DILBEEK ATLETIEK CLUB 1950-2005

Hoe het allemaal begon

1950 - 'den DAC' wordt gesticht
2000 - enkele bevoorrechte getuigen gaan terug in de tijd
Exacte feiten, vage herinneringen en sappige anekdotes samen gegoten tot een collage van het rijke verleden van de vijftigjarige 'koninklijke' club.
Roger VAN LIERDE interviewde Jacques BAUDEWIJNS, Louis VAN DER GRACHT, Corneel en Jos COBBAERT, Gustaaf MOENS, 'Soerke' MEERT, Piet DE PAUW en Ignace VANDER CAM. Linn MARES verwerkte een deel van deze gegevens tot de volgende tekst.


Het prille begin

"Elk jaar werd er een meeting gehouden aan het gemeentehuis. Een wedstrijd tussen 'de Kajotters' (KAJ) van onderpastoor Verbiest en 'de Sporta', een club van doofstommen. Dat was voor het plezier" vertelt Jacques Baudewijns als atleet één van de medestichters van de club.
Ook Louis Van Der Gracht was er toen bij. Hij herinnert zich dat ze met de Kajotters veel aan sport deden. "Mijn eerste cross was bij de Kajotters. We gingen hier en daar lopen, en gingen met de fiets naar de wedstrijd. Ik wist toen nog niet hoe dat ging in een koers, en kwam die eerste cross als vierde aan. William Kevers, de vorige voorzitter van de LBFA (franstalige atletiekliga), heeft me toen gezegd dat ik 'nog ne goeie' kon worden. Dat heb ik altijd goed onthouden!".
Uit die Kajotters van onderpastoor Verbiest is met onder andere de hulp van Jos Jansen in 1950 'den DAC' ontstaan. Jos Jansen was tot dan als atleet actief bij Union, en kwam in Dilbeek lopen omdat zijn vrouw er woonde. Hij werd trainer. Twee maal per week was de omgeving van het gemeentehuis het oefenterrein. Nog een getuige van het eerste uur is Jef Cobbaert. Hij weet nog dat de allereerste uitstap met de club naar de cross in het Drie Linden stadion in Bosvoorde was. Louis Van Der Gracht tekende er als kadet onmiddellijk voor een overwinning, zijn eerste wapenfeit voor den DAC. Al was dit nog niet in de clubkleuren. Die eerste wedstrijd werd immers gelopen zonder uitrusting, en de atleten moesten ook zelf opdraaien voor de verplaatsingskosten.


Kampioenen en andere vedetten

Bij de senioren kwamen Jacques Baudewijns en Frans Van den Driessche uit. "Als wij een wedstrijd liepen gaven we zeker niet op" vertelt Jacques. Volgende anekdote getuigt hiervan. Voor het Provinciaal Kampioenschap Cross spraken ze onder hun tweetjes af om er 'eens in te vliegen'. Na een zeer snelle start van beide heren lagen de kanshebbers op de titel heel wat achterop, sommigen ervan dachten zelfs aan opgeven. Maar de cross was over een afstand van 14 km… de 2 DAC-atleten moesten hun snelle start bekopen en eindigden uiteindelijk laatste. "Ik deed altijd mee maar dat was ook alles" herinnert Jacques zich. Soeurke Meert over Jacques: "Hij was steeds de rode lantaarn op wedstrijden maar was wel de komische noot van de club!".
Volgens Jacques was Louis Van Der Gracht toen 'de enige vedette' van de nog prille club. In 1950-1951 liep Louis naar eigen zeggen zo'n 5-tal crossen, omdat trainer Jos nogal streng was en niet wilde dat zijn atleten teveel liepen op jonge leeftijd. En dit wierp blijkbaar zijn vruchten af, want … in '51 werd Louis Belgisch Kampioen. "Ik ben toen gevallen bij de start, maar heb in de spurt toch nog kunnen winnen van Champagne" vertelt hij.
Het jaar erop bij de scholieren won Louis de 'Cross du Soir', ook gekend als 'de volkscross'. "Ook een grote overwinning" zegt hij. "De cross daarna in Dilbeek heb ik verloren. Normaal gezien kon ik niet verliezen, maar toch … door de zenuwen.". De meeste crossen bij de scholieren liep Louis goed en won hij, maar op het Belgisch Kampioenschap werd hij opnieuw tweede. "Het was daar nogal modderig en ik had korte pinnetjes. In die tijd kosten spikes duur" legt hij uit. Stilletjesaan waren de resultaten van Louis niet meer zo goed. Steeds terugkerende steken in de zij aan de kant van de lever speelden hem parten.
Een andere DAC-kampioen uit aanvangsjaren van de club werd in 1952 voor het eerst door de atletiekmicrobe gebeten. Piet De Pauw ging dat jaar naar de befaamde 'Cross du Soir' kijken. Het jaar erop liep hij op diezelfde cross zijn eerste wedstrijd. Hij werd 8e. Nog een jaar later won hij deze volkscross en werd hij in Waregem Belgisch Kampioen Cross 2e categorie! Deze DAC-er verdedigde ook zo'n 7 à 8 maal de Belgische kleuren in de Landencross.


Steak met frieten en koud water in een stal

Dat je een trainer niet altijd moet geloven blijkt uit een anekdote die Jacques zich nog levendig voor de geest weet te halen. "In de zomer gingen we naar een meeting in Aarschot, waar ondermeer de 100m, 1500m, 3000m, het ver- en hoogspringen op het programma stonden. We waren 's ochtends al met de bus vertrokken. Jos Jansen had ons gezegd om in het vooruitzicht van de wedstrijd 's middags niet te zwaar te eten. Maar met een paar man hebben we op restaurant steak met frieten gegeten. Bij het buitenkomen uit het restaurant kregen we een paar grote taarten in het oog. We hebben elk 5 fr. bijeen gelegd en een taart gekocht, die we nog voor de wedstrijd hebben opgegeten. Die middag hebben we alle koersen gewonnen waar we aan deelnamen!."
Dat de omstandigheden waarin aan atletiek gedaan werd nogal wat gewijzigd zijn weet Jef Cobbaert mooi te illustreren. "De startblokken: vroeger waren dat putjes die wij met een schopje in de piste maakten. De piste liep soms dwars over het voetbalveld. De banen waren in kalk getrokken, en later werd er ook met linten gewerkt." En Jacques is niet vergeten hoe er vroeger 'gedoucht' werd. "Toen wij naar een cross gingen waren er nadien geen douches, wel een kom met (koud) water onder een afdak of in een stal. In Tienen lag een ladder op twee bakken en daaronder stonden kommen met water."


Een kopke

Een klassieker verteld door Jef Cobbaert:
"Op één van de oefendagen aan de gemeenteschool hoorde ik toen ik toekwam een luide bonk, en zag iedereen weglopen. William Kever bleef alleen over. Hij zat op de grond, suf en bloedend, met op zijn hoofd een bluts. Hij zei dat hij 'die bol' (een kogel) op zijn hoofd had gekregen. Nadien heb ik vernomen wat er precies is gebeurd. De jongens waren aan het spelen, toen William kwam aangelopen riep één van hen "een kopke", en William die voetballer was heeft gekopt! Hij is toen 3 à 4 weken in een donkere kamer moeten blijven.". Naar het schijnt heeft de LBFA-voorzitter vandaag, na vijftig jaar, nog steeds een bluts in zijn schedel.


De eerste vrouw

Soeurke Meert was de eerste vrouw die zich aansloot bij 'den DAC'. Dat vrouwen en sport in die tijd geen voor de hand liggende combinatie was blijkt duidelijk uit haar relaas.
"Mijn aansluiting bij 'den DAC' … dat idee is al babbelend met Jos ontstaan. Hij wou de damessport promoten, wat toen zeker niet evident was. We zijn begonnen met een groepje van turnsters die 2 maal per week samenkwamen, eerst in de 'oude laiterie', daarna in de 'zaal Mertens', en nog later in de kelder van het gemeentehuis. We waren volledig gescheiden van de jongens en mochten er geen contact mee hebben. Bij wedstrijden gingen we wel supporteren. Ikzelf heb nooit gelopen. Vrouwelijke atleten waren hoogst uitzonderlijk. Wel hebben we een paar keer een turnvoorstelling gegeven. In het begin gaf Jos Jansen de trainingen en later heb ik dat overgenomen. Turnen was in Dilbeek de enige sport die vrouwen konden beoefenen. Er was toen nog geen tennis of iets anders. De gemeente bekeek die vrouwensport nogal scheef. Tot in de gemeenteraad werd er over gebabbeld. Maar ik duwde door en werd daarbij volledig gesteund door Jos. Hij heeft heel veel gedaan voor de vrouwensport, dankzij zijn inzet staan we vandaag zover."
Soeurke sluit haar betoog af met de bedenking "Atletiek was volgens mij toen een beetje een elitaire sport".


Chronologie DAC

1950

STICHTING

1951

Atleten:

Jos Jansen (800m). Hij werd later gedurende vele jaren voorzitter en drijvende kracht van DAC.

Jef Cobbaert (korte afstandsloper)

Roger Scholiers (veldkamp: kogelstoten)

Louis Van der Gracht won in 1951 zijn eerste Belgische titel als kampioen bij de cadetten.

1955

In dat jaar kende DAC 3 Belgische veldloopkampioenen: André en Bob Van Den Driessche en Piet De Pauw.

1965

Spurttalent Ignace Van Der Cam wordt Belgisch kampioen 100m en 200m in Cat II, en later zelfs in 100m Cat I met een tijd van 10.6.

1968

De 37 jarige melkventer uit Itterbeek, Piet De Pauw, neemt samen met Gaston Roelants deel aan de Landencross in Tunis. Het jaar daarvoor was hij reeds van de partij in Barye (Wales).

1988

Alain Delplace wint bij de scholieren 7 veldlopen.

Ook Nik Heremans behoort bij de veldlooptop.

Isabelle, Christine Ledoux, Claudia Delplace en Vera Jans vormen het succesvolle meisjeskwartet in het veldlopen.

1990

Atleten:

Mario De Weghe, Bart Bras, Steve Bal, Wim Piers, Kurt Van den Bossche, Linn Mares, Raf Coomans.

1995-2005

Hans Van Der Hoeven wordt 3e op het Belgisch Kampioenschap Veldlopen in Waregem in 1995.

Jerry Van den Eede wordt Belgisch kampioen veldlopen in februari 2000.

Melissa Van den Driessche wordt 3e op Belgisch Kampioenschap Veldlopen (Oostende, 2000).

Hendrik Van den Driessche wordt Belgisch kampioen veldlopen (Oostende, 2000 ).

Jona Verbrugghen, Katrijn Marcelis, Dirk Pocket, Bart Bras, Joke Van Lier, Steve De Baer.

Olivier Fumière, Stéphane Verlinde en Pascal Snoeck waren de beste 800m lopers van de laatste jaren.

Olivier Fumière was tevens een uitstekend steeple-loper en veldloper.

Dirk Pocket was één van de beste lange afstandslopers.

Daarnaast waren er nog: Tom Marcelis, Arne Tordeurs, Ronny Seghers, Gert De Ridder, Jonathan Van Dooren,Johan Serré. Olivier Vanbeylen, Kris Roobaert, Henri Simoen, ....
Bij de vrouwen: Godelieve Deschoolmeester, Lieve De Roock, Jessie Desmet, Kristien Mox, ...

Ook nog: Maarten Loeckx, Dieter Duyck, Tom Peeters, Robbe Vanmulder, Dierik Liagre, Pieter Maes, Pieterjan Geens, Mattijs Vandecapellen, ....

Dirk Janssens was van 1988 tot 1999 voorzitter van DAC. Voordien was hij voorzitter van de Vlaamse Atletiekliga.

Masters: Frans De Greef, Paul Vanderpooten, Jan Nuytens;
Jeugd: Christophe Van Hecke, Dries Peeters, Jeroen Vanmulder.
Trainers: Piet Van Vaerenbergh, Mia Van der Speeten, Johan Serré, Herman Peetermans, Jos Jansen, Benny Jacobs.

Bestuur: Guido Rooselaer (ex-voorzitter), Frans Loeckx (ex-penningmeester),Marc Servranckx, Roger Van Lierde (ex-voorzitter)
Medewerkers


Dilbeek AC kwam verlies snel te boven

Kleine bestuursploeg krijgt grote verantwoordelijkheid

door Erik Gyselinck

Uit het (Streeknieuws) van 14 juli 2000

Dilbeek AC heeft zich behoorlijk hersteld van het verdwijnen van de overleden spilfiguur Vilja Tytgat en de ontslagen van interim-voorzitter Hector Sienaert en gewezen VAL-voorzitter Dirk Janssens. Er wordt zelfs een grootse viering gepland rond het 50-jarig bestaan van de club.


Piet Van Vaerenbergh, Pascal Snoeck, Mia Van der Speeten, Frans Loeckx en Joost Pluym
maken mee het succes uit van AC Dilbeek (foto Erik Gyselinck)
Sommige doemdenkers in atletiekkringen dachten dat het met AC Dilbeek snel bergaf zou gaan na het overlijden van Vilja Tytgat en de haast gelijktijdige ontslagen van Hector Sienaert en Dirk Janssens.
Penningmeester Frans Loeckx en nieuwkomer Joost Pluym, tienkamp-fenomeen Piet Van Vaerenbergh en jongste bestuurslid Pascal Snoeck bewijzen het tegendeel. Blijkt dat "Dilb" zich goed heeft hersteld en gelijktijdig hard werkt aan een feestprogramma rond 50 jaar Dilbeek Atletiekclub.
"De afwezigheid van Vilja en Dirk wordt sterk aangevoeld", aldus Frans Loeckx. "Op Hector kunnen we nog altijd een beroep doen, zeker voor de Crosscup. Gelukkig haalden we Joost in, die een volle dagtaak heeft aan de voorbereiding van ons jubileum. Het bestuur is herleid tot vijf man. We hadden altijd al een beperkte bestuursploeg, maar de mensen die het nu voor het zeggen hebben, dragen meer verantwoordelijkheid. Vroeger werd er te weinig gedelegeerd."
Themameetings
De themameetings met prijzen voor bepaalde disciplines bleven behouden op het Roelandsveld. De meetings kregen de naam opgekleefd van enkele boegbeelden uit het roemrijke verleden. "Uiteraard met hun toestemming of die van hun familie. We spreken over stichter en eerste voorzitter Jos Jansen zaliger, die Belgisch kampioen werd over de 800m, sprintkampioen Ignace Van Der Cam, gedreven afstandsloper Piet De Pauw, maar ook over Vilja Tytgat die jarenlang de drijvende kracht is geweest van de club. Als Hermes Oostende belangstelling heeft, zouden wij de Memorial Vilja Tytgat, die de gouden 1.000 geworden is, graag alterneren met een organisatie in Oostende."
"Steeplewedstrijden slaan hier wel aan, want de tegenstand kan zich optrekken aan Olivier Fumière en Bram Peeters."
"Het huidig bestuur trok nog geen atleten aan", geeft Frans Loeckx toe. "Destijds zorgde Dirk Janssens ervoor dat Hans Van der Hoeven en Jerry Van den Eede bij Dilbeek aansloten. Al onze aandacht ging totnogtoe naar herstructurering van de club en het jubelfeest."
Vedetten
"We kunnen voorlopig niet meer bogen op vedetten zoals Marcel Baston (400 in 48.5), Ignace Van Der Cam (10.6 en 21.7 over 100 en 200m), Wim Piers (5,21 met de polsstok), Anne Carette (11.85, 24.44 en 55.60 over 100, 200 en 400) en Mimi Steels (2.11.6 over de 800 en 4.23.1 over de 1.500m)", citeert Piet Van Vaerenbergh. "Maar we beschikken toch nog over nationaal veldloopkampioen Jerry Van den Eede, Olivier Fumière en Hans Van der Hoeven. Bovendien kunnen we terugvallen op jeugdig talent met Melissa en Hendrik Vandendriessche en Stijn Van der Meulen. Op het jongste provinciaal kampioenschap benjamins, pupillen en miniemen vergaarden we op één na de meeste medailles."

Actieve club met optimale sfeer

AC Dilbeek kreeg een vleiend rapport van IK-sport van de Vrije Universiteit Brussel, die een doorlichting van de club uitvoerde. Interviewer Elke Van Grimbergen spreekt van een actieve club met veel mogelijkheden en een optimale clubsfeer. Zowel interne als externe communicatie zit op goed niveau. Toch kan hier en daar nog kwalitatief vooruitgang geboekt worden.
AC behaalt haar beste score op het vlak van clubsfeer en cultuur. Er worden geregeld clubfestiviteiten en -uitstappen georganiseerd. Er is de uniforme clubuitrusting en andere merchandising voor de leden en er worden heelwat persknipsels over de club bijgehouden. AC maakt voorts consequent gebruik van een eigen huisstijl: de clubnaam en het logo zijn op alle documenten terug te vinden. Ten slotte worden nieuwe leden goed opgevangen. Ze krijgen info via een onthaalbrochure en een zeer degelijk clubblad met verslagen, aankondigingen en uitslagen. (EG)

Dilbeekse Atletiekclub bestaat 50 jaar

Van de vijver naar het Roelandsveld

Uit het (Streeknieuws) van 23 augustus 2000

DILBEEK
Het begon met een jaarlijkse wedstrijd tussen de Kajotters van Pastoor Verbiest rond de vijver van het gemeentehuis. Uit die loopwedstrijden ontstond vijftig jaar geleden de Dilbeekse Atletiek Club, beter gekend als "den DAC". De atleten vieren die gouden verjaardag dit weekend met een vijf-urenloop en een familiemeerkamp.
"In het begin was de piste rond de vijver, maar niet op het pad dat er nu ligt, natuurlijk", weet Luc Mares van oude foto's. "Daar is den DAC ontstaan onder impuls van Jos Jansen. Die is ook begonnen met meerkampen, maar in het begin was het vooral veldlopen. Er was immers geen infrastructuur voor de andere atletiekdisciplines”.
De atletiekclub groeide al gauw. Het ledenaantal groeide, de resultaten waren goed en er kwamen disciplines bij. "De aanleg van het Roelandsveld was een grote stap vooruit voor de club", vertelt Mares. "De aanleg daarvan was zo een beetje het stokpaard van burgemeester Georges Mot. Eerst was er enkel een sintelbaan, dat was in de jaren zestig. De infrastructuur zoals ze er nu is dateert van 1984. De tartanbaan die we nu hebben is aangelegd door de firma die ook de piste in het stadion van München aanlegde".
DAC telt tegenwoordig ongeveer 400 leden. Sommige daarvan doen het uitstekend nationaal, maar niet iedereen die in een atletiekclub zit, wil aan competitie doen. "Bijzonder aan deze club zijn de ga-lopers", merkt Joost Pluym op. "Zondagmorgen komen hier zo'n honderd leden die één keer per week recreatief lopen. Dat gebeurt van 10 tot 11.30 uur en in gezelschap van vier gediplomeerde trainers". Het sociaal contact achteraf is niet te versmaden.
"DAC is ook een meerkampclub", valt Linn Mares in. "Sinds de jaren tachtig is ons imago als meerkampclub blijven groeien en de club boekt goede resultaten".
Ook van aan de Heyzel weten ze de weg naar het Roelandsveld. "Sommige jaren lenen ze onze polsstokmat voor de Memorial Ivo Van Damme", vertelt Linn. "Het jaar dat de werken aan de Heyzel bezig waren, mochten de atleten niet in het stadion trainen, ze konden er pas in op de dag van de wedstrijd zelf. Een hele groep van de "groten” zoals Michael Johnson, is toen naar hier afgezakt om te trainen". (LVD)
De geschiedenis van den Dac is te zien in een tentoonstelling met oude foto's en videobeelden in Westrand die loopt tot 3 september. Op zaterdag 16 september om 14 uur wordt de grote prijs Piet De Pauw gelopen op het Roelandsveld.


Den Dac bestaat 50 jaar en viert dat met een sportieve happening. (foto Johnny De Saedeleer)
DAC vijftig jaar
De Dilbeekse Atletiekclub viert het hele weekend haar vijftigste verjaardag. "We beginnen met een vijf-urenloop voor ploegen op zaterdag, deels op de piste en -deels in de straten", beschrijft Joost Pluym. "De ploegen bestaan uit vijf tot tien personen en gedurende vijf uren moet altijd iemand van de ploeg op het parcours zijn. Het is geen competitie".
"Die avond is er een retro-party. Het is de bedoeling dat de muziek van die hele vijftig jaar te horen is. Op zondagmorgen hebben we een brunch waarop oud en jong elkaar nog eens tegen het lijf kan lopen".
Zondagnamiddag is het tijd voor de familiemeerkamp waarbij de term familie ruim geïnterpreteerd wordt. "Er zijn zes disciplines: spurt, 1000 meter, kogelstoten ' verspringen, hoogspringen en hockeybalwerpen. Dat laatste is de voorbereiding tot speerwerpen die in de club toegepast wordt tot de leeftijd van 11 jaar. Omdat mensen meedoen aan de meerkamp die nog nooit aan speerwerpen hebben gedaan en omdat er heel wat kinderen op het terrein zullen rondlopen, nemen we liever geen risico's".
(LVD)