Ik, Albert. Het geheime dagboek van Albert Einstein.

Naar het begin

Vrijdag 10 januari 1896

Een zekere mijnheer Röntgen heeft iets wereldschokkends ontdekt: X-stralen. Dat is een nieuw soort straling. Het is groot nieuws en er wordt in alle kranten over gesproken. Röntgen heeft de stralen op 8 november van vorig jaar ontdekt, maar hij heeft het nieuws pas op 1 januari van dit jaar bekendgemaakt. Hij vond het zelf een heel schokkende ontdekking en zijn collega’s waren ook heel verrast. Sommigen dachten dat hij zijn verstand verloren had.

Het is nog niet duidelijk wat die X-stralen eigenlijk zijn. Zijn het elektromagnetische stralen of is het iets anders? Het zijn in elk geval heel harde stralen. Er zit zeer veel energie in want ze gaan door bijna alles heen. Het is niet zoals zichtbaar licht dat bijna door alles wordt tegengehouden.

Dinsdag 28 januari 1896

De kogel is door de kerk. Vanaf vandaag ben ik officieel geen Duits staatsburger meer. Ik heb een officieel papier van de stad Ulm dat verklaart dat ik geen burger van Württemberg meer ben.

Zaterdag 15 februari 1896

Wat gebeurt er als je naast een lichtstraal loopt, even snel als de lichtstraal? In de eerste plaats loop je heel snel, want een lichtstraal gaat vooruit met een snelheid van ongeveer 300.000 kilometer per seconde. Maar wat zie je dan? Een lichtstraal is een soort golf, zoals je watergolven hebt. Op en neer, op en neer. En die bobbels die op en neer gaan, bewegen dus met een snelheid van 300.000 kilometer per seconde. Als je naast een lichtstraal loopt, precies met dezelfde snelheid als die lichtstraal, dan ga je even snel als die bobbels, en dan zie je dus die bobbels ter plaatse trappelen. Net zoals je een trein per fiets volgt. Als je even snel als de trein fietst, dan zie je de trein stilstaan ten opzichte van jezelf.

Maar zo een ter plaatse trappelende bobbel, zo een stilstaande lichtstraal, daar kan ik met mijn verstand niet bij. Een stilstaande lichtstraal kan niet volgens mij. Maar hoe zit het dan in mekaar?

Woensdag 4 maart 1896

Het bier maakt dom en lui, zegt Bismarck. Niet dat ik van Bismarck houd. Ik houd niet van het leger. Maar ook niet van domheid en luiheid. Geef mij maar Kant. De Kritik der reinen Vernunft. Dat is pas een boek. Beter dan al het bier van de hele wereld.

Donderdag 5 maart 1896

Ik woon bij de familie Winteler. Ik heb het zeer goed getroffen. Fijne mensen om bij te wonen. Verfijnde mensen ook. Ze hebben ook wel een beetje geluk met mij. Als ik op mijn viool Mozart of Bach speel, kunnen er niet veel met mij wedijveren.

Wat ik het allerleukste vind, is dat ze interessante mensen zijn om mee te discussiëren. Veel mensen kunnen niet discussiëren. Die kunnen alleen ruziemaken.

Vrijdag 6 maart 1896

Vader Winteler, Jost heet de brave man, is een van mijn leraars op de kantonnale school. Een van de weinige leraars waarvoor ik in mijn leventje al respect heb gehad. Hij is niet een van die leraars die alleen maar zeggen dat we moeten geloven wat ze zeggen, enkel en alleen omdat ze het zeggen. Dat is ook wel de stijl van de school. Het is een school waar je mag denken en waar de leraars geen respect willen afdwingen, enkel op basis van autoriteit, enkel omdat ze leraar zijn en wij leerlingen. Zo heel anders dan de meeste scholen in Duitsland. Voor het eerst vind ik school fijn.

Ook mevrouw Winteler is een hele fijne dame. En met alle zeven kinderen kan ik goed opschieten.

Vrijdag 18 september 1896

Ik ben geslaagd voor mijn examens op de kantonnale school van Aargau. Ik heb het maximum van de punten behaald voor geschiedenis, algebra, geometrie, beschrijvende geometrie en fysica. Ik was het zwakst voor aardrijkskunde en tekenen. En ik had de op een na hoogste graad voor Duits, Italiaans en natuurwetenschappen. Met glans over de hele lijn geslaagd.

Ik heb de deur van de school achter mij dichtgedaan en tegelijk een fase van mijn leven afgesloten. Dit was maar een tussenstap. Ik weet niet hoe erg ik mijn klasgenoten zal missen. Zal ik ze ooit nog terugzien? Cesar Hofer en Ernst Hunziker en Adolf Lüthy en Guido Müller en Oskar Schmidt en Emil Ott en Karl Wetter en Eduard Haury. En vooral dan Hans Frösch. Dat is een hele fijne gast.

Professor Fritz Mühlberg zal ik ook missen. Hij heeft ons veel dingen zelf leren ontdekken. Alleen jammer dat hij natuurwetenschappen gaf. Gelukkig was professor August Tuchschmidt die natuurkunde gaf ook niet slecht. Natuurkunde, daar wil ik verder in gaan.

ETH, hier kom ik.

Dinsdag 27 oktober 1896

De ETH kent mij nu beter. Ik ben er ingeschreven voor de studie van leraar wiskunde en natuurkunde, bij de afdeling VI  A van de Eidgenössische Polytechnische Hochschule, zoals de officiële naam eigenlijk luidt. De Poly, zoals men zegt.

Ik heb vier klasgenoten: Marcel Grossmann, Louis Kollros, Jakob Ehrat en Mileva Maric. Jawel, een meisje. Schijnt niet dom te zijn. Lijkt een beetje stil. En mankt een beetje. Ze is vier jaar ouder dan ik. Maar ik val op oudere vrouwen. Hihihi. Eigenlijk val ik een beetje op alle vrouwen.

Donderdag 29 oktober 1896

Vandaag ben ik mij bij de burgerlijke stand van Zurich gaan melden. Vanaf vandaag woon ik officieel in Zurich.

Vrijdag 13 november 1896

Per maand krijg ik 100 Zwitserse frank om te leven. Het is geen luxe maar het is ook geen armoe. Ik ben zelfs aan het sparen. Ik wil tot Zwitser worden genaturaliseerd. En dat zal ook wel lukken. Als ik eenmaal iets wil, is er veel nodig om mij tegen te houden.

Al bij al mag ik niet klagen over mijn persoonlijke situatie. De zaak van mijn vader is op de fles gegaan. Bijna al het geld van mijn familie is in rook opgegaan. Oom Jakob gaat voor een groot bedrijf werken. Mijn vader zal nog eens proberen een zaak op te zetten. Ik heb hem dat sterk afgeraden maar het helpt niet.

Ik heb Maja geschreven dat de hele situatie mij veel pijn doet. Ik ben alleen maar een last voor mijn familie. Het ware beter geweest als ik niet zou leven. Er is maar één ding dat me overeind houdt: dat ik mezelf geen enkel pleziertje gun.

Nu ja, geen pleziertje. Zonder pleziertje kan niemand leven. Ik pik soms een concertje of een theatertje mee en ik ga soms een kopje koffie drinken. Ik houd van het gezelschap van de historicus Alfred Stern en van de familie van Marcel Grossmann, mijn medestudent.

Woensdag 25 november 1896

Mileva Maric is een lief meisje en ik vind ze heel mooi. En ze heeft zo een lieve stem. Ze is van Servische afkomst en is op 8 december 1875 in het Hongaarse Titel geboren. Ze is Grieks-orthodox opgevoed. Ze is een beetje aan de stille kant. Toch denk ik dat ze mij aardig vindt. Het kan ook gewoon beleefdheid zijn. Beleefde interesse of zoiets. Ik zal dat eens verder onderzoeken.

Dinsdag 1 december 1896

Ik heb iets gelezen over het Zeeman-effect dat dit jaar is ontdekt. Ik dacht eerst dat het iets was dat verklaarde waarom zeelui nooit zeeziek worden. Maar daar heeft het niets mee te maken. Het is genoemd naar de Nederlander die het ontdekt heeft: Pieter Zeeman.

Het Zeeman-effect heeft te maken met spectraallijnen die splitsen wanneer er een magnetisch veld in de buurt is.

Elke stof heeft zijn eigen karakteristieke spectraallijnen. Die spectraallijnen beschrijven heel precies welke elektromagnetische straling de stof uitzendt. Met elke spectraallijn komt elektromagnetische straling met één welbepaalde frequentie overeen. Als het om zichtbaar licht gaat, gaat het dus om licht van één welbepaalde kleur.

Als je een magnetisch veld in de buurt houdt, dan splitst elke spectraallijn in twee nieuwe lijnen. Die twee lijnen liggen dan zodanig dat de oorspronkelijke spectraallijn precies in het midden van de twee nieuwe spectraallijnen ligt. Dat wil dus zeggen dat de stof in een magnetisch veld andere straling uitzendt dan zonder magnetisch veld.

Woensdag 2 december 1896

Ik heb ook horen spreken over de radioactiviteit die dit jaar door een zekere Henri Becquerel is ontdekt. Hij had fotografische platen een beetje slordig weggeborgen, weliswaar goed gewikkeld in zwart papier, zodat er geen licht bijkon, maar wel met wat uraniumzouten in dezelfde schuif. Toen hij later de fotografische platen wou ontwikkelen, was alles zwart. Als goed wetenschapper veronderstelde hij niet zomaar dat er iets met de fotografische platen mis was. Neen, hij vroeg zich af of het uranium misschien bepaalde straling uitzendt die door het zwarte papier kan dringen. Hij deed enkele eenvoudige experimenten en zijn vermoeden klopte. Hij noemde het verschijnsel radioactiviteit en het nieuws raakte heel snel bekend. De hele wereld werd er stil van.

Donderdag 10 december 1896

De wiskundecursussen van professor dr. Adolf Hurwitz schijnen heel goed in mekaar te zitten. Tenminste dat zegt mijn medestudent Marcel Grossmann. Ik wil dat best geloven maar mij zegt het allemaal wat minder. Die Grossmann is trouwens een uiterst slimme kerel. Al die wiskunde gaat er zo gemakkelijk in bij hem. Gelukkig is het ook een sympathieke knul die mij wel zal helpen. En zo goed georganiseerd. Zijn nota’s van de cursussen zijn echte juweeltjes. Daar ben ik een sloddervos bij. Op nog andere gebieden ook. Mijn kledij bijvoorbeeld. Je kan niet altijd zeggen dat ik eruit zie als om door een ringetje te halen.

Naar het begin

 

Copyright Frank Vermeulen

Contacteer ons: Nils de Waarnemer

 

 


free hit counter