Brugsch
Handelsblad 20-03-1971
Sinds
twee eeuwen danst men naar de pijpen van het Hooghuys-Geslacht
Laatste afstammeling van grondlegger der Belgische
orgelindustrie woont te Zeebrugge
Charles
Hooghuys is een kwieke zeventiger die ter Evendijk west 56 te Zeebrugge woont.
Zijn ware doopnaam is eigenlijk Romain, maar zoals dat met verscheidene van zijn
voorvaderen ook het geval was werd hij uitsluitend met zijn tweede voornaam
aangesproken: Charles. Dit is overigens niet de enige traditie die in de
Hooghuys-geschiedenis angstvallig gerespecteerd wordt; een andere en veel
belangrijkere is de gave muziekkennis die van vader op zoon werd overgedragen en
vooral de interesse voor het orgelspel en -bouw waarvan de technieken en
fabrieksgeheimen al evenzeer van generatie werden overgeërfd. Het begon
eigenlijk allemaal met de in 1781 in Middelburg geboren Simon Gerardus Hooghuys
die zich in de Timmermansstraat te Brugge kwam vestigen en er de grondlegger van
's lands orgelindustrie werd. Aanvankelijk liet men ervaring en vakkennis
uitsluitend renderen voor kerkorgels terwijl pas nadien uit dezen religieuze
sferen werd afgedaald en men de "aloude" speelorgels ging ineen
timmeren. Iedereen kent deze speelorgels wel: de "muziek" werd op
accordeonachtige muziekkartons geperforeerd en het werd allemaal zo handig in
maar gestoken dat de blaasbalgen de toenmalige hits uit de 5 à 600 houten
pijpen haalden. Achteraf is het elektronisch orgel gekomen, en nog nadien de
fonkelende juke-boxen. Charles Hooghuys kan er zijn spijt niet over wegdrukken.
Het is allemaal handig vakwerk, waar in de eerste plaats elektriciens en pas
nadien muzikanten bij te pas komen, beweert hij, en hij staaft zijn stelling met
de langspeelplaat "Hooghuys Organ nr 1" die hij voorzichtig op zijn
hypermoderne platendraaier legt. In een oogwenk galmt Johan Strauss' "Radetskymars"
door het salon en tegelijk haalt hij ermee de sfeer van de oude kermissen in
huis. Veel verbeelding, hoeft er echt niet bij om de echte paardencarrousels
voor de ogen te krijgen. Een sigaartje, dat in de gloed van zijn betoog reeds
lang gedoofd is, in de mond. en met de ogen toe geniet Charles Hooghuys voor een
zoveelste keer van deze verrukkelijke en inderdaad unieke muziek, ondertussen
korte handbewegingen de maat aangevend Hij spreekt met vertedering over de
bloeiperiode van het orgel op de kermissen, in de bioscopen en danszalen. Hoe er
koortsachtig werd gewerkt aan de houten pijpen - iedere pijp bestaat uit
verscheidene houtsoorten - hoe de "boeken" werden samengesteld en hoe
met een waar monnikengeduld werd getimmerd en geschilderd aan de vaak
indrukwekkende façades die voor het orgel werden opgericht. Maandenlang
beitelde men aan de figuurtjes die deze "voorgevel" moesten opsmukken,
en dat beitelen alleen was onvoldoende, want diezelfde figuurtjes moesten ook
netjes op tijd op een trommeltje kunnen roffelen, tegen een belletje tikken of
een paar akkoorden door een trompetje kunnen blazen. Een orgel "au grand
komplet" vroeg een jaar van naarstig doorwerken; een flink deel van deze
arbeid is echter reeds verloren gegaan. Hoe stevig ook gebouwd, verscheidene
orgels bleken dan toch niet tegen het oorlogsgeweld bestand te zijn. De luttele
exemplaren die het toch allemaal overleefden werden opgekocht door o.m.
steenrijke Amerikanen die zich de meest excentrieke hobbies konden veroorloven,
dus ook het aankopen van een "privé-orgel". Twee orgels kon Charles
Hooghuys in extremis nog zelf achterhalen en alhoewel
terdege beschadigd en in feite niet langer te gebruiken begon hij met de ijver
die zijn voorvaderen toeliet een orgelbouwindustrie uit et bouwen, aan de
reparatie. Dat is intussen klaargekomen; zij staan te pronken in 's mans atelier
en niet zonder trots bewijst hij dat, hoe zwaar ook eens geteisterd, de orgels
hun specifieke Hooghuys-klank bewaard hebben. Die zuivere muzikaliteit is
overigens al meer geprezen geworden; op tentoonstellingen en wedstrijden zowat
overal in Europa mocht een Hooghuys voor deze kwaliteiten trouwens meerdere
eerste prijzen in ontvangst gaan nemen .Waarin schuilt dan wel het geheim wan
dit alles? "Onmogelijk uit te.leggen", zegt Charles Hooghuys met klem.
"Men kan het vergelijken met de Stradivariusviolen. Er komen heel wat
faktoren bij zien: het hout de bewerking ervan, het vernis enz. Maar hoe men het
ook draait of keert: het geluid blijft enig, het is zachter dan de muziek van
orgels met metalen pijpen. Het wordt over de gehele wereld gewaardeerd".
We mogen
fluks zijn briefwisseling van de laatste weken bekijken: brieven uit Amerika,
Engeland, Denemarken, Nederland enz. met beleefde verzoeken of "Mr.
Hooghuys of Zeebruges" geen orgel meer te koop heeft. Er zij ook
bestellingen bij voor muziekkartons. Charles Hooghuys fleurt op als hij zo'n
konkrete bewijzen ziet dat zijn muziek de tijd trotseert. Sinds meer dan 2 volle
eeuwen houdt ze reeds stand. Zij zal dat nog wel een tijdje doen want Charles'
28-jarige zoon Mark staat al klaar om de dirigeerstok over te nemen. Eerlang
komt hij buiten met een totaal, nieuw orgel dat echter gebaseerd blijft op het
pijpensysteem. Hij zet nu alle registers open.