Home ] [ Alpen juli 2002 ] Ventoux juni 2002 ] Regiotour juni 2002 ] Alpen juli 2001 ]

 

 

 

Images 2002

 

 

FRANSE ALPEN  JULI  2002

 

·        wanneer :  06/07-13/07

·        waar  :  Séchilienne, op Col du Luitel bij mr. en mevr. Chemin

·        wie :  Peter, Filiep, Luc, Jan

·        hoe :  Luc en Filiep elk met eigen wagen, fiets mee

                Peter en Jan met TGV  Lille Europe-Grenoble, Jan’s fiets mee met Filiep.

·        waarom  :  ja, waarom eigenlijk ?

 

 

Zaterdag 06/07

 

Marianne, de zus van Peter en Jan (=ondergetekende), voert ons vanuit Kortrijk (correctie : Heule) naar Rijssel. Daar nemen we de TGV naar Grenoble waar we vier en een half uur later arriveren. (17 u.45 – 22 u.06)

Filiep en Luc staan ons op te wachten aan het station en we mogen zelfs mee met de auto, waw.

 

Zondag 07/07

 

Op het gemak opgestaan want voor vandaag plannen we geen aartsmoeilijke hindernissen, enkel de Col d’Ornon.

Die Ornon rij ik afwisselend op 39*21 en 39*23 omhoog maar de voorlaatste kilometer moet ik terug naar 39*26 omdat de beentjes duidelijk laten weten dat ik te groot heb geduwd. Ja, de helling wat onderschat. In de Tour de France wordt hij als klim van tweede categorie gecatalogeerd en je denkt : “piece of cake…” Niet dus.

Filiep blijkt pech te hebben met zijn voorderailleur. Of is het een tactisch plan ?

In de afdaling snijdt Luc een paar keer te enthousiast een bocht aan maar hij kan op tijd corrigeren.

Schitterend fietsweer : zonnig en niet te warm. Dit in tegenstelling tot de gisteren verreden cyclosportieve klassieker “Marmotte” horen we van een deelnemer die eveneens bij ons logeert. Het water viel met bakken uit de hemel en het was een graad of twee op de Galibier zegt hij. Zijn voorkomen zet dat kracht bij.

 

      ’s Namiddags krijgen we toch nog een onverwachte moeilijkheid voor de wielen,  sorry voeten geschoven. We maken een boswandeling vlak in de buurt        maar  weerkeren lijkt simpeler dan het is. Het pad dwars door het bos besluit om ineens en zonder verwittiging te verdwijnen. Is dat misschien uit wraak         omdat Peter een fata morgana van een exclusieve oldtimer heeft bij een antieke houtzaag ?

In elk geval zetten we onze tocht dwars door het bos voort en hebben het geluk een ree te zien.

Mijn evenwicht wordt zwaar op de proef gesteld want we moeten bijna constant dalen en dat is niet zo makkelijk op bemoste rotsen en keien en door de braamstruiken. Uiteindelijk, na dagenlange omzwervingen in het tropisch regenwoud waarbij we soms de zoekende vliegtuigen boven ons kunnen horen maar ze geen teken kunnen geven, komen we weer uit op de Col du Luitel.

Ik blijf zitten aan de straatkant (technisch K.O.) en laat de rest om de auto gaan. Filiep taxiet me terug.

Het is opvallend dat er veel hagedissen op het terras en de trappen van de gîte ritselen.

 

Maandag 08/07

 

Vandaag moet het ding dat mij vorig jaar danig prikkelde eraan geloven : de Col du Luitel. Met een lengte van een kilometer of tien aan een gemiddeld stijgingspercentage van meer dan negen procent is de Luitel een taaie brok. Bovendien zit je voortdurend in het bos, op een smalle en soms hobbelige weg, te sukkelen en heb je behalve je fietscomputertje geen referentiepunten qua afgelegde en nog af te leggen afstand. Luc heeft zelfs dat niet op zijn teller. Hij heeft wel een hartslagmeter en die stijgt naar alarmerende waarden. Monsieur Marteau staat heel dicht bij hem in de buurt, tikt hem zelfs op de schouder maar kan zijn fatale klap toch niet uitdelen.

Ik moet dringend leren wat goed en juist schakelen is. Denkend dat ik op de kleinste versnelling zit, blijkt dat niet het geval te zijn. De eerste vijf kilometer dus op 39*26 waarna ik probeer of er toch nog ergens (onderkant zadel ?) een kleinere versnelling zit en ja hoor : “klik” doet de versnellingshendel. Nu verder op de ‘29’ waarvan ik dus dacht dat ik er op reed.

De laatste honderden meters zijn nagenoeg vlak maar de kilometer daarvoor gaat het constant naar de elf procent.

Op de top rij ik wat uit en wacht op de anderen. “Ja, man !” is de uitspraak die ons alledrie op de lippen ligt maar we zijn tegelijk zeer tevreden dat we hem opgereden zijn.

We komen wat op adem en vervolgen onze trip. Op de kruising nemen we rechts voor de laatste zes à zeven kilometer van de Col du Chamrousse. De eerste honderden meters denk je : “nou, dit loopt lekker”. Zeker na het gezwoeg op de Luitel. Blijkt een paar kilometer verder dat het zo vlotjes niet blijft lopen, gezien de ondertussen alweer aardig gestegen hartslag.

Het is ook zaak van je niet te ergeren aan de wolk vliegen die hier om je gezicht en armen hangt. Hoewel de anderen me boven vertellen dat zij daar geen last van hadden. Maar ja, ik reed vooraan en de eerste stront vangt de grootste hoop vliegen zeker ? (je kunt de adjectieven ook omkeren)

Luc heeft zich blijkbaar goed voorbereid, des te beter. De Alpencols die we van plan zijn te beklimmen, zijn immers net iets verschillend van een doorsnee Vlaams of Duits (Luc woont nabij Keulen) traject.  Filiep en hij zijn wat aan elkaar gewaagd.

 

Boven op de Chamrousse neem ik een pilletje en rust wat.

Onze assistentiewagen wordt gebeld en een halfuurtje later verschijnt Peter, die hier onder andere is om een paar honderd boeken te verslinden maar die daar niet toe zal komen vrees ik gezien het feit dat we hem steeds opeisen.

We nuttigen een dagschotel (zonder schuim) en dalen af naar Uriage via de noordwestkant van de col. Hele mooie col ook : zeer groen, zeer rustig, zeer goed wegdek.

In Uriage drinken we nog een koffietje en stellen met hem vast dat Luc’s kaars uit is (best dat de was al is gestold).

We keren terug naar de thuisbasis Séchilienne en bellen Peter die ons naar boven brengt. We dringen niet echt aan om de Luitel nog eens per fiets op te rijden.

 

Dinsdag 09/07

 

Vandaag zullen we de profs eens tonen hoe het hoort : zes cols buiten categorie, meneer ! Tweemaal de Croix de Fer (op, af), tweemaal de Glandon (op, af) en tweemaal de Col de la Madeleine (op, af).

De Croix de Fer en de Glandon rijden we perfect synchroon op en af, je kunt haast niet mooier parallel rijden. Vooral niet omdat de fietsen op het autodak gemonteerd staan.

Het fietsmenu bestaat dus uit de Col de la Madeleine, beklimming en afdaling plus een opwarming van een twintigtal minuten. We moeten eerst wel 70 km in de auto zitten tot de voet van de Madeleine in La Chambre. Het prachtdecor compenseert echter veel.

 

Ferm beest, die Madeleine. De eerste paar kilometers draai ik op 39*23 waarna ik naar de ‘26’ schakel want ik heb goed in het hoofd dat het 20 km klimwerk is zonder echte recuperatiemogelijkheden.

Het is blijkbaar een geliefde col bij de motards : veel moto’s tegengekomen zowel klimmend als dalend. Er is redelijk veel verkeer in tegenstelling tot op de Croix de Fer en de Glandon, eveneens prachtcols die nog tamelijk ongerept zijn gebleven.

Fotograaf annex chauffeur Peter heeft zich op diverse punten strategisch opgesteld om mooie plaatjes te schieten maar vergeefs, het toestel weigert dienst. Dan maar geen foto’s.

Na St. François-Longchamp, km 15, neem ik voor het eerst uitgebreider tijd om te genieten van het prachtige panorama dat zich recht voor me uit en links van mij ontvouwt. De laatste vijf kilometer naar de top zijn vrij regelmatig, tussen de zeven en acht procent, maar wegen daarom niet minder. Het steilste stukje bevindt zich iets voor halverwege, aan een tunneltje.

Boven in 1 u.41min. Ik bol een beetje uit, zie dan Peter lezend achter het stuur van de geparkeerde wagen, leg de fiets bij de auto en zoek een rustplaatsje.

Dat vind ik even verderop in het niet zo malse (gezien de keien en keitjes) groen aan de kant van de weg.

De pasta carbonara –spéciale cycliste- boven op de top laat zich bereidwillig en naar onze volle smaak verorberen. Af en toe laten de marmotten zich horen, een geluid tussen fluiten en piepen.

In de afdaling van de Madeleine, naar La Chambre, proberen Filiep en Luc de synchronisatie te perfectioneren : ze slippen zelfs synchroon. Voor Luc hebben ze zelfs een oprit klaargelegd waar hij wat kan bijsturen.

Wijzelf blijken in betere conditie dan onze assistentiewagen, al is het dan een V6. De Passat raakt oververhit. Na deskundig onderzoek wordt vastgesteld dat de schoepen van de ventilator op mysterieuze wijze afgebroken zijn. Staan we hier op de Glandon … Maar geen erg, we wachten een beetje en hij doet het weer. Morgen zal Filiep een Volkswagengarage opsnorren.

 

Woensdag 10/07

 

De rustdag is precies goed uitgekozen want het regent en het ziet ernaar uit dat het voor een tijdje zal zijn. Hoewel, in de bergen kan het weer rap veranderen. Iets na halfelf houdt het op met regenen, klaart het op en wordt het half zonnig maar het betrekt dan weer (dergelijk weer kennen we o zo goed in het vaderland).

Eens naar mijn (en Peters) ouders gebeld.

Peter en ik doen inkopen in het warenhuis Champion langs de N91 in Vizille.

’s Middags eten we een lichte maaltijd want ’s avonds is er barbecue.

Terwijl Luc het museum van de Franse revolutie in Vizille bezoekt, doen Filiep en ik een herstelritje van een dertigtal kilometer, rustig peddelend.

’s Avonds bij de bbq worden de onvermijdelijke anekdoten uit het school- en vrijetijdsverleden opgehaald en brengen we Filiep bij dat alles voortkomt van Tielt en dat Tielts de oertaal is waaruit alle andere talen voortvloeien. Hij was zelf ook al tot die conclusie gekomen.

 

 

 

 

 

Donderdag 11/07

 

Open Monumentendag : vandaag gaat de Galibier voor de bijl, zowel zijn zuid- als noordkant. Met zijn 2645 m. meteen de hoogste top van onze wielerweek.

We starten in La Grave, op de N91, voor de laatste 11 km van de Col du Lautaret. Die is niet echt leuk om op te rijden gezien het nogal drukke verkeer en de eerder smalle en donkere tunneltjes.

Op een kilometer of vier van de top word ik bijgehaald door een jonge gast met geschoren en geoliede benen die er een trapfrequentie à la Armstrong op na houdt.

Wat verder snelt hij van me weg.

 We wachten elkaar op op de top van de Lautaret waar Peter ondertussen al foto’s “in volle actie” heeft genomen. Ook wordt hij als fotograaf ingehuurd door een Tsjechische trucker.

Gezamenlijk vatten we de zuidelijke beklimming van de Galibier aan. Ik blijf een beetje bij Filiep maar besluit wat verder om toch mijn eigen tempo te volgen.

Er zijn pure rasklimmers onder ons : Luc belt tijdens de klim met de GSM naar zijn vader (je moet toch iets om handen hebben…).

Van deze kant is de klim ongeveer acht en een halve kilometer lang en schommelt het stijgingspercentage tussen de vijf en de negen procent. Niet overweldigend dus, in tegenstelling tot het prachtige décor waar we doorheen fietsen op meer dan tweeduizend meter hoogte. De grootsheid en de oertaal van de bergen zijn hier in superlatieven aanwezig.

Het monument voor Tourstichter Desgrange wordt gepasseerd een kilometer onder de top en het blijkt nog een lastige kilometer. Er is zelfs een stukje van 12% kunnen we boven vaststellen op een waarschuwingsbord.

Het is druk op de top en er is niet zo veel plaats. Een grandioos panorama valt hier te aanschouwen.

Ik zet mij wat verder en probeer tot rust te komen maar dat lukt maar half. Reden daarvoor : uitgelaten en kwetterende fransen. Ik word kregelig en begin lastig te worden maar aangezien ik hier toch niet echt kan rusten, besluit ik om de Galibier op het gemak af te dalen naar Valloire, daar een pilletje te nemen en in de auto te rusten.  

 

In  Valloire doen we ons nog te goed aan een “galette” : een soort gevulde pannenkoek geserveerd met een groentenslaatje. Na nog wat rust-in-zit besluiten we om rechtsomkeer te maken en de (zwaardere) noordkant aan te pakken.

Aangezien we al enige klimkilometers in de benen hebben vandaag en zich dat doet gevoelen, schakel ik na enige kilometers over van de ‘23’ naar de ‘26’. De eerste negen kilometer zijn trouwens goed te doen en hoewel we op het warmste deel van de dag rijden, heb ik geen last van de warmte. Trouwens, eens boven de tweeduizend meter koelt het al aardig af. Vanaf het gehucht Plan Lachat, km 9, worden de stijgingspercentages serieuzer en bengelen voortdurend tussen de acht en de tien procent. Op de ‘29’ verder nu voor de resterende acht kilometer. Ik ben niet verbaasd als ik zie hoe af en toe een collega-Galibierist zijn laatste energieresten in zijn pedaalstoten probeert te stampen, hoe sommigen “geparkeerd” en anderen werkelijk te voet staan.

Maar er zijn er ook die nog de goeie cadans hebben en vlotter dan mij naar boven gaan.

 

 

Op de top wacht Peter mij op. Ik duikel in de auto, neem een half pilletje en rust wat. Wij zullen met de auto dalen, afspraak in La Grave.

 

Luc en Filiep belonen zichzelf met de zuidelijke afdaling van de Galibier naar de Lautaret in het ruw maar grandioos landschap. Ze trekken de dalende lijn (in hoogtemeters wel te verstaan) door tot La Grave of de laatste elf kilometers van de Col du Lautaret. Met andere woorden juist de omgekeerde beweging als toen we startten.

 

’s Avonds arriveren Lut (de schoonzus van Filiep) en co : haar twee tieners Jana en Ewa en Anouk, Filieps dochter.

 

 

 

 

 

Vrijdag 12/07

 

Voor de laatste fietsdag van ons verblijf kiezen we om in de buurt te blijven. We moeten nu enkel maar de drie kilometer Luitel afdalen, de weg oversteken en beginnen aan de klim naar l’Alpe du Grand Serre, zijnde de Col de la Morte.

We beginnen al hevig te beven van de naam alleen al (en als je dat niet gelooft…)

 

We vatten de beklimming in gesloten peloton aan, waarschijnlijk indrukwekkend om te zien : zo’n compacte bende van drie man. Eens doet de een wat kopwerk, dan geeft de ander het tempo aan. De hele klim leggen we zij aan zij af.

De helling is zeer regelmatig, constant tussen de zeven en acht procent. Je slaagt er dus goed in om het juiste ritme te vinden. We doen er toch langer over dan gedacht.

Boven zijn ze voorbereidselen aan het treffen voor een of ander plaatselijk feest : een heleboel tenten en muziek. Wat verder slurpen we een koffietje of een cola.

De afdaling is mooi en overzichtelijk. Tot voorbij halverwege kan ik Luc en Filiep bijhouden maar dan laat ik hen gaan omdat ik al op de grens zat om in het spoor te blijven en omdat ik een verwittiging krijg van een wegschuivend voorwiel.

 

 

Voilà, de cols zitten er op. Er staan er voorlopig gene meer op de menukaart.

Terug in Séchilienne splitsen we : Luc voelt de onweerstaanbare drang om het stuk Luitel tot en met de afslag naar de gîte te bedwingen en Filiep en ik peddelen via Vizille naar Uriage en terug.

Peter pikt ons op aan het pleintje in Séchilienne waarna we douchen, eten en rusten.

Lut, Jana, Ewa en Anouk pakken Filiep van ons af (eindelijk) en zij vertrekken rond 15u. naar de omgeving van de Mont Ventoux. Daar wil Filiep morgen samen met de “Biking Doctors” –waar zijn broer bij is- de Reus van de Provence bedwingen.

Iet of wat klimritme heeft hij hier alvast kunnen opdoen.

Peter en Luc doen nog een boodschap in Vizille en hangen daar wat den toerist uit, ’t is maar te hopen dat ik geen klachten krijg.

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 13/07

 

0345 u. : opstaan, koffie + potje cornflakes

0500 u. : TGV Grenoble

0937 u. : Lille Europe, waar het pijpenstelen regent. Zus Marianne vaart ons terug naar Belzenland. Peter wordt in Kortrijk aan de statie afgezet terwijl ik eerst nog wat wil rusten bij Marianne in Heule.

Kort na de middag neem ik de trein naar Zottegem.

 

 

 

Gereden kilometers                                                    Klimkilometers

-------------------------                                                 --------------------

 

zo.   52                                                                          11

ma.  74 (Filiep 79)                                                        16 à 17

di.    40 à 50                                                                  20

wo.  32                                                                           -  (herstelrit)

do.    57 (Filiep en Luc 77)                                             36 à 37

vr.     65 (Luc 48)                                                           13,5 (Luc 16,5)

 

totaal= 325 (350)                                                          totaal= 97,5 (101,5)

 

 

 

 

 

Jan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

COLS

 

*Col d’Ornon ;  lengte = 11 km

                           hoogte = 1373 m

                           hoogteverschil = 603 m

                           gemiddelde stijging = 5,5%

 

*Col du Luitel ; lengte = 10 km

                          hoogte = 1265 m

                          hoogteverschil = 901 m

                          gemiddelde stijging =  9%

 

*Col du Chamrousse ; de laatste 6 à 7 km van de zuidwestkant beklommen,

                                     tussen 6 en 7,5%

         

*Col de la Madeleine ;  lengte = 20 km

                                      hoogte = 1995 m

                                      hoogteverschil = 1547 m

                                      gemiddelde stijging = 7,7%

 

*Col du Lautaret ; laatste 11 km van de westkant gedaan, tussen de 4 en 7%

 

*Col du Galibier ; zuidzijde :  lengte = 8 km                            

                                                hoogte = 2646 m

                                                hoogteverschil = 588 m

                                                gemiddelde stijging = 7,4%

 

                              noordzijde : lengte = 17 km

                                                  hoogte = 2646 m

                                                  hoogteverschil = 1226 m

                                                  gemiddelde stijging = 7,2%

 

*Col de la Morte ;  lengte = 14,5 km (13,2 km klim, 1,3 km vlak)

                               hoogte = 1370 m

                               hoogteverschil = 1006 m

                               gemiddelde stijging = 6,9%

 

(gegevens cols uit “Fietsen in de Franse Alpen” van Alex Polfliet en via www.inpg.fr/VELO/route/cols en http://home.hccnet.nl/b.evers/Profielen)