|
Albert Setola, een
veelzijdig kunstenaar en pedagoog, betrokken bij twintig jaar Korrekelder Robert De Laere (uit “Brugs Ommeland” december 2000; overname enkel met bronvermelding) Albert SETOLA, een universeel kunstenaar en kunstpedagoog. Albert Setola werd in Vlissingen geboren op 20 januari 1916 als zoon van een Belgische vader, François SETOLA en van een Duitse moeder, Clara OTTO. Zijn grootvader was van Italiaanse origine. Deze laatste kon in Vlaanderen niet aarden, en keerde al na vijf jaar naar zijn geboorteland terug. In 1914, het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog, waren zijn ouders uit Knokke naar Vlissingen in Nederland gevlucht. Op z'n tweede raapte de kleine Albert Setola volgens de overlevering kooltjes op het strand van Zandvoort. 'De zee zit me tot in de nieren', zou hij later zeggen. Na de oorlog kwam het gezin terug naar België. Ze woonden eerst in Heist-aan-Zee waar Albert Setola lager en de eerste drie jaren middelbaar onderwijs volgde bij de broeders van het St.-Jozefinstituut. Hierna kwam hij als intern leerling op het St.-Franciscus- Xaveriusinstituut in Brugge, waar hij van september 1931 tot juli 1933 het vierde middelbare jaar afwerkte. Over de periode die daarop volgde schreef hij vijfentwintig jaar later :
Volgens Hervé STALPAERT verbleef hij twee jaar in Düsseldorf, en volgde er de vakken tekenen, kunstgeschiedenis, anatomie, houtsnijden en etsen. Bij dezelfde auteur lezen we over de periode tot 1939 ook nog : 'Zijn werk kunnen we onder drie genres rangschikken : tekeningen naar de natuur in soms licht gekleurde houtskool, etsen en boekillustraties. Het Duitse "terug tot de volkskunst" is zijn leuze. Zijn onderwerpen kiest hij onder het volk. De landelijke schoonheid en de oude gebouwen van Brugge, het Polderland en Düsseldorf geeft hij machtig weer. Zijn Begijnhofhoekje en Kasteel te Sint-Kruis zijn merkwaardig voor de grootse weergave van licht en donker, het spel van de zon. Maar ook in zijn oude hoeven te Knokke (Hazegras) en Oostkerke, bewijst hij zijn kracht over lichtcontrasten. Het Kanaalzicht en Stille boom, tonen ons zijn veelzijdigheid : het donker afgewerkte kanaal en de stoere boom die schijnt te dromen van zijn zegerijke strijd tegen de polderwind. Visser te Zeebrugge is een lief stuk : een oude zeeman herstelt zijn netten op de kaai, met dichtbij de geliefde sloepen. De schoonheid van het sobere. Het etswerk dateert meestal uit zijn Düsseldorfse tijd. Zijn zuiverste en meest waardevolle ets is Torenzicht. Vanop de reus te Lissewege geeft hij een stuk landschap weer, een straat, enkele huizen met zon en schaduw, bomen en velden. Sober maar expressief. Hij etste verder : een Grazend paard, een Kraan op de Rijnoever, een Vlaamse visser terug van de vangst. Zijn visie op mensen en zaken komt hier volledig tot zijn recht. Hij werkte ook twee lino's uit voor het boek Brugghe 'n Spieghel. Zijn illustraties in houtskool hebben het grote nadeel der moeilijkheden tot perfecte weergave in een of ander drukprocédé. Hij illustreerde tot persoonlijke studie, Notre Dame de Paris van Victor Hugo en een paar sprookjes van Y. Waegemans. Elke tekening is een vondst, in harmonie met de tekst.' In 1944 trouwde Albert Setola met Lutgarde de SMET bij wie hij in 1945 een zoon kreeg. In 1947 schreef hij een kinderboek, De Pottenlikker, en nog in hetzelfde jaar stierf zijn vrouw. Twee jaar later hertrouwde hij met Suzanne STAELENS bij wie hij nog twee kinderen kreeg. Het volgende jaar verhuisde hij met z'n gezin naar de Betferkerklaan nr. 38 in Sint-Andries. Van 1951 tot 1981, het jaar van z'n overlijden, woonde hij tenslotte in de Zevenbergenlaan te Sint-Michiels. Omstreeks 1942 had Albert Setola zich in Knokke gevestigd als zelfstandig grafisch kunstenaar, gespecialiseerd in het tekenen van publiciteit en illustraties en het ontwerpen van decors, vanaf 1962 o.a. voor de Korrekelder in Brugge. Op 19 september 1949 kreeg hij een tijdelijke aanstelling als leraar Sierkunsten aan de Brugse Academie voor Schone Kunsten, op de lagere afdeling van de avondschool. In 1951 werd hij in de dagschool benoemd tot tijdelijk leraar Tekenen naar pleisteren loofwerk, Siertekenen, Technisch tekenen en Plastische vormgeving, en werd hij in die functie vast benoemd op 1 oktober 1953. Later onderwees hij hier nog de vakken : Vindingstekenen, Publiciteit, Grafisch tekenen en Sierkunst-Miniatuur. Zijn leerlingen noemden hem beminnelijk 'Pura Setola', verwijzend naar het Italiaanse seta voor zijde. Hier moet zeker vermeld worden, dat hij nooit leerling was van de Brugse academie. Zijn pedagogische betrokkenheid reikte toen nog verder, en op zaterdagmiddagen organiseerde hij zijn zogeheten 'schetstochten'. Hij wilde, samen met zijn collega René VANHOUTRYVE, jongeren zo niet voor kunst dan toch voor zinvolle tijdsbesteding interesseren. Het begon onder de noemer 'groep 17', wat in 1959 'De Korre', en tenslotte als geheel 'De Korrekelder' werd. Na het bekijken van een openluchtexpositie omstreeks 1956, ging hij zich toeleggen op het beeldhouwen, wat onder andere resulteerde in een bekroning op de Wereldtentoonstelling van 1958. Op 1 september 1980 zette hij een punt achter een drukke loopbaan, en ging hij met pensioen. Niet zoveel later, op 21 februari 1981, is Albert Setola in Brugge gestorven aan de gevolgen van een hartaanval. Hij was een beminnelijk man, en een 'echte' ontmoeting met hem betekende altijd een verrijking. Hij was medeoprichter van het Brugse keldertheater De Korrekelder, het Vlaams Verbond van Grafische Ontwerpers (V.V.G.), het C.V.K.V., en in 1952 van het tijdschrift West-Vlaanderen, later Vlaanderen, waarvoor hij jarenlang de omslagen en de lay-outs verzorgd heeft. Een groot stuk van zijn grafisch genie stak hij toch wel in De Korrekelder : 'De diepere oorzaak hiervan lag in het feit dat er tijdens de tweede helft van de jaren vijftig in Vlaanderen, bij de progressieve kunstenaars een streven waar te nemen was om de krachten te bundelen. Ook in Brugge waaide de geest van esthetische en artistieke vernieuwing. De activiteiten van de groep De Korre van 1958 af, kunnen als uitingen van deze algemene vernieuwing en verruiming worden gezien : uitstapjes voor jongeren om onderweg hun tekentalent aan te scherpen.' (Jaak Fontier, 1980) De eerste toneelopvoering van De Korrekelder, Voorlopig vonnis van Jef VAN HOECK, vond plaats op 25 november 1961. Meteen was ook het eerste Brugse keldertheater geboren. Albert Setola exposeerde hier dikwijls zijn grafisch werk, en ontwierp talloze affiches en programmabladen voor toneelvoorstellingen. In 1980 tenslotte stond hij in voor de lay-out van het gedenkboek n.a.v. het twintigjarige bestaan van De Korrekelder. Tussen 1962 en 1979 realiseerde hij voor 'zijn' kelder twaalf ontwerpen van decors en hielp hij meebouwen aan decors van anderen. Verder maakte hij talrijke ontwerpen van affiches en hield er zes tentoonstellingen van eigen, zowel beeldend als grafisch werk. De ontwerpen en het grafische werk vormen wel de hoofdbrok van zijn oeuvre. Op dit vlak werkte hij voor : stoeten, pandfeesten, handelsforen, toneelopvoeringen, binnen- en buitenlandse firma's, openbare besturen, agentschappen, tekenateliers. Hij ontwierp eveneens gelegenheidsdrukwerk en enkele ex librissen. We verzamelden hierover de volgende gegevens : In 1957-1958 tekende Albert Setola, samen met Fernand BOUDENS en Arno BRYS, de ontwerpen van twintig praalwagens voor de Brugse 'Praalstoet van de Gouden Boom 1958'. Het werd een compromis tussen het historische en het legendarische aspect, en het uitbeelden ervan in onze tijd. De kleur van de wagens hielden zij binnen de perken, want de effecten van de kostuums moesten immers aanslaan. Samen met Fernand Boudens ontwierp hij nog de wagens en de benodigdheden voor de stoet, door Frans VROMMAN gebouwd, naar aanleiding van de inhuldiging van Pieter LEYS als burgemeester van Sint-Andries, op 17 mei 1959. Het derde deel eruit, De Jachtstoet, zou nog één keer uitgaan in 1960, maar moest dan wegens financiële moeilijkheden afgelast worden. In 1958 ontwierp hij kostuums en decors voor het kindertoneelspel Lotje van Anton VAN DE VELDE, dat opgevoerd werd in het St.-Franciscus-Xaveriusinstituut in Brugge. Voor wat de affiches betreft, leverde hij baanbrekend werk. De grote doorbraak op dit vlak kwam onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog met onder andere heel geslaagd reclamewerk en verfijnde boekenkaften. Over het bekroonde ontwerp voor affiche 'Festival van de Kust' uit 1948, en over zijn bijdrage aan het 'Huldealbum voor koning Boudewijn' uit 1953, lazen we respectievelijk : 'Het ontwerp is smaakvol en harmonisch verwerkt tot : een muzieklessenaar op dansende mensenbenen, de muziek uitmondend in een oor, de zee met het casino van Knokke op het voorplan, en een brede band blank muziekpapier op de golven varend, terwijl de geluidsgolven in de ether eindeloos verder deinen.' (Brugsch Handelsblad, 1948) 'Hij verenigt enkele wereldberoemde details van Vlaamse Primitieven zoals : het portret van Margareta Van Eyck, de kop van Kanunnik Joris Van der Paele, van Jan Van Eyck, een fragment van het Ursulaschrijn en het Kind, uit de Madonna met Kind van Hans Memling. De tweede tekening roept de asgrauwe penitenten op uit de Boeteprocessie van Veurne, met de houten Passiebeelden en het massieve voorkomen van de St.-Niklaaskerk.' (Brugsch Handelsblad, 1953) Een affiche voor een schilderijententoonstelling uit 1950 stelt een Venusfiguur voor naast een kruik met penselen. Het geheel is in vier kleuren uitgevoerd : rood, grijs, blauw en wit. 'Zijn affiches vallen vooral op door de knappe wijze waarop hij het thema eenvoudig weergeeft. Hij maakt een klare en bondige synthese van hetgeen de affiche moet uitdrukken. Hij besteedt daarnaast veel zorg aan de plaatsing van de tekst en het lettertype. Hoofdkenmerk is de stevige compositie, een kenmerk trouwens van al z'n ander werk.' (Brugsch Handelsblad, 1963) 'Affiches voor b.v. Wachten op Godot of Honingsmaak, zijn met hun bruin-grijs-zwarte tonaliteiten, volwaardige grafische scheppingen. Ze zijn hoofdzakelijk ontstaan rond de theaterproducties. Deze kunst is echt. Albert Setola zoekt niet naar buitenissigheden, naar het nieuwste snufje. Wat hij biedt is van hem, ingepast in het patroon van de hedendaagse grafische technieken.' (Magazine Week-End, 1967) Een van zijn beste affiches wordt genoemd, deze voor het Festival van Muziek en Ballet te Knokke, uit 1948. Over zijn gelegenheidsdrukwerk konden we de volgende belangrijke gegevens optekenen 'Als geboortekaartjes vermelden we deze ontworpen voor de kinderen van volkskundige Hervé Stalpaert. Het zijn typisch Brugse creaties. Het kaartje voor Hilde en Geertrui : de drie torens van de stad voeren op de achtergrond een heksendans uit. De St.-Salvatorskathedraal zingend met een boek in de hand, de O.-L.-Vrouwkerk met mandoline, de Halletoren met trompet. Op de voorgrond staat de schommelwieg. Op het kaartje voor Marc en Luc : een boot met aan boord 23 kindjes, drijft op de reien naar de stad Brugge toe. Op de achtergrond : de al vermelde torens, huizen met trapgevels en bruggen over het water. Deze voorstelling van een boot vol kinderen sluit aan bij het volksgeloof, dat de moeder het kindje aan de boot ging kopen.' (Adelheid De Bruyne, 1981) Hier moet zeker vermeld worden dat Albert Setola eveneens verdienstelijk bezig was met fotografie. We lazen hierover : 'Hij speelt met licht, en plaatst het beeld dat hem treft op de meest gunstige plaats. Zijn foto's zijn af omdat ze bestudeerd zijn, zowel voor vormgeving, thema als de uitwerking ervan. Er zijn de humoristische foto's zoals zijn twee zelfportretten, poëtische en tragische zoals "Het gelaat van de oorlog". Hij zoekt de mens in zijn verlatenheid (Moderne ruïnes), op een berg oude autobanden, in het vreemde landschap, in de vereenzaming (Wachten).' (Magazine Week-End, 1967) Ander grafisch werk nog : de monogrammen voor firma's en de ijzersculpturen met o.a. reliëfs en beelden. Zoals reeds vermeld ging ook de beeldhouwkunst een belangrijke plaats bekleden in zijn leven. Fernand BONNEURE schreef hierover: 'Naast al het andere werk heeft Albert Setola ook een aantal beeldhouwwerken en reliëfs gemaakt, die religieus van thema en inspiratie zijn. Zo kan men in de Lutgardiskerk in Sint-Kruis een houten kruisbeeld en een Lutgardisbeeld zien. In het Franciscus-Xaveriusinstituut in Brugge hebben een kruisbeeld en een Xaveriusbeeld hun plaats gevonden. Een Laatste Avondmaal, uitgevoerd in hout van diverse kleuren en met inbreng van metaal, toont de oorspronkelijke kijk van de kunstenaar op dit thema. We zien hier alleen maar enkele koppen tot hun meest rudimentaire vorm gereduceerd. We zien er vooral de ogen in, groot en kijkend, verwachtend, loerend, afwegend, vol geloof en vol twijfel. Het lijkt wel een Romaanse compositie die vragen oproept en toch maar weinig loslaat. Al wie dat werk bekijkt ziet het voor zichzelf, en dus altijd anders. Een Mariafiguur is uitgevoerd in hout dat bewerkt en beschilderd is. De sneden en kerven wisselen elkaar op aantrekkelijke wijze af. Ze vullen elkaar aan tot een grillig geheel met verticale spanning, in een afgeronde ogivaal opwaartse beweging uitgevoerd. De goddelijke vrouw komt er via de Mariaverering opnieuw binnen. Door de afgeronde vorm is de spanning binnengehouden. Religieuze kunst die niet opzettelijk lijkt te zijn.' Alhoewel Albert Setola ook prominent aanwezig was op het gebied van de schilderkunst, is daar tot op heden maar weinig over gepubliceerd. Wij vonden alleen de volgende summiere aanduidingen in het Brugsch Handelsblad : 'Zelfportret en Kinderparadijs zijn goed van kleur. Dat werk is decoratief en uitgevoerd in een sterk koloriet. (1950) Enkele kleine aquarellen, die soms door hun lichtheid aan de Franse impressionisten doen denken, dragen duidelijk de stempel van zijn eigen talent. (1956) In 1957 schilderde hij een Sint-Franciscus en Acrobaten. Zijn schilderwerk is krachtig en toch wel sentimenteel, maar niet statisch.' Naast die bijna ongebreidelde inzet voor de beeldende kunsten in de ruimste zin van het woord, leverde Albert Setola ook enig literair werk af. Hij schreef enkele novellen, een roman, een kinderboek en een toneelstuk. In zijn roman uit 1947, De Dijker van Termuiden, vertelt hij over een zeeman die landman wordt, om dijken te bouwen tegen de zee. Een van zijn zonen wordt dan weer zeeman, of : het leven dat heen en weer gaat. Enkele vooraanstaande schrijvers uit die periode waren niet onverdeeld gelukkig met deze publicatie : 'Hij beschouwt evenzeer de mens als de natuur. De natuur zoals hij haar ziet : de gedrongen sfeer, de stille eenzaamheid van Zeeuws Vlaanderen. De altijd onverwachte strijd tussen zee en land. De kijker in mensenzielen : de norse boeren, de geheimzinnige gevoelige vrouwen, de strijdbare mannen. Albert Setola kon een zuiverder taal schrijven, maar de schrijver staat nog te dicht bij de schilder. Kon het bij een eerste roman ook anders ?' (Em. Janssen, 1947) 'Een groots onderwerp dat echter niet tot zijn recht is gekomen doordien de schrijver te weinig perspectief heeft gebracht, en ook bij de karaktertekening te vaag van lijn is gebleven. We stellen echter vast dat Albert Setola een goed ontwikkeld taalgevoel, en als stylist een fijne smaak bezit. Zijn verwoording verdient alle lof, maar zij werd besteed aan een plan dat niet deugt.' (André Demedts, 1947) 'Albert Setola is schilder en hij borstelde verdienstelijke doeken. Maar het woord is ander materiaal dan verf. De Dijker van Termuiden is geen leesbaar boek geworden. Documentair kan het een bijdrage worden tot onze maritieme letteren, maar artistiek is het een mislukking.' (Karel Jonckheere, 1947) Albert Setola is al bij al een universeel kunstenaar. Hij is de verdediger van een klassieke schoonheid, en zelf beschikkend over een verfijnd vakmanschap. Hij bracht in alle opzichten frisse en optimistische kunst, de kunst van een bescheiden man met een grote verbeeldingskracht. Over zijn vader zegt Bruno SETOLA nog het volgende: 'Hij was geen eerzuchtig man. Zo had hij nooit leraar moeten zijn, maar dat deed hij om den brode. Het remde wel zijn eigenlijke kunstontplooiing. Hij gaf inderdaad consequent en accuraat zijn eigen kennis door aan zijn leerlingen, en die hebben nooit negatief over hem gedaan.. Zijn democratisch optreden bestond erin raad te geven. Mijn vader pakte alles aan, en eenmaal hij het onder de knie had stopte hij ermee, eenvoudig omdat hij het kende. Dit was b.v. het geval met de fotografie. Eén experiment zou hij voortijdig opgeven : aanvankelijk kwamen maar weinig mensen naar De Korrekelder, en om dat te verhelpen schreef hij in 1963 het toneelstuk "Felicia", een moraliserend stuk, waarin de auteur de problemen van de mens in onze samenleving behandelt. De bedoeling was duidelijk vrienden en kennissen te winnen voor De Korrekelder. En dat lukte ook nog. Hij heeft nooit een tweede stuk geschreven. Alhoewel hij het grootste deel van z'n leven in Sint-Michiels woonde, voelde hij zich toch het meest verbonden met het honderd meter verder gelegen Sint-Andries. Hier waren Fernand Boudens en Arno Brys de gelijkgestemde zielen voor de grafische uitdagingen waarvoor zij stonden en voorgingen.' Data. 1916 Geboren in Vlissingen : Albert Setola, 20 januari. Tentoonstellingen. Prijzen-Werken. 1948 Wedstrijd voor plakbrief-ontwerpen, Koloniale Loterij
van België, premie van duizend frank. Bibliografie.
|