je borst.

Als je op wedstrijd gaat, moet alles perfect gebeuren. Eén foutje en ze trekken punten af. Bij de beide mini-trampolines doen ze dat ook als je met je handen eraan komt.

Je hebt het turnpak aan van je club. Je moet witte kousen dragen en turnpantoffels. Je mag geen oorbellen dragen, anders mag je niet meedoen.

Mijn broer en ik hebben veel medailles gewonnen. Hij heeft ook 2 bekers gewonnen.

Je hebt drie niveaus a, b en c. A is het moeilijkst.
Je hebt ook de categorieën preminiemen, miniemen, junioren en senioren. Dat is om te zorgen dat je tegen kinderen van je eigen leeftijd turnt.

En nu acro.

Voor acro moet je met meerdere personen zijn. De personen stellen zich recht op twee personen hun schouders. Ze staan in de vorm van een driehoek. De grootste staat natuurlijk vanonder.

De persoon die helemaal vanboven staat, doet vaak een salto naar beneden.

Je vraagt je waarschijnlijk af hoe die personen zo vlug op elkanders schouders geraken.
Eigenlijk is het heel simpel: je begint met twee personen die zich opstellen met gespreide benen, daar kruipt dan een derde persoon bovenop. Zo komen er dan telkens personen bij.