Ik, Albert Einstein.

Het geheime dagboek van Albert Einstein.

Naar het begin

Woensdag 15 januari 1919

Rosa Luxemburg is vandaag samen met Karl Liebknecht in Berlijn vermoord. Ik bewonderde haar omwille van haar sterke karakter en persoonlijkheid. En nu is ze dood. Ze was veel te goed voor deze wereld.

Maandag 27 januari 1919

Ik ben vandaag in Zurich aangekomen om hier een paar maanden te verblijven. Ik zal hier een lessenreeks over de relativiteit geven. Hier zal ik dat graag doen. In Berlijn wil ik eigenlijk geen les leven.

Ik ben blij dat ik weer eens een periode in Zwitserland kan verblijven. Ook al zijn de gevolgen van de oorlog ook hier te merken.

Ik ben hier ook wel om officieel van Mileva te scheiden.

Vrijdag 14 februari 1919

Vandaag zijn Mileva en ik officieel gescheiden. Op Valentijn. Het kon weer niet beter lukken.

Als ik ooit de Nobelprijs win, dan gaat het geld naar Mileva, zo hebben we officieel in een contract vastgelegd.

Mileva zal overigens in Zurich blijven wonen.

Donderdag 20 februari 1919

Vandaag ben ik begonnen aan mijn lessenreeks over de relativiteit. Er zullen 24 lessen van 2 uur zijn aan een tempo van 3 per week. Er waren 45 studenten en 104 toehoorders en nog een hele hoop docenten.

Zaterdag 1 maart 1919

Vandaag vroeg mijn zoon Eduard mij waarom ik zo beroemd ben. Ik heb hem geantwoord dat een blinde kever op een boloppervlak niet merkt dat hij geen rechte weg volgt. Ik heb het geluk gehad dit wel in de gaten te krijgen.

Woensdag 19 maart 1919

Ik heb aan de vrouwelijke arts dr. Pauline Brupbacher het verhaal verteld van de bezorgde rabijn die me uit New York had getelegrafeerd met de vraag of ik in God geloofde. Hij had namelijk gehoord dat ik een atheďst was. Ik heb hem een telegram teruggestuurd dat ik aan de God van Spinoza geloof die zich openbaart in de harmonie van alles dat bestaat, maar niet aan een God die zich bezighoudt met de daden en lotgevallen van de mensen op aarde.

Ze vroeg me ook waar ik mijn laboratorium had. Ik haalde mijn vulpen uit mijn zak en ik zei: “hier.” Je had ze eens moeten zien kijken. Gelachen dat ik heb. Zij eerst een beetje groen maar daarna zag ze ook het grappige in.

Maandag 21 april 1919

Ik heb vandaag een brief geschreven aan Theodor Kaluza om te reageren op zijn idee om de vier-dimensionale ruimte van mijn relativiteitstheorie tot een vijf-dimensionale ruimte uit te breiden. Ik vind het op het eerste gezicht een goed idee. Ik vraag hem ook of dit idee het kosmologisch probleem zou kunnen oplossen.

Maandag 5 mei 1919

Ik heb vandaag nog een brief geschreven aan Kaluza. Ik vind zijn idee van de vijf-dimensionale ruimte eigenlijk heel aantrekkelijk.

Donderdag 29 mei 1919

Vandaag vindt de zonsverduistering plaats die mijn algemene relativiteitstheorie zal bewijzen. Er zijn twee expedities op het getouw gezet om de nodige metingen te verrichten. De ene is naar Sobral in Brazilië gegaan. Ze staat onder leiding van Andrew Crommelin van het Observatorium van Greenwich. De tweede is naar het Afrikaanse eiland Principe gegaan, voor de kust van Spaans Guinea. Deze expeditie staat onder leiding van Eddington. Ik vind het fijn dat hij er niet alleen op gewezen heeft hoe belangrijk deze zonsverduistering is maar dat hij ook zelf de handen uit de mouwen steekt. Hij heeft gezegd dat de resultaten hoe dan ook belangwekkend zullen zijn. Ofwel zal ze de voorspelling op basis van de theorie van Newton bevestigen, wat een groot wetenschappelijk probleem zou zijn.  Ofwel zal ze mijn voorspelling bevestigen, wat een uitzonderlijke triomf zou zijn. Ofwel zou er helemaal geen afbuiging zijn en dat zou dan wel het grootste wetenschappelijk probleem zijn want dan zouden Newton en ik het allebei verkeerd hebben.

Maandag 2 juni 1919

Vandaag zijn Elsa en ik getrouwd. Mijn moeder heeft nu eindelijk de schoondochter gekregen die ze altijd gewild heeft.

We gaan in Elsa’s appartement wonen. Ik krijg er een werkkamer en een slaapkamer.

Ik ben er zeker van dat Elsa goed voor mij zal zorgen. Ze is echt het moederlijke type dat ik nodig heb. Mij een thuis bezorgen, mij goed willen verzorgen maar mij toch de ruimte geven om mij mijn werk te laten doen. Er plezier in vinden mij mensen thuis te laten ontvangen en ze een warm welkom te heten. Ik ben er zeker van dat ze daarin vreugde zal vinden en dat ze het fijn zal vinden met mij getrouwd te zijn. Ze houdt echt rekening met het imago en wat de mensen van ons denken. Ze is een beetje bourgeois maar dat is niet erg, het heeft ook zijn voordelen. Als ik echt beroemd zal worden, moet mijn vrouw zich in het openbaar en in de schijnwerpers comfortabel voelen.

Ze is eigenlijk altijd een beetje verliefd geweest op mij, al van toen we kinderen waren. Ze smolt toen ik op mijn viool Mozart speelde.

Woensdag 25 juni 1919

Zo, mijn verblijf in Zurich is officieel ten einde. Het heeft me deugd gedaan. Vaarwel, pension Sternwarte.

Maandag 30 juni 1919

Men heeft weer pogingen gedaan om mij terug naar de universiteit van Zurich terug te brengen. Professor Heinrich Zangger is een doordrijvertje, maar hij blijft een vriendelijk baasje.

Ik heb lang getwijfeld maar uiteindelijk heb ik toch besloten in Berlijn te blijven omwille van mijn collega’s daar.

Dinsdag 9 september 1919

De conferentie van de Britisch Association vindt plaats in Bournemouth. Ze is vandaag gestart en ze duurt tot overmorgen. Eddington heeft er de voorlopige resultaten van de metingen tijdens de zonsverduistering van mei bekendgemaakt.

Vrijdag 12 september 1919

Ik heb vandaag een brief geschreven aan Ehrenfest. Ik schreef hem dat ik soms nog erge last heb van mijn maag. Pijn dat dat doet.

Zaterdag 27 september 1919

Lorentz heeft me vandaag een telegram gestuurd over de expedities van Eddington. De voorlopige resultaten wijzen erop dat de afbuiging overeenkomt met wat ik had voorspeld. Het moet wel nog verder uitgerekend worden en officieel bevestigd worden maar Lorentz feliciteert me alvast. Ik ben helemaal opgewonden.

Ik heb vandaag aan mijn moeder in het sanatorium een briefkaart gestuurd. Ik moest haar het blijde nieuws brengen.

Zaterdag 11 oktober 1919

De wereldpers heeft bekendgemaakt dat mijn algemene relativiteitstheorie klopt. Mijn vrienden in Zurich hebben dat ook gelezen en ze hebben mij een briefkaart met een gedichtje gestuurd. Ondertekend door Edgar Meyer, Debye, Weyl, Wyssenhof en een stuk of twintig anderen.

Woensdag 22 oktober 1919

Carl Stumpf van de Pruisische Academie heeft me vandaag een brief geschreven. Hij feliciteerde me met de resultaten van mijn theorie. Hij voegde er ook aan toe dat ze fier zijn dat de Duitse wetenschap zoiets heeft gepresteerd na de militair-politieke nederlaag. Duitse wetenschap? Ik beschouw me niet echt als een Duits wetenschapper, zeker niet in een militair-politiek verband.

Donderdag 23 oktober 1919

Ik heb vandaag een briefkaart geschreven aan Planck. Daarin heb ik geschreven dat Ehrenfest mij op de hoogte houdt van de ideeën van Bohr. We zijn nog niet klaar met zijn ideeën.

Hertzsprung heeft me vandaag ook een brief van Eddington laten zien waarin hij schrijft dat mijn voorspellingen door zijn experimenten bevestigd zijn.

Maandag 3 november 1919

Ik heb vandaag een antwoord gestuurd aan Stumpf. Ik schreef hem dat ik bij mijn terugkeer uit Nederland zijn brief heb gevonden. Ik schreef ook dat ik in Leiden al heb vernomen dat de waarnemingen van Eddington mijn voorspellingen bevestigen.

Donderdag 6 november 1919

Vandaag is het eindelijk de officiële historische dag. Vandaag heeft een gezamenlijke bijeenkomst van de Royal Society en de Royal Astronomical Society plaatsgevonden. Dyson, Crommelin en Eddington hebben er officieel de verklaringen afgelegd die mij in het gelijk hebben gesteld. Ze hebben er ook de details van de waarnemingen gegeven. De precieze resultaten van de waarneming van Sobral geven aan dat de afbuiging van het licht 1,98 boogsekonden bedraagt, met een mogelijke fout van 0.30 boogsekonden minder of meer. Die van Principe geeft een resultaat aan van 1.61 boogsekonden met een mogelijke fout van 0.30 boogsekonden minder of meer. Dat zijn grote foutenmarges maar dat, samen met mijn berekening van de baan van Mercurius, wijst er heel sterk op dat mijn theorie de juiste is, en niet die van Newton.

Natuurlijk was niet iedereen het met deze conclusie eens. Ludwick Silberstein vertegenwoordigde de non-believers. Hij zei dat hij de afbuiging van het licht erkent, maar dat het onwetenschappelijk is om te veronderstellen dat die afbuiging een gevolg is van de zwaartekracht. Hij zei dus niet dat mijn theorie niet klopt. Hij zei enkel dat het voorbarig was om dit nu al met zekerheid te stellen. Zijn voornaamste argument was het feit dat er voor de roodverschuiving die ook door mijn theorie voorspeld wordt nog geen bewijs is. Volgens hem staat of valt mijn theorie met het bewijs van de roodverschuiving. In een dramatisch gebaar heeft hij het portret van Newton aangewezen en hij zei dat we het aan Newton verschuldigd zijn om zeer omzichtig met de wetten van de fysica om te springen en dat we niet halsoverkop de wetten van de zwaartekracht kunnen veranderen.

Joseph John Thomson, de voorzitter van de bijeenkomst, heeft de voorstanders en de tegenstanders objectief aanhoord en hij heeft als conclusie gezegd dat dit het belangrijkste resultaat in verband met de zwaartekracht sinds Newton is. Het resultaat is een van de belangrijkste menselijke prestaties ooit.

Vrijdag 7 november 1919

Vandaag staat het in de London Times! Revolutie in de wetenschappen. Nieuwe theorie van het heelal. Newtons ideeën overboord gegooid. Zo luidt de titel. En een tussentitel: de ruimte is gekromd. Het verslag van de bijeenkomst van gisteren staat erin.

Zaterdag 8 november 1919

Vandaag staat er nog een artikel in de London Times. Met nog meer uitleg. Er staat ook in dat er een levendig debat in het parlement heeft plaatsgevonden.

Zondag 9 november 1919

Vandaag staat er een artikel in de New York Times. Er staat in dat J. J. Thomson zou gezegd hebben dat dit een van de grootste, misschien wel de grootste, prestaties is die er ooit geleverd zijn.

Er staat ook wat onzin in. Bijvoorbeeld dat ik aan de uitgever van mijn boek zou gezegd hebben dat er niet meer dan 12 mensen zullen zijn die mijn theorie gaan begrijpen.

Het nieuws staat vandaag ook in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Maandag 10 november 1919

Lorentz heeft me vandaag een telegram gestuurd over de bekendmaking van de resultaten op 6 november in Londen.

Dinsdag 11 november 1919

Er staat nog een artikel in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. En nog een in de New York Times. Er staat in hoe moeilijk we kunnen begrijpen dat licht een gewicht heeft en dat het heelal grenzen heeft. Dat laatste klopt natuurlijk niet. Ik heb gezegd dat het heelal eindig is en toch geen grenzen heeft. Maar dat begrijpen de meeste mensen blijkbaar niet.

Zondag 16 november 1919

Er staat nog een artikel in de New York Times. Er staat in dat gewone leken hebben gezegd dat de wetenschappers dan wel eens zouden mogen vertellen wat er achter de grenzen van het heelal ligt, als ze beweren dat het heelal grenzen heeft. Maar lieve mensen, het heelal heeft geen grenzen, dus kan er ook niets achter liggen. Het heelal is gewoon alles.

Dinsdag 18 november 1919

Er staat nog een artikel in de New York Times. Er staat in dat de gewone mensen zich niet beledigd mogen voelen als er maar twaalf mensen de theorie van de plotseling beroemde dr. Einstein kunnen begrijpen. Die kwakkel van die twaalf mensen zal mij blijven achtervolgen.

Woensdag 19 november 1919

Er staat nog een artikel in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Die goeie ouwe Lorentz legt daarin op voortreffelijke wijze mijn theorie uit. Hij merkt ook op dat hij niet begrijpt waarom ze in Engeland mijn theorie zo moeilijk vinden. Mijn boek over de speciale en de algemene relativiteitstheorie moet daar tijdens de oorlog nog zijn weg niet gevonden hebben, zo merkt hij schalks op.

Zondag 23 november 1919

Vandaag staat er ook een artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, geschreven door Max Born.

Dinsdag 25 november 1919

Er staat nog een artikel in de New York Times. Sir Oliver Lodge zegt dat mijn theorie zal standhouden en dat de wiskundigen het niet gemakkelijk zullen hebben.

Woensdag 26 november 1919

Er staat nog een artikel in de New York Times. Moeilijke tijden voor de geleerden, staat er.

Vrijdag 28 november 1919

Ik heb een artikel mogen schrijven voor de London Times. Vandaag is het verschenen. Ik heb geschreven dat ik blij ben dat ik een artikel mag schrijven, na de verschrikkelijke breuk tussen de wetenschapsmensen, veroorzaakt door de Grote Oorlog. Ik ben ook blij dat het de Engelsen zijn die tijd en inspanningen hebben besteed om een theorie te testen die tijdens de oorlog in het land van de vijand is verschenen. Ik heb ook geschreven dat er nu een speciale vorm van relativiteit geldig is. Ik word nu in Duitsland een Duitser genoemd en in Engeland een Zwitserse Jood. Als ik ooit een bęte noir zou worden, dan zullen ze me in Duitsland een Zwitserse Jood noemen en in Engeland een Duitser.

Zaterdag 29 november 1919

Er staat nog een artikel in de New York Times. Er staat in dat de London Times toegeeft dat ze niet alle finesses begrijpen.

Zondag 30 november 1919

Vandaag staat er een column van Freundlich in Die Vossische Zeitung van Berlijn. Hij schrijft daarin dat mijn prestatie in Duitsland nog niet de aandacht heeft gekregen die ze verdient.

Maandag 1 december 1919

Eddington heeft me vandaag een brief geschreven. Honderden mensen konden niet binnen in de zaal waar hij een lezing zou geven.

Woensdag 3 december 1919

Er staat weer een artikel in de New York Times. Deze keer een interview met mij. De reporter had mij gevraagd of het waar was dat ik gezegd heb dat er maar twaalf mensen mijn theorie zouden begrijpen. Ik ben in lachen uitgebarsten, maar ik heb gezegd dat het toch niet gemakkelijk te begrijpen is.

Donderdag 4 december 1919

In al deze commotie heb ik tijd gevonden om Ehrenfest een brief te schrijven. De wereld staat immers niet stil en mijn theorie is niet het einde. Ik heb aan Ehrenfest geschreven dat ik denk dat Weyl niet op de goede weg is. Wolfgang Pauli denkt dat trouwens ook. Hij heeft in een artikel zijn kritiek op de theorie van Weyl weergegeven. Pauli vindt dat er elementaire fouten in zitten. Ik vind dat Pauli gelijk heeft. Ik versta gewoonweg niet hoe Weyl en al die anderen blijven negeren dat de ervaring helemaal in tegenspraak is met hun theorie.

Ik heb Ehrenfest ook geschreven dat het anti-Joods gevoel hier in Duitsland heel sterk en gewelddadig is. Alsof wij er de oorzaak van zijn dat Duitsland de oorlog verloren heeft. Zijn wij er trouwens de oorzaak van dat Duitsland in de eerste plaats de oorlog begonnen is?

Woensdag 10 december 1919

Er staat vandaag een artikel over mijn theorie in de Neuer Züricher Zeitung.

Toch is het niet allemaal goed. Het gaat niet goed met mijn moeder. Ze heeft het niet gemakkelijk gehad, de laatste jaren. Mijn vader is al zeventien jaar dood. Ze heeft eerst bij haar zuster Fanny in Hechingen gewoond. Ze is dan lange tijd bij een bankier in Heilbron huishoudster geweest. Daarna is ze huishoudster geweest bij haar broer Jakob. Ze heeft dan bij mijn zuster Maja en haar man Paul gewoond, in Luzern. Ze is daar erg ziek geworden: kanker in de onderbuik. Ze heeft lange tijd in een sanatorium verbleven. Toen ze weer thuis was bij Maja en Paul, zei ze dat ze zo graag bij mij zou zijn. Elsa heeft Maja en Paul vandaag een brief geschreven om af te spreken dat mijn moeder bij ons in Berlijn komt wonen.

Donderdag 11 december 1919

Ik heb gehoord dat Johannes Stark de Nobelprijs Fysica heeft gekregen. Hij heeft de invloed van elektrische velden op licht aangetoond. Hij heeft een stroom van atomen en moleculen aan sterke elektrische velden onderworpen en hij heeft de splitsing van spectraallijnen en het Doppler-effect kunnen aantonen.

Planck heeft eindelijk ook de erkenning gekregen die hij verdient. Hij heeft de Nobelprijs Fysica voor 1918 gekregen. Heel terecht natuurlijk. Maar het wordt toch wel stilletjesaan tijd dat ik ook de erkenning krijg die ik verdien. Dat komt wel. Voor we vijf jaar verder zijn, kom ik ook wel aan de beurt. Maar ik begrijp die mensen van het Nobelcomité. Ik heb zoveel belangrijke dingen gedaan dat ze er vast niet uit geraken waarvoor ze me de Nobelprijs zouden moeten geven. Voor mijn verzameld werk klinkt zo banaal, alsof ze wel begrijpen dat alles dat ik heb gedaan heel belangrijk is, maar dat ze er niets van begrijpen. Ze zouden zich ook belachelijk maken als ze me de Nobelprijs zouden geven voor iets dat toch niet het belangrijkste is dat ik heb gepresteerd. Nu ja, ze zoeken het maar uit en ze kunnen mijn werk in elk geval niet blijven negeren.

Zondag 14 december 1919

Vandaag sta ik op de voorpagina van het weekblad Berliner Illustrierte Zeitung. Er staat bij dat ik een revolutie heb veroorzaakt die vergelijkbaar is met die van Copernicus, Kepler en Newton.

Dinsdag 16 december 1919

Het positieve deeltje dat zich in de kern van een atoom bevindt en dat Rutherford een “negatief elektron” heeft genoemd, heeft dit jaar een nieuwe naam gekregen. Het wordt nu “proton” genoemd.

Donderdag 18 december 1919

In een atoom vliegen de elektronen rond de atoomkern, net zoals de planeten rond de zon vliegen. Bij de planeten komt dit door de zwaartekracht: de zon en de planeten trekken elkaar aan. Bij de elektronen komt dit door de elektromagnetische kracht: de kern is elektrisch positief geladen en de elektronen zijn elektrisch negatief geladen; ze trekken elkaar dus aan. Maar omdat de elektronen zo snel rond de kern vliegen, blijven ze rondjes draaien. Dat is net zoals bij de zon en de aarde. De zon trekt de aarde aan, maar omdat de aarde zo snel beweegt, cirkelt ze rond de zon.

Dit jaar is het echter duidelijk geworden dat er in atomen nog andere krachten meespelen, krachten die niet van elektromagnetische aard zijn. Dat is gebleken uit experimenten waarbij deeltjes verstrooid worden. Het is echter niet duidelijk wat die krachten dan zijn.

Zaterdag 20 december 1919

Het anti-Joods gevoel is moeilijk om dragen. Wat me nog het meest van al pijn doet, is het feit dat dit anti-Joodse gevoel ook in de zogenaamde hogere kringen sterk aanwezig is.

 

Naar het begin

Copyright Frank Vermeulen

Contacteer ons: Nils de Waarnemer

Free Hit Counter
free hit counter