Ik, Albert. Het geheime dagboek van Albert Einstein.

Naar het begin

Dinsdag 1 oktober 1901

Ik ben klaar met denken over de kinetische gastheorie. Er is een tijd van denken en een tijd van doen. Twee weken geleden is de tijd van doen gekomen: ik ben dan over de kinetische gastheorie beginnen schrijven. Ik wil er een doctoraatsthesis over maken.

Ik wil hier even de stand van zaken van de kinetische gastheorie weergeven. De kinetische gastheorie is dus een theorie die veronderstelt dat een gas uit een zeer groot aantal zeer kleine bolletjes bestaat, vele miljarden keer miljarden piepkleine bolletjes, die willekeurig door elkaar vliegen. Bij eenzelfde gas hebben ze allemaal dezelfde massa (zeg maar gewicht) en ze zijn zo klein dat ze nooit tegen elkaar botsen. Ze vliegen gewoon rechtdoor tot ze een wand of een andere hindernis raken. Ze kaatsen daar terug en vliegen dan naar een andere wand, waar ze weer terugkaatsen, enzovoort. Hierbij vliegen ze in alle richtingen: van links naar rechts, van voor naar achter, van boven naar onder en omgekeerd. Allemaal willekeurig door elkaar en met verschillende snelheden.

De druk van een gas is het gevolg van de vele miljarden keer miljarden piepkleine botsingetjes per seconde van de bolletjes met de wand van het recipiënt dat het gas bevat (bijvoorbeeld een ballon, een fles). Omdat de bolletjes zo klein zijn en er zoveel bolletjes zijn, oefent het gas een constante druk uit, ook al bewegen de bolletjes met verschillende snelheden en zijn de botsingetjes niet even groot.

We kunnen op basis van dit eenvoudige model een aantal berekeningen maken, waarbij we de bewegingswetten van Newton gebruiken. We kennen de bewegingen van de individuele bolletjes niet maar we kunnen wel spreken over de gemiddelde snelheid en de gemiddelde energie van de bolletjes. We nemen trouwens ook aan dat alle energie van het gas uit de bewegingsenergie van de bolletjes bestaat: behalve de bewegingsenergie van de bolletjes bezit het gas geen energie. Op basis van deze veronderstellingen kunnen we het verband berekenen tussen de druk van het gas, de totale energie van het gas (dat is dan de som van de energie van alle bolletjes) en het volume. Een berekening leert ons dat dit verband gelijk is aan: p=(2/3) (E/V). Hierbij is p de druk van het gas, E de totale energie van het gas en V het volume van het gas. De druk van een gas is dus gelijk aan twee derden keer de totale energie van het gas gedeeld door het volume van het gas. Die totale energie is trouwens gelijk aan het aantal bolletjes, wat we N noemen, vermenigvuldigd met de gemiddelde energie per bolletje. Dat is logisch want de gemiddelde energie per bolletje is gelijk aan de totale energie van de bolletjes gedeeld door het aantal bolletjes.

Uit die formule kunnen we een aantal conclusies trekken. Die conclusies kunnen we beschouwen als voorspellingen van de theorie en die voorspellingen kunnen we via experimenten controleren. Uit de formule p=(2/3) (E/V) volgt bijvoorbeeld dat druk en volume van een gas omgekeerd evenredig zijn. Verdubbel je het volume van een bepaalde hoeveelheid gas (door het gas te laten expanderen of uitzetten), dan vermindert de druk met de helft. Verminder je het volume van dezelfde hoeveelheid gas (door het gas samen te persen), dan verdubbelt de druk. Dat is dus een voorbeeld van een voorspelling van ons model en we kunnen nu nagaan of dit met de werkelijkheid klopt. En inderdaad, het klopt want Robert Boyle heeft dit al in de zeventiende eeuw experimenteel vastgesteld, tenminste als de temperatuur van het gas gelijk blijft bij het veranderen van het volume en de druk. Alvast één goed punt voor ons model.

Door het voorgaande te combineren met een andere experimentele wet, namelijk die van Charles, volgt dat de gemiddelde energie per bolletje enkel van de temperatuur van het gas afhangt. De formule hiervoor is eenvoudig als je de temperatuur in Kelvin uitdrukt: hierbij is 0 Kelvin gelijk aan de laagst mogelijke temperatuur in het heelal, dat is ongeveer –273 graden Celsius. 0 graden Celsius is gelijk aan 273 Kelvin. En bijvoorbeeld 30 graden Celsius is gelijk aan 303 Kelvin.

De formule voor de gemiddelde energie per bolletje luidt dan: de gemiddelde energie per bolletje is gelijk aan een bepaald vast getal vermenigvuldigd met de temperatuur in Kelvin. Dat bepaald vast getal schrijven we als (3/2) k, dus anderhalve keer een bepaald getal k. Die k is een heel belangrijk getal: het is de constante van Boltzmann, genoemd naar Ludwig Boltzmann. In de formule voor gemiddelde energie werken we met (3/2)k en niet met k omdat de daaruit volgende formules dan eenvoudiger worden.

De formule voor de gemiddelde energie per bolletje luidt dus: <e> = (3/2) kT. Die <e> is de gemiddelde energie per bolletje, T de temperatuur in Kelvin en k dus de constante van Boltzmann. De gemiddelde energie per bolletje is dus gelijk aan anderhalve keer de constante van Boltzmann vermenigvuldigd met de temperatuur in Kelvin. Hoe hoger de temperatuur, hoe groter de gemiddelde energie per bolletje. Bijvoorbeeld: verdubbel je de temperatuur, dan verdubbelt de gemiddelde energie per bolletje. Aangezien het getal k de evenredigheid tussen de gemiddelde energie en de temperatuur uitdrukt, is k dus een maat voor de hoeveelheid energie van het gemiddelde bolletje per Kelvin.

En we zijn nog niet aan het einde van het verhaal. Als we de formule van de gemiddelde energie combineren met de formule over het verband tussen druk en volume, dan vinden we op een eenvoudige manier de formule  pV=NkT. In woorden is dat: de druk van een gas (p) vermenigvuldigd met het volume van het gas (V) is gelijk aan het aantal bolletjes waaruit het gas bestaat (N), vermenigvuldigd met de constante van Boltzmann (k) en vermenigvuldigd met de temperatuur in Kelvin (T). Dat is de zogenaamde wet van de ideale gassen. De ideale gassen zijn dus alle gassen die voldoen aan de voorwaarden die we hebben beschreven, zoals bijvoorbeeld dat ze uit een heel groot aantal allemaal gelijke kleine bolletjes bestaan enzovoort. Die wet voor ideale gassen kunnen we nu voor echte gassen testen. Dan weten we meteen welke echte gassen zich als ideale gassen gedragen.

Die wet van de ideale gassen is trouwens heel opmerkelijk omdat de hoeveelheid van het gas wordt uitgedrukt als het aantal bolletjes, en bijvoorbeeld niet als de massa, het gewicht als het ware. De massa van die bolletjes speelt dus geen enkele rol. Het heeft dus geen belang of de bolletjes waaruit het gas bestaat relatief zwaar of licht zijn. Het moet natuurlijk over ideale gassen gaan en daarom moet het gas uit miljarden keer miljarden bolletjes bestaan, maar zelfs dan kunnen de bolletjes van het ene ideale gas tien keer zwaarder zijn dan de bolletjes van een ander ideaal gas. Maar dat speelt dus geen rol.

Om de wet anders uit te drukken: gelijke volumes van verschillende gassen bestaan bij gelijke druk en gelijke temperatuur uit evenveel bolletjes. Als je dus een liter van een bepaald gas hebt en een liter van een ander gas, en je bekijkt die bij dezelfde temperatuur en bij dezelfde druk, dan bestaan beide gassen uit evenveel bolletjes.

Die bolletjes komen natuurlijk overeen met de moleculen van het gas en die wet is dan gelijk aan de wet van Avogadro, die soms de wet van Loschmidt, naar Josef Loschmidt, wordt genoemd. Amedeo Avogadro had die wet uit experimenten afgeleid. En nu hebben we die wet dus op een theoretische manier uit de kinetische gastheorie afgeleid. Met onze kinetische gastheorie hebben we dus nog een resultaat afgeleid dat met de experimenten overeenkomt. Al twee goede punten voor ons model!

Het aantal moleculen dat je volgens de wet van Avogadro hebt, wordt uitgedrukt als een veelvoud van het getal van Avogadro. Dat is een zeer groot getal, ongeveer , dat is 6 keer 10 tot de macht 26, of dus een zes gevolgd door 26 nullen. Hieruit volgt dus inderdaad dat je onvoorstelbaar veel moleculen in een liter echt gas hebt en dat de moleculen in een echt gas dus inderdaad heel klein zijn. En dan zijn ze eigenlijk nog veel kleiner dan dat omdat Avogadro zei dat die moleculen dan nog eens veel en veel kleiner zijn dan de afstand tussen de moleculen. Die onvoorstelbaar veel moleculen nemen dus allemaal samen bijna geen plaats in. Als je ze allemaal tegen elkaar zou leggen in een hoekje van die liter, zou je ze niet eens zien liggen. Ook dat komt overeen met een van de veronderstellingen van onze kinetische gastheorie: we hebben immers gezegd dat de bolletjes zo klein zijn dat ze nooit met elkaar botsen.

En we zijn nog niet aan het einde van dit boeiende relaas. We hebben berekend dat de gemiddelde energie per molecule van een ideaal gas gelijk is aan (3/2)kT. Aangezien in onze kinetische gastheorie alle energie van een gas uit bewegingsenergie bestaat, kunnen we hieruit de gemiddelde snelheid van de moleculen berekenen. Of preciezer gezegd, het gemiddelde van het kwadraat van de snelheden van de moleculen. Als we hiervan de vierkantswortel nemen, bekomen we een soort gemiddelde snelheid maar die is niet gelijk aan de echte gemiddelde snelheid van de moleculen omdat in het algemeen de vierkantswortel van het gemiddelde van de kwadraten van een reeks van getallen niet gelijk is aan het gemiddelde van die reeks van getallen. Maar dat is een technisch detail waar we hier niet moeten van wakker liggen.

Die soort gemiddelde snelheid blijkt na een berekening gelijk te zijn aan . Dat is dus de vierkantswortel van 3 keer het getal van Boltzmann vermenigvuldigd met de temperatuur in Kelvin en gedeeld door de massa (zeg maar het gewicht) van een molecule. Voor zuurstofgas is die snelheid bij kamertemperatuur ongeveer gelijk aan 500 meter per seconde. Voor waterstofgas is die snelheid bij kamertemperatuur ongeveer gelijk aan 2000 meter per seconde. Dat is dus telkens ongeveer de gemiddelde snelheid van de moleculen. Als je bijvoorbeeld waterstofgas in een vat van 1 meter diameter bewaart, dan gaan alle moleculen dus per seconde 1000 keer heen en weer tussen twee tegenover elkaar liggende wanden van dat vat. De moleculen bewegen dus ontzettend snel.

We kennen nu dus ongeveer het gemiddelde van de snelheden van de moleculen maar we kennen niet de snelheid van de individuele moleculen. Sommigen gaan sneller dan dat gemiddelde, sommigen gaan trager. Maar we weten bijvoorbeeld niet of de verschillen tussen de individuele moleculen groot zijn of niet. We kunnen wel op basis van bepaalde theorieën een model opstellen van hoe de snelheden verdeeld zijn. Een bekend model van de verdeling van de snelheden is de Maxwell-Boltzmann-verdeling. Dat is een bepaalde wiskundige functie die beschrijft hoe de snelheidsverdeling van de moleculen eruit ziet. Die functie hangt onder andere van de temperatuur af. Hoe hoger de temperatuur van het gas hoe groter de spreiding van de snelheden en dus hoe groter de verschillen van de snelheden tussen de moleculen.

Dat is allemaal niets nieuws. Dat is allemaal al goed gekend. Maar ik wil hier dus iets nieuws aan breien en daar een doctoraatsthesis over maken. Meer bepaald wil ik dit toepassen op de electrolyse, dat is het ontbinden van stoffen door elektriciteit.

Maandag 14 oktober 1901

Vandaag ben ik uit Winterthur vertrokken. Op naar Schaffhausen. Naar mijn tweede werk.

Zondag 20 oktober 1901

Vandaag is mijn werk in Schaffhausen begonnen. Ik woon bij professor Nüesch in, bij zijn familie met vier kinderen Bertha, Dora, Alice en Paul. Er wonen ook een paar interne studenten. Ik ben de enige inwonende leraar.

Hopelijk gaat dat goed en leidt het niet tot problemen. Ik ben nogal gesteld op mijn individuele vrijheid.

Maandag 28 oktober 1901

Zoals ik vreesde, was dat inwonen bij professor Nüesch geen goed idee. Samenwonen bij anderen ligt niet in mijn aard. Ik heb vrijheid en ademruimte nodig. Ik woon nu alleen op een kamer in de Bahnhofstrasse. Dat geeft me tenminste de ruimte om mijn leven op mijn manier in te richten. Nu kan ik ook wat meer contact hebben met mijn vriend Konrad Habicht. En telkens wanneer ik het wil, zonder mij te moeten richten naar de regels van huize Nüesch.

Dankzij Konrad kan ik mijn viool verder oefenen. We studeren samen vioolduetten in. Daar moet je nu eenmaal met twee voor zijn. Ik speel wel goed viool maar een duet krijg ik niet alleen uit mijn viool gekrast.

Vrijdag 15 november 1901

Mijn werk aan de kinetische gastheorie zit erop: mijn doctoraatsthesis over de electrolyse is af. Ik heb hem ingediend bij de Universiteit van Zurich want bij de ETH verlenen ze geen doctoraten. De Universiteit van Zurich heeft mijn thesis echter verworpen. Ik heb hem nu wel naar de Annalen der Physik gestuurd. Met wat geluk wordt mijn mislukte thesis volgend jaar als artikel gepubliceerd.

Donderdag 28 november 1901

Ik heb vandaag een brief geschreven aan Mileva om haar wat te steunen. Net zoals ik heeft ze zware problemen met haar ouders gehad. Gelukkig zijn ze nu wat bedaard.

Dinsdag 10 december 1901

Wilhelm Röntgen heeft dit jaar de Nobelprijs Fysica gekregen voor zijn werk met X-stralen of Röntgen-stralen. Hij heeft aangetoond dat X-stralen net zoals licht rechtdoor gaan maar dat X-stralen toch anders zijn dan licht: X-stralen gaan immers door materie terwijl licht door bijna alle materie wordt tegengehouden. Wat X-stralen dan wel zijn, is nog steeds een raadsel. Sommigen zeggen dat X-stralen golven zijn, anderen zeggen dat ze uit een stroom van deeltjes bestaan.

Woensdag 11 december 1901

Vandaag is er in de krant een vacature verschenen voor een functie bij het octrooibureau in Bern. Als ik daar nu toch eens zou binnengeraken. Goed betaald en veel tijd om na te denken over de natuurkunde. Ik ga zeker mijn kandidatuur stellen.

Donderdag 12 december 1901

Ik heb Mileva nog een briefje geschreven. Ik hoop dat we ons dochtertje Lieserl (dat hoopt Mileva; ik hoop op een zoontje Hanserl) bij ons kunnen houden nadat het geboren zal zijn. Maar aangezien we niet getrouwd zijn, is dat niet waarschijnlijk. En aangezien we niet getrouwd zijn, kan ik Mileva tijdens deze laatste weken van haar zwangerschap zelfs niet bijstaan. Hoe wreed toch die sociale regels en wetten. Hoe dom kan de mensheid zijn.

Woensdag 18 december 1901

Ik heb werk gemaakt van mijn sollicitatiebrief bij het octrooibureau. Wie niet waagt, niet wint. En als de Grossmanns mij steunen en ik er zelf geen potje van maak, moet het wel lukken.

Naar het begin

Copyright Frank Vermeulen

Contacteer ons: Nils de Waarnemer

 


free hit counter