** Hoofdmenu: maak uw keuze! **
Geschiedenis Tun versus Be De islam Economie Klimaat Kunst(ig) Woordenlijst Diverse
Tunis Kairouan Sbeitla Tozeur Douz Matmata Djerba El Jem Monastir Sousse HOME

Geschiedenis

De prehistorie en oudheid

TunesiŽ had, tienduizenden jaren geleden, een vochtig klimaat en bestond uit veel bossen en een totaal andere vegetatie. Zijn bewoners leefden er in kleine rondtrekkende groepen van de jacht en de visserij.
Langzaam werd het klimaat echter veel droger en de bewoners trokken van het zuiden naar het noorden. Daar werd, vanaf 6000 tot 5000 v.C, een rondtrekkend bestaan ingeruild voor een vaste standplaats waarbij de bewoners dieren gingen houden en gewassen werden verbouwd.
slagschipRond 1100 v.C was er een machtig zeevarend volk dat nederzettingen stichtte langs de Afrikaanse kust: dit waren de FeniciŽrs. Zij stichtten in 814 v.C de stad Carthago, gelegen op de heuvel Byrsa even buiten het huidige Tunis, dat snel uitgroeide tot een bloeiend handelscentrum en een politieke en militaire grootmacht.
Het Carthaagse rijk omvatte SiciliŽ, SardiniŽ, Corsica, de Balearen en delen van Zuid-Spanje.
Door zijn strategische ligging kwam Carthago vanaf de derde eeuw v.C in conflict met Rome. Dit resulteerde in de drie Punische oorlogen tussen Rome en Carthago. In de Eerste Punische Oorlog versloegen de Romeinen de Carthaagse vloot in 242 v.C.
HannibalDe legendarische generaal Hannibal bedreigde de Romeinen op hun eigen grondgebied door met een enorm leger met olifanten over de Alpen naar Rome te trekken. Helaas werden de Carthageners tijdens de slag bij Zama in 202 v.C (Derde Punische Oorlog) verslagen en hun stad Carthago werd volledig verwoest. Carthago behoorde vanaf dan tot de Romeinse provincie Afrika, waar vele Romeinse kolonisten zich vestigden.
Vanaf de 2de en 3de eeuw n.C verspreidde het Christendom, afkomstig vanuit het Midden Oosten, zich over het Romeinse rijk.
Onder de leiding van Geiserik, behorende tot de Germaanse stam de Vandalen, werd vanuit Spanje Noord-Afrika binnengevallen. Van hieruit werden plundertochten ondernomen naar de landen en eilanden rond de Middellandse Zee. In de 5de en 6de eeuw n.C behoorde Carthago tot het rijk der Vandalen.
In 543 werden de Vandalen op hun beurt verdreven door de Byzantijnen waarna voor Carthago een nieuwe bloeiende periode aanbrak.

De Arabische tijd

Na de dood van Mohammed in 632 veroverden de Arabieren in relatief korte tijd Noord- Afrika.
Het was pas in 698 dat de Byzantijnen door de Arabieren werden verdreven en TunesiŽ veroverd werd. Deze gebeurtenis was zeer ingrijpend voor de bevolking: vanaf de 7de eeuw gingen zij over tot de islam en in de eeuwen erna namen ze de Arabische taal en cultuur over.
In 800 werd Ibrahim ibn al-Achlab tot stadhouder benoemd en hij stichtte de eerste Tunesische dynastie, die van de Aghlabieden.
Gedurende deze periode werden de grootste historische monumenten van TunesiŽ gebouwd: de Jemaa ez Zitouna in Tunis en de Grote Moskee in Kairouan en Sousse.
In 909 volgde de dynastie van de Fatimieden. Die veroverden in 969 ook Egypte en voor TunesiŽ werd een Berberse stadhouder benoemd. Op zijn beurt maakte deze zich onafhankelijk en stichtte de dynastie van de Zirieden.
BarbarossaRond 1050 kwam het tot een breuk tussen TunesiŽ en Egypte. Roger II van SiciliŽ maakte hiervan gebruik om in 1148 de kuststreek te bezetten.
De Almohaden uit Marokko veroverden in 1159 TunesiŽ en maakten Tunis als hoofdstad. In 1207 werd Abd al_Wahid de stadhouder van Tunis, die maakte zich in 1228 los van Marokko en stichtte de dynastie van de Hafsieden. TunesiŽ beleefde hierna 3 eeuwen van welvaart en culturele bloei.
In 1534 werd Tunis bezet door de piraat Barbarossa.
Karel V herstelde in 1535 de Hafsieden onder Spaans bewind.

De Turkse periode

In 1574 heroverden de Ottomanen TunesiŽ opnieuw van de Spanjaarden. Het land werd een Ottomaanse provincie met aan het hoofd een door de sultan aangestelde pasja.
Deze benoemde de bei, die als taak kreeg de belastingen te innen en te beheren. Al snel was het de bei die fungeerde als echte machthebber van de staat. Zo ook werd in 1591 de sultan vervangen door een regent, de dei.
In 1702 eigende Ibrahim al-Sjarif zich zowel de titel van pasja, dei en bei toe!
In 1705 werd hij echter opgevolgd door Hoessein ban Ali Turki. Zodoende ontstond de dynastie der Hoesseinieden. Hierna volgde een periode van welvaart voor TunesiŽ waarbij naast zeeroverij ook landbouw en handel veel geld opbracht.
In het begin van de 19de eeuw eisten de Europese landen de afschaffing van de piraterij en slavernij. Dit kostte TunesiŽ natuurlijk zeer veel geld, met grote armoede tot gevolg. Ook de verovering van Algiers door Frankrijk in 1830 had grote gevolgen voor TunesiŽ: door het tekort aan geld werden de belastingen verhoogd wat aanleiding gaf tot volksopstanden.
In 1861 gaf Mohammed al-Sadic aan TunesiŽ een van tevoren door Napoleon III goedgekeurde grondwet.

De Franse periode

Vanuit Algerije vielen in 1881 Franse troepen TunesiŽ binnen. In 1883 werd Ali IV gedwongen tot het ondertekenen van het verdrag van Mersa, waarmee TunesiŽ officieel tot Frans protectoraat verklaard werd. Op grote schaal trokken kolonisten naar TunesiŽ.
In 1920 werd de Destourbeweging opgericht, met als doel de oprichting van een regime met zelfbestuur voor TunesiŽ. In 1925 werd de Destour door de Fransen verboden. Begin jaren dertig kwam de Destour opnieuw naar voren, maar zij raakte verdeeld in een gematigde en radicale groep.
Habid BouguibaDe radicale groep splitste zich in 1934 af onder de leiding van Habid Bouguiba (geboren in Monastir in 1903) en vormde een nieuwe partij: de Nieuwe-Destour-partij. Deze partij riep op tot een politiek verzet tegen de Franse overheersing.
Bourguiba werd gearresteerd en verbannen naar het zuiden van TunesiŽ. In 1936 werd hij vrijgelaten. In 1938 bereikten de botsingen tussen de Tunesische nationalisten en de Fransen een hoogtepunt, de staat van beleg werd afgekondigd en de leiders werden gevangen genomen en naar Frankrijk afgevoerd.
In 1949 keerde Bourguiba terug naar TunesiŽ en in 1950 deed de Nťo-Destour nieuwe voorstellen aan de Fransen: overdracht van de soevereiniteit en van de uitvoerende macht aan TunesiŽ. Door de vele demonstraties en stakingen werden in 1952 Bourguiba en andere leiders van de Nťo-Destour weer gevangengezet en de Fransen benoemden een militair bestuur.
In 1954 deden de Fransen nieuwe voorstellen om te komen tot een binnenlands zelfbestuur voor TunesiŽ en in 1955 werd een slotovereenkomst bereikt die de binnenlandse autonomie van TunesiŽ regelde.
Een kleinere groep, onder de leiding van Salah ben Youssef, voerden terreurdaden uit tegen de Fransen en tegen leden van de Nťo-Destour, dit als protest tegen de overeenkomst.
In 1955 werd Salah ben Youssef met zijn aanhangers uit de partij gestoten en Bourguiba herkozen als voorzitter van de partij.

De Onafhankelijkheid

Op 20 maart 1956 werd de onafhankelijkheid van TunesiŽ door Frankrijk herkend. In de maanden die hierop volgden werden verkiezingen gehouden, de monarchie afgeschaft en werd Bouguiba gekozen tot president van de Tunesische republiek.
In 1958 verbrak TunesiŽ, naar aanleiding van een Frans bombardement op een grensdorp, de relaties met Frankrijk en eiste volledige terugtrekking van de Franse troepen. In 1961 herhaalde Bouguiba deze eis en maakte hij bovendien aanspraak op een Algerijns deel van de Sahara.
In 1963 trokken alle Franse troepen zich terug uit TunesiŽ en kregen ze het grondgebied van de Franse kolonisten terug. In 1975 werd Bouguiba verkozen tot president voor het leven.
In de tweede helft van de jaren zeventig verzetten studenten en de vakbond zich tegen de regeringspolitiek. Premier Nouira bleef voorstander van de harde aanpak en er werden ministers ontslagen en het vakverbond werd in de gevangenis gegooid. Bij de parlementsverkiezingen van november 1981 werden er voor het eerst meerdere partijen toegelaten: geen van allen behaalde de kiesdrempel!

Het Islamitisch fundamentalisme

Ben AliIn de jaren tachtig manifesteerde zich een islamitisch-fundamentalistische beweging. De overheid trad hier hard tegen op. President Bouguiba ontsloeg in 1984 premier Mzali.
In oktober 1987 werd generaal Ben Ali tot premier benoemd en deze liet op 7 november 1988 de bejaarde Bouguiba tot ongeschikt ("geestesziek") verklaren om nog langer het presidentschap te vervullen en nam zelf de macht over.(Bourguiba overleed in Monastir in april 2000)
In zijn buitenlandse politiek oriŽnteerde TunesiŽ zich duidelijk op de Arabische wereld: de PLO vestigde zijn hoofdkwartier in Tunis!
Met grote meerderheid werd president Ben Ali opnieuw herkozen in maart 1994: zowel op de gang van zaken bij de verkiezingen als op de mensenrechten kwam veel kritiek uit binnen- en buitenland.
In 1996 kwamen in Tunis de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken bij elkaar om een gezamenlijk standpunt in te nemen tegen het terrorisme.
Tijdens de verkiezingen op 24 oktober 1999 werd Ben Ali opnieuw herkozen als president van de republiek en dit met 99,4% van de stemmen...

naar vorige: 'Startpagina' naar boven: 'Hoofdmenu' mail naar: f.vanlil@yucom.be naar volgende: 'TunesiŽ versus BelgiŽ'

Last updated 8.4.2006