Plantenrechten

Start Inhoud

Vorige

[In aanbouw]

Start
Nieuws
Onze doelstelling
Contactgegevens
Plantenrechten

Dit zijn onze 20 rechten van de Plant

Artikel 1
1. Alle ontkiemd plantaardig leven heeft recht op een plantwaardig bestaan.

Artikel 2
1. De mens mag zich niet het recht aanmatigen plantensoorten te verdelgen of op onmenselijke wijze uit te buiten en te misbruiken. Het is zijn plicht zijn kennis in dienst te stellen van het welzijn van de plant.
2. Alle planten hebben recht op aandacht, de zorg en de bescherming van de mens.

Artikel 3
1. Geen plant mag slecht of wreed worden behandeld.
2. Indien een plant moet worden uitgetrokken of verplant, dient zulks zo snel mogelijk en pijnloos te geschieden.

Artikel 4
1. Alle planten hebben recht op vrijheid in hun natuurlijke omgeving, ongeacht of dat het landof de zee is.
2. Vrijheidsberoving, ook voor onderwijsdoeleinden, is een aantasting van dit recht, (ook moet men niet als doorvoerland fungeren).

Artikel 5
1. Planten die binnenshuis leven hebben recht op leven en groei in hun eigen tempo, onder aangepaste levensomstandigheden.
2. Elk ingrijpen van de mens uit winstbejag in dit tempo of in deze omstandigheden is een aantasting van dit recht.

Artikel 6
1. Het achterlaten van een plant is wreed en laag.

Artikel 7
1. Alle planten in de sportwereld (bv. gras) hebben recht op een redelijke
beperking van de duur van de sport en de zwaarte van de sportlieden, alsook op de nodige meststoffen (geen doping)en rust.

Artikel 8
1. Plantproeven die lijden veroorzaken, zijn onverenigbaar met de rechten van de plant, ongeacht of het onderzoek van wetenschappelijk, medisch, commercieel of andere aard is.
2. In dit verband dienen alternatieve methoden te worden ontwikkeld en toegepast.

Artikel 9
1. Planten, die worden gebruikt voor de voedingsindustrie, dienen te worden geteeld, verplant, vervoerd en geoogst zonder hen lijden te berokkenen.

Artikel 10
1. Tentoonstellingen van en voorstellingen met planten moeten beperkt blijven.

Artikel 11
1. Elk nutteloos en moedwillig verdelgen van een plant is biocide, d.w.z. een misdaad tegen het leven (terreinverzorgers, boeren).

Artikel 12
1. Elk massaal verdelgen van planten is planticide, d.w.z. een misdaad tegen de soort.
2. Verontreiniging van het natuurlijke milieu leidt tot massaal verdelgen.

Artikel 13
1. Dode planten dienen niet gebruikt te worden als veevoer, maar dienen òf begraven (humus) òf gecremeerd (biogas) te worden.
2. Geweldscenes waarbij planten zijn betrokken, dienen van de film en de televisie te verdwijnen (bosbranden, veldslagen buiten stad), behoudens voor educatieve doeleinden.

Artikel 14 
1.  Elke soort heeft recht op een volkse en officiële naam in het Latijn. 
2.  De naam moet passen bij de soort en overeenkomstig de kenmerken van deze zijn.  Zo mogen witte rozen geen rode rozen genoemd worden en op dezelfde manier mogen vergeet-mij-nietjes je niet vergeten.

Artikel 15
1. Zonder enige beperking op grond van soort, kleur of grootte, hebben planten recht op zaad of sporen dat de mogelijkheid gegeven wordt te ontkiemen.  

Artikel 16
1.  Elke plant heeft recht op bladeren, takken, bloemen of vruchten.  Ook combinaties worden toegestaan. 
2.  Geen enkele plant mag hiervan willekeurig beroofd worden.

Artikel 17
1.  Elke plant heeft recht tot plantages of boomgaarden te behoren.
2.  Elke plant heeft recht op gelijke besproeiing en meststoffen voor gelijke opbrengst.
3.  Elke werknemer heeft recht op een bestaansminimum dewelke hem een     plantwaardig bestaan verzekert.
4.  Vakverenigingen voor planten zijn bij wet vooralsnog verboden.

Artikel 18
1. Elke plant mag desgewenst aan politiek doen zowel als politieke groeperingen oprichten. Dit alles moet binnen het kader van de wet gebeuren.

Artikel 19
1. Elke plant heeft als aardbewoner recht op hulp in geval van nood. 

Artikel 19 Bis 
1. Elke plant heeft recht op rust en op vrije wintertijd. 

Artikel 19 Bis Bis 
1.  Elke plant heeft recht op n levensstandaard, die hoog genoeg is voor zijn gezondheid en welzijn, waaronder inbegrepen voeding, grondvesting en geneeskundige verzorging, alsmede het recht op voorziening in geval van ziekte, invaliditeit, overlijden van soortgenoten, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. 
2.  Zaad en sporen mogen niet van de moederplant verwijderd worden indien er geen officiële noodzaak of vergunning is. 

Artikel 19 Bis Bis Bis 
1.  Elke plant heeft het recht om vrijelijk te vertoeven bij zijn soortgenoten, om te genieten van de geneugten des levens en om deel te hebben aan het sociaal leven. 
2.  Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht. 

Artikel 19 Bis Bis Bis Bis 
1. Elke plant heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt. 

Artikel 20
1.  Elke plant heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is. 
2.  In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een plant slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een gemeenschap.  
3.  Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties. 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen , opmerkingen of ideeën over deze website verzenden aan opmerkingen.gaip@revolucion.be.
Laatst bijgewerkt: 03 september 2004