Doel van het spel
De speler die op het einde van het spel het meeste geld
heeft verdiend, wint het spel.
Spelmateriaal
. 104 speelkaarten onderverdeeld in 8 bonensoorten
. 6 'derde bonenveld'-kaarten
Spelvoorbereiding
. De 'derde bonenveld'-kaarten worden klaargelegd.
. De 104 bonenkaarten worden goed geschud. Elke speler
ontvangt er één voor één 5 van. De volgorde van de
kaarten moet bewaard blijven. Een nieuwe kaart wordt
steeds achter de voorheen ontvangen kaarten gestopt.
Het sorteren van de ontvangen kaarten is dus niet toegestaan. De eerste kaart die een speler krijgt, komt bovenaan zijn stapeltje, de andere worden er in volgorde achter
gestoken.
. De resterende kaarten worden verdekt (met de munt-zijde
naar boven) als één voorraadstapel midden op tafel gelegd.
. De speler links van de deler begint het spel.
Spelverloop
. Op elke bonenkaart staat bovenaan afgebeeld hoeveel
kaarten er van die bonensoort beschikbaar zijn. Het aantal beschikbare kaarten varieert van 6 tot en met 20.
Onderaan de bonenkaart staat de 'bonometer' afgebeeld.
Deze geeft aan hoeveel de verkoop van de betrokken
bonen - afhankelijk van het aantal aangeboden bonen -
kan opbrengen. De maximale opbrengst van een verkoop bedraagt 4 munten/punten. Op de achterzijde van
een bonenkaart staat steeds één punt/munt afgebeeld.
. Bij aanvang van het spel kan een speler over één of
twee bonenvelden beschikken door één of meerdere bonen-kaarten voor zich af te leggen op tafel. Een bonenveld bestaat steeds uit een rij van bonen van dezelfde
soort. Verder in het spel kan een speler ook een derde
bonenveld kopen. Dit kost hem 3 munten, maar geeft
hem ook het recht om drie bonenvelden te bewerken in
plaats van 2. Hij ontvangt dan een 'derde bonenveld'-
kaart.
. De speler die aan de beurt is, moet 4 acties uitvoeren :
. Bonenkaart(en) uitspelen : De speler moet de bovenste (eerste) kaart van zijn stapeltje op één van zijn
bonenvelden leggen. Hierbij moet de afgelegde bonenkaart overeenstemmen met de soort van het bonenveld. Indien gewenst mag de speler ook zijn volgende (tweede) bonenkaart afleggen op één van zijn
bonenvelden. Het gebeurt vaak dat een speler de
bovenste bonenkaart van zijn stapeltje niet kan afleggen op één van zijn twee (of drie) bonenvelden. In dit
geval moet hij eerst plaats maken voor zijn bovenste
kaart door één volledige bonenrijen te verkopen.
Bonenveld verkopen : Hierbij kiest een speler één
van zijn velden en vergelijkt het totale aantal bonen
dat op dat veld ligt met de bonometer van die soort
bonen. Hij is verplicht om alle bonen op dit veld te
verkopen, ook al leveren enkele ervan hem geen
munten op. De speler ontvangt het aantal munten
waarop de bonen hem recht geven door een overeenkomstig aantal bonenkaarten om te draaien op de
munt-zijde. De resterende bonenkaarten van dit veld
die geen munten opleverden worden zichtbaar op de
aflegstapel gelegd. Belangrijk : Een bonenveld waarop zich slechts één bonenkaart bevindt, mag niet verkocht worden. De enige uitzondering hierop vormt de
situatie waarbij een speler op geen enkel veld meer
dan één boon heeft liggen. In dit geval kiest hij zelf
de bonensoort die hij wil opruimen. Hij ontvangt hiervoor echter geen munten/punten. Hij legt de gekozen
bonenkaart op de aflegstapel.
. Bonenkaart(en) verhandelen of schenken : De speler neemt 2 bonenkaarten van de voorraadstapel en
legt deze zichtbaar voor iedereen voor zich op tafel.
Indien gewenst, behoudt hij één of beide kaarten en legt
ze bij zijn derde actie (zie verder) op zijn bonen
veld(en), of hij biedt één of beide bonenkaarten aan aan
zijn medespelers. In het laatste geval kan hij zijn medespelers een voorstel doen om één of beide bonenkaarten
te wisselen. Bv. "Wil er iemand deze bonenkaart voor
een rode bonenkaart wisselen ?". Indien gewenst mag
hij of zijn medespelers bij deze ruil ook handkaarten gebruiken. De positie van de handkaarten heeft geen invloed op hun inzetbaarheid bij een ruil. Belangrijk is wel
weer dat de volgorde van de handkaarten niet veranderd
mag worden. Om deze reden mag een handkaart alleen
maar genomen worden op het moment dat ze effectief
geruild gaan worden en niet eerder. Medespelers mogen
tijdens handel alleen handkaarten aanbieden. Indien
gewenst mag meer dan één bonenkaart aangeboden
worden voor één andere. Er mag alleen handel gedreven worden met de speler die aan de beurt is, onderhandelingen tussen andere spelers zijn niet toegestaan. Alle
kaarten waarmee onderhandeld werd, worden door alle
spelers goed zichtbaar voor zich naast de bonenvelden
op tafel gelegd. Deze kaarten mogen niet meer gebruikt
worden om verder te onderhandelen, noch mogen zij
terug ter hand genomen worden. Als geen enkele speler
nog wil onderhandelen, is deze fase voorbij.
Indien gewenst mogen spelers ook bonenkaarten schen -
ken aan andere spelers. De speler die aan de beurt
is, mag de kaarten die hij van de voorraadstapel heeft
genomen of handkaarten weggeven. Andere spelers
mogen alleen handkaarten geven aan de speler die
aan de beurt is. Geschenken mogen geweigerd worden !
. Bonenkaarten afleggen : Alle spelers moeten tijdens
deze fase de verhandelde bonenkaarten op hun bonenvelden leggen. De speler die aan de beurt is,
moet de behouden of bekomen bonenkaarten nu op
de passende bonenvelden leggen. Indien hij dit niet
kan, is hij verplicht om plaats te maken door één van
zijn bonenvelden te verkopen (zie fase 1).
. Nieuwe bonenkaarten nemen : De speler die aan de
beurt is, neemt één voor één 3 nieuwe bonenkaarten
van de voorraadstapel en neemt deze ter hand. Hij
voegt ze in de volgorde zoals hij ze genomen heeft
achter de kaartjes die hij reeds in zijn hand had.
. Nu is de volgende speler in uurwijzerzin aan de beurt.
. Spelers mogen op elk moment - dus ook als ze niet aan
de beurt zijn - eigen bonenvelden verkopen of een 'derde
bonenveld'-kaart kopen. Indien gewenst mogen spelers
ook allerlei beloften maken en zich daaraan achteraf niet
houden.
| B O H N A N Z A | ||
| Amigo | Rosenberg, Uwe | 1997 |
| 3 - 5 spelers | vanaf 12 jaar | 45 min. |