ALGEMEEN OVERZICHT VAN MOGELIJKE MEDISCHE PROBLEMEN BIJ FRETTEN. Inwendige blokkage. Wordt veroorzaakt door het opeten van iets onverteerbaar zoals een potloodgum, een elastiekje, een stukje beddegoed of zelfs een bijeenge- spaarde haarbal door het likken van de vacht bij het dagelijks toilet. Zelfs een stukje aardappel, wortel of een ander onverteerbaar plantaardig snoep- je kan de aanzet zijn tot een inwendige blokkage. De mogelijke symptomen zijn het ontbreken van beweging van de ingewanden (geen transit van het voedsel door de ingewanden), constipatie (verstopping), opgezwollen buik, braken, kwijlen, enz. De verstopping kan zich voordoen op gelijk welk punt in het verterings- stelsel, gaande van in de keel tot in het laatste deel van de darmen. Soms bevindt de "prop" zich zelfs in de maag waar ze zich kan verplaatsen en de symptomen niet constant aanwezig zijn. Blokkages zijn serieus te nemen want bij niet-verzorging zijn ze meestal fataal. Het belangerijkste bij een blokkage is de fret gehydrateerd (vocht in het lichaam op pijl) te houden. Dit is te realiseren door de fret alle 4 uur 5cc water in de bek te spuiten door middel van een injectiespuit.(zonder naald) Wat je ook kan proberen voor het bezoek aan de dierenarts (wel niet te lang wachten!) is de fret elke 30 minuten een serieuze dosis anti-haarbalmiddel te geven en te controleren of de blokkage zelf op te lossen is. Indien er geen oplossing is onmiddellijk naar de dierenarts voor radiologisch onderzoek en/of chirurgische ingreep voor verwijdering van de blokkage. Preventie tegen haarballen bekom je door tijdens de verharingsperiode geregeld anti-haarbalmiddel toe te dienen. Bij meerdere fretten opletten, ook al is één fret niet in de rui, ze helpen elkaar bij het toilet maken. Tumoren of letsels aan de bijnieren. (bijnieradenoom of bijnieradenocarcinoom) De mogelijke symptomen zijn haarverlies beginnende vanaf de basis van de staart tot over het hele lichaam, grote vermoeidheid, verlies van eetlust en coördinatieverlies bij het gebruik van de achterpoten. Bij de vrouwtjes is het meest in het oog springend teken de opgezwollen vulva, net of ze loops zijn. Het feit van sterilisatie speelt op dat moment niet meer mee. Soms gebeurt het dat het dier geen symptomen vertoont ook al is een tumor aanwezig, dus is het aangeraden dat bij gelijk welke operatie ook de bijnieren worden gecontroleerd. Meestal bevindt de tumor zich aan de linker bijnier. Tumor aan de pancreas. (Insulinoom) Dit is een tumor aan de insulineproducerende cellen van de pancreas. Een gevolg hiervan is een overproductie van insuline. Deze overproductie van insuline heeft dan op zijn beurt een te lage bloedsuikerspiegel in het bloed tot gevolg. Dit soort tumor is gemeengoed in ouder wordende fretten, zij het dikwijls zonder opvallende symptomen. Ook hier kan bij gelijk welke operatie even de toestand van de pancreas gecontroleerd worden. Symptomen zijn grote vermoedheid, verlies van eetlust, waggelende onzekere manier van lopen, krabben aan de bek,enz. In verder gevorderde gevallen zijn er ook onderbrekingen in de bezigheid (een beetje dom voor zich uit staan staren) tot zuivere toevallen indien de hersenen volledig zonder glucose (suiker) vallen. Een voorlopig hulpmiddeltje om je fret uit een toeval te halen is het tandvlees in te wrijven met honig of rietsuikerstroop. Niet te veel, net genoeg om hem uit de toeval te halen voor je naar de dierenarts vertrekt. Tumor aan het lymfeklierstelsel. (Lymfoom of lymfosarcoom) Hierin bestaan 2 types, de gewone lymfoom en diegene die jonge fretten treft. De gewone lymfoom komt meestal voor in oudere fretten en veroorzaakt vergrote lymfeknopen en ongeregeldheden in het bloedbeeld. Dikwijls vertoont de fret geen symptomen tot de tumor(en) ver gevorderd is(zijn) en de fret plots zeer ziek wordt. Diagnose wordt gesteld via onderzoek van lichaamsvocht uit een punctie, of onderzoek van een biopsie op een lymfeknoop en het enige middel is chemotherapie. Jeugdig lymfoom verloopt volledig anders. Het komt voor bij fretten onder de 14 maand en veroorzaakt meestal geen vergrote lymfeknopen. Hier slaat de tumor snel en ongenadig toe. Vergrote milt In situaties waar geen neoplasma (gezwel) aanwezig is, zoals bij een lymfosarcoom, moeten de voor-en nadelen van een operatieve verwijdering van de milt besproken worden met de dierenarts. Heeft de fret enkel een licht vergrote milt, maar geen symptomen van ziekte of ongemak, dan is het waarschijnlijk het beste geen onnodige operatie uit te voeren. Heeft het dier ongemak van de gezwollen milt met symptomen zoals verminderde activiteit, slechte eetlust, algemene vermoeidheid en slechte conditie dan is het tijd de verwijdering van de milt te overwegen.
Deze ziekte wordt dikwijls veroorzaakt door een besmetting met de bacterie Helicobacter Mustelae. ( zie hieronder) Mits goede post-operatieve zorg is er tot 90% kans op genezing na de operatie. Besmetting met Helicobacter Mustelae. Bacteriële besmetting van het maagslijmvlies. Deze bacterie is veelvoorkomend in fretten. Dieren met een langdurige besmetting (meestal oudere dieren) kunnen maagproblemen (maagzweren) ontwikkelen door het feit dat de bacterie de zuurproductie in de maag kan verminderen. De mogelijke symptomen zijn herhaaldelijk overgeven, geen eetlust en tekenen die wijzen op maagzweren. Helicobacterinfectie en maagzweren gaan dikwijls hand in hand. Ook al is het verband tussen besmetting en daaropvolgend de vorming van maagzweren nog niet volledig bewezen, onderzoek in deze richting is volop aan de gang. Huidreacties na een vaccinatie. Onderhuidse vaccinaties met rabiesvaccin (honsdolheid) of gelijk welk ander vaccin kan gedurende de weken volgend op de injectie een harde knobbel veroorzaken op de injectieplaats. De knobbel bestaat eigenlijk uit een gebied met ontstoken huid en manifesteert zich het meest in de halsstreek. Vergelijkbare huidbeschadigingen komen ook voor bij de hond en de kat na vaccinatie. Infecties van de urinewegen en prostaatproblemen. Symptomen zijn: dikwijls urineren, urineren met moeite (dikwijls met gekreun), een duidelijk meer ruikende of raar uitziende urine. Niet-gestereliseerde loopse vrouwtjes en gestereliseerde vrouwtjes met gezwollen vulva, door een gezwel aan de bijnier(en), zijn het meest blootgesteld aan deze infecties. Behandeling bestaat er meestal in de fret een kuur met antibiotica te laten ondergaan. (meestal met Amoxicillin) Indien geen verbetering optreedt kan het zijn dat er zich nierstenen gevormd hebben. Bij de mannetjes kan het zijn dat wat lijkt op een infectie van de urinewegen een onsteking van de prostaatklier is, meestal veroorzaakt door een bijnierprobleem. In dit geval kan de prostaat die normaal heel klein is, duidelijk gevoeld worden (palpatie) en bij druk op prostaat wordt een groenige substantie uitgeplast. Meestal wordt bij verzorging van het bijnierprobleem ook het prostaatproleem opgelost. Bloedarmoede. (Anemia) Is een veel voorkomende doodsoorzaak bij niet-gesteriliseerde vrouwtjes. De oorzaak hiervan is een lichamelijke toestand veroorzaakt door een hoog niveau aan oestrogeen hetwelk tijdens de loopse periode bij het vrouwtje wordt aangemaakt. Dit hoog niveau aan oestrogeen onderdrukt op zijn beurt de productie van rode en witte bloedcellen in het beenmerg. Deze onderdrukking van de beenmergwerking is onomkeerbaar en finaal sterft het vrouwtje aan zware bloedarmoede, bloedingen (daar het bloed niet meer de juiste samenstelling heeft stolt het ook niet!) en secundaire bacteriële infecties daar er onvoldoende witte bloedcellen zijn om besmettingen te bekampen. Symptomen kunnen opgemerkt worden bij loopse vrouwtjes die langer dan 1 maand ongedekt blijven. Ze kunnen tot 180 dagen (6 maand!) loops blijven indien geen dekking plaatsvindt. Een algemeen symptoom is volledige verzwakking en eventueel plotse verslechtering van het gebruik van de achterpoten en verlies van eetlust. Meestal treedt ook een opgemerkt haarverlies tot zelfs gedeeltelijke kaalheid op, beginnende bij de basis van de staart. (zoals bij bijnierproblemen) Bij nader onderzoek van het tandvlees ziet dit er lichtroos of zelfs wit uit en soms ziet men kleine inwendige bloedingen onder de huid. Een volledig bloedonderzoek moet uitwijzen hoe ver de beenmergdepressie gevorderd is. Is de toestand te ver gevorderd dan is euthanasie de enige oplossing. Wordt het probleem vroeg genoeg opgemerkt kan het probleem weggewerkt worden door een sterelisatie, meervoudige bloedtransfusies en daaropvolgend ondersteunende therapie. (Fretten hebben geen aanwijsbare bloedgroep, dus elke stevige fret kan dienst doen als donor) Als preventie tegen dit soort bloedarmoede kunnen de vrouwtjes, niet voorbestemd voor de kweek, het best op 6 maand ouderdom gestereliseerd worden. De kweekvrouwtjes die op dat moment niet bevrucht kunnen/mogen worden kunnen met hormoneninjecties (HGC Human Chorion Gonadotrofine ) uit hun loopsheid worden gehaald. Heel af en toe wordt ook gebruik gemaakt van een gestereliseerde mannetjesfret. (hier zijn de zaadleiders enkel onderbroken, dus het dier wordt nog steeds bronstig en vertoont dekgedrag) Op deze manier veroorzaakt men een schijnzwangerschap. Onsteking van de anaalklier(en). Wordt veroorzaakt door een blokkage van de natuurlijke afscheidingsweg of door produktie van een ongewoon dikke kliervloeistof. Meestal zijn er geen noemenswaardige symptomen op te merken en het schijnt de fretten weinig pijn te berokkenen. Indien de klier "springt" is er soms een scheurtje op te merken in de huid naast de anus en de fret zal zich daar dan meer likken. Een mogelijke therapie is de operatieve verwijdering van de anaalklieren bij veelvuldige ontstekingen. Voor dit probleem bestaat geen preventiepolitiek en het probleem komt niet genoeg voor om de standaard verwijdering van de anaalklieren goed te keuren. Grauwe staar. (Catharact) Veroorzaakt door het ondoorzichtig worden van de ooglens. Het licht kan niet meer doordringen tot op het netvlies en het dier wordt blind. Bij fretten valt het op dat het probleem zich meestal voordoet bij fretten jonger dan 1 jaar en er wordt van uit gegaan dat het grotendeels erfelijk is. In andere gevallen wordt het veroorzaakt door hoge leeftijd of door een beschadiging van het oog. De ogen hebben een witte tot blauwachtige sluier over de pupil. Echte andere symptomen zijn er niet daar fretten een slecht zicht hebben en er niet bijzonder op vertrouwen. De meeste eigenaars zijn meestal verrast als ze horen dat hun fret blind is. Er bestaat geen therapie. De enige preventie tegen erfelijke catharact is het niet verder gebruiken van de kweekfretten, dragers van het probleem. Hartproblemen. (Cardiomyopathie) Is een ziekte van de hartspier die meestal voorkomt bij fretten vanaf 3 jaar oud. De ziekte wordt veroorzaakt door een abnormale verdikking of verdunning van de hartwand waardoor normale bloeddoorstroming en pompwerking van het hart bemoeilijkt wordt. Symptomen zijn een opmerkelijke vermindering van dagelijkse activiteit, vermeerderde rustpauzes tijdens het spel, grote moeite om uit de slaap te komen. Tijdens het verdere verloop van ziekte komt hier nog hoesten, bemoeilijkte ademhaling, verzameling van vocht in de buik en een algemeen conditieverlies bij. Diagnose wordt gesteld aan de hand van radiografie en ECG (electrocardiogram= meten van de elektrische impulsen die het hart doen samentrekken.) Medicatie is afhankelijk van het soort cardiomyopatie. Genezing is onmogelijk, de therapie berust er in de symptomen te verlichten, de werkdruk van het hart te verkleinen en pogen de levensduur zo te verlengen. Eén van de mogelijke oorzaken die aan de grond van dit probleem kan liggen, zou het ontbreken zijn van taurine (aminozuur) in de dagelijkse voeding van de fret. Nierstenen. (Urolithiasis) De oorzaak hiervan staat nog niet vast. Een voeding met een hoog asgehalte en mogelijk een verborgen bacteriële of virale infectie, zelfs een genetische voorbestemming kunnen allemaal een rol spelen. Alleszins wordt de ziekte raar en zelden opgemerkt in fretten die een kattenvoeding met laag asgehalte gevoerd krijgen. Symptomen zijn bloed in de urine, moeite bij het plassen (soms gepaard gaand met gekreun of gekrijs), gruis in de urine en in het slechtste geval een complete blokkage en dus de onmogelijkheid te urineren met een eventuele depressie, coma of de dood ten gevolge. De verzorging hangt af van de grootte van de nierstenen. Chirurgische ingreep of overschakeling op speciale voeding behoort tot de mogelijkheden. Prevetief voert men dus best voeding met een laag asgehalte. |