Tot een jaar of vijftien geleden was het lange afstandlopen een mannenwereldje. Hardlopen was niet alleen onesthetisch voor vrouwen, maar fysiek ook nog eens veel te zwaar voor 'het zwakke geslacht'. De feiten hebben die mannelijke wijsneuzen ondertussen flink te kijk gezet. Vrouwen blijken tot heel wat in staat op een uithoudingsnummer als het lange afstandlopen.
door Mattie de Vugt
De deelname van vrouwen aan hardloopwedstrijden en trimlopen is vandaag de dag een haast vanzelfsprekende zaak. Voordat het echter zover was, is hier heel wat aan vooraf gegaan. In de uitslagenlijst van de Marathon van New Vork van twintig jaar geleden treft men nog geen enkele vrouw aan.
Vandaag de dag zijn het er meer dan drieduizend !
Het deelnemen van vrouwen aan lange afstandwedstrijden is pas sinds de laatste
jaren een geaccepteerd gebeuren.
Zo'n jaar of twintig geleden moest een vrouw nog in het geniep pogen om aan een
'mannen'marathon deel te nemen. De eerste
geregistreerde geslaagde marathon poging dateert uit 1967. De vijftienjarige
Maureen Wilton kwam toen, 'illegaal' deelnemend aan de mannenwedstrijd, tot een
tijd van 3:15:22. Dat in die tijd de deelname van vrouwen aan
loopwedstrijden niet geheel zonder risico was, leren we uit het verhaal van
Kathy Switser.
Tijdens de Boston Marathon, waaraan zij, als man ingeschreven, deelnam, kon zij
slechts ternauwernood met hulp van mede lopers een van de officials van het
lijf houden. De man trachtte haar letterlijk met geweld van het parcours te
slepen.
Het wereldrecord op de marathon is sinds die tijd met enorme grote sprongen
verbeterd. In 1971 dook Beth Bonner (USA) voor het eerst onder de drie uur
(2:55:22), in 1977 liep Christa Vahlensiek 2:34:47 en nauwelijks drie jaar
later scoorde Grete Waitz al 2:25:41.
Wat er allemaal voor nodig is om tot een tijd van 2:21:06, het huidige
wereldrecord (1991) , te komen, weet niet alleen Ingrid Kristiansen. Ook voor
de auteur van dit artikel heeft deze tijd, tot tweemaal toe op de seconde
nauwkeurig gelopen, lange tijd hardnekkig als persoonlijk record gegolden. Naar
verwachting zullen ook de vrouwen binnen enkele jaren op de marathon onder 2
uur en 20 min. duiken.
Wanneer we op zoek gaan naar oorzaken van de verschillen in deelname en niveau
binnen de loopsport tussen mannen en vrouwen, dan stuiten we al snel op twee
terreinen :
Rollenpatroon
Het eerste terrein kunnen we samenvattend omschrijven als het verschil in
rollenpatroon tussen mannen en vrouwen. Wat laat een samenleving aan vrouwen en
mannen toe ? Op welke terreinen treedt de samenleving stimulerend of juist
remmend op ?
Het grote verschil in het aantal deelnemende vrouwen en mannen aan de loopsport
is volledig terug te voeren op het verschil in rollenpatroon.
De toegenomen toegankelijkheid van traditioneel mannensporten voor vrouwen,
zoals het lange afstand lopen, is soms zwaar bevochten. Het is dan ook een te
optimistische visje wanneer beweerd wordt, dat inmiddels sprake is van een
volledige vrijheid van sportkeuze.
Een ingewikkeld samenspel van faktoren, bijvoorbeeld opvoeding, verwachtingspatroon en belangstelling, maakt dit nog
onmogelijk. Tussen een samenleving die iets toelaat
en een samenleving die stimuleert en voorwaarden creëert, ligt een wereld van
verschil.
Zolang vrouwen niet vrijuit kunnen trainen in de
avonduren, zolang zij bossen en afgelegen trajecten bij hun duurlopen dienen te
mijden. is er geen sprake van gelijkheid van kansen.
Biologische verschillen
Ondanks het streven naar gelijkere kansen kunnen we niet om het feit heen
dat verschil in geslacht ook biologische verschillen met zich meebrengt. In de
vorige aflevering is uiteengezet hoe de biologische veranderingen bij het ouder
worden, de prestaties bij het hardlopen beinvloeden. Vervolgens zijn daaruit
conclusies getrokken voor de training. Ook hier kunnen we dezelfde weg
bewandelen.
Een aantal biologische factoren bij vrouwen werken
nadelig op het prestatieniveau. Daartegenover staan echter andere
factoren die een gunstige invloed uitoefenen. Helaas kunnen deze voordelen de
nadelen niet geheel teniet doen. We laten een aantal belangrijke verschillen de
revue passeren.
Kracht levert een
belangrijke bijdrage aan de snelheid die men kan ontwikkelen.
Onder gelijke omstandigheden is het aantal rode en witte spierveiels tussen
mannen en vrouwen niet echt verschillend. Het krachtsverschil komt vooral door
het verschil in dikte van de vezels. De spieren van vrouwen zijn in
principe net zo trainbaar als die van mannen. Maar
vrouwen hebben over het algemeen de neiging om minder aandacht te besteden aan
krachttraining. Ook zij kunnen echter door gerichte krachttraining
snelheidswinst boeken. Over het algemeen genomen bedraagt de maximale kracht
bij vrouwen 70% van de kracht bij mannen.
Krachttraining voor lopers dient vooral een combinatie te zijn van duur en kracht. Men bereikt dit door middel van een extensieve intervalmethode. Kenmerkend voor deze methode is dat men een groot aantal herhalingen uitvoert met een niet te zware belasting en met relatieve korte rustpauzes.
Voorbeelden van oefeningen :
Wanneer men met gewichten of apparatuur traint, mag er niet zwaarder getraind worden dan 30% tot 50% van de maximale kracht, 10 tot 100 herhalingen.
Het prestatievermogen van lopers wordt uitgedrukt
in allerlei hart-, long- en zuurstoftransportwaarden. Bijvoorbeeld de
hoeveelheid bloed die het hart in een minuut kan doorpompen. Vrouwen hebben gemiddeld een kleiner hart en kleinere longen
en beschikken over een geringere hoeveelheid bloed.
Bovenstaande waarden vallen dus lager uit. Deze
waarden worden echter veelal gedeeld door het lichaamsgewicht. Een laag
lichaamsgewicht beïnvloedt dus de waarde in gunstige zin. In het
bijgaande staatje kan men aflezen dat het gemiddelde lichaamsgewicht
aanmerkelijk lager ligt dan bij mannen. Uiteindelijk
wordt een belangrijk deel van de ongelijkheid door dit lage lichaamsgewicht
gecompenseerd.
---------------------------------------
gemiddeld MAN VROUW
---------------------------------------
ideaalgewicht 70 kg 55 kg
spieraandeel 40% 23%
vetaandeel 18% 25%
---------------------------------------
Vrouwen bezitten in de
meeste gevallen een beter coordinatievermogen en een grotere lenigheid dan
mannen.
Beide factoren hebben belangrijke invloed op de snelheid. Een deel van het
snelheidsverlies, ten gevolge van de geringere kracht, kan hierdoor weer
gecompenseerd worden. Waar mannen deze factoren uitdrukkelijk in hun
trainingsprogramma dienen op te nemen, krijgen vrouwen hier de resultaten bijna
cadeau.
Ondanks het lagere
lichaamsgewicht, mede veroorzaakt door het grotere vetaandeel, is bij vrouwen
de spier-vet verhouding ongunstiger dan bij mannen. Bij vrouwen die
sport bedrijven, ligt het vetaandeel aanmerkelijk lager dan bij niet sportende
vrouwen. Lange afstandlopen leent zich daarom ook uitstekend om af te vallen en
menige vrouw zal hieruit ook de motivatie putten om te gaan hardlopen.
Toch kan dit de eerste maanden soms tot teleurstelling leiden. Naast de afbraak
van vetweefsel vindt tegelijkertijd opbouw van vaak verkommerd spierweefsel
plaats.
De eerste maanden kan het netto resultaat wel eens gewichtstoename in plaats
van de gewenste gewichtsafname zijn. Zowel de snelle vettoename als afname
toont aan dat vetstofwisseling bij vrouwen hoge aktiviteit vertoont, waarvoor
minder specifiek getraind hoeft te worden. Bij langeduurprestaties speelt
een aktieve vetstofwisseling een zeer belangrijke rol. Uit de nadrukkelijke
bijdrage van de vetverbranding aan de energielevering, kan verklaard worden dat
vrouwen over langere tijd een hoge belasting kunnen
volhouden dan mannen. Bij ultraduursporten ziet men de prestaties
van vrouwen die van de mannen steeds meer benaderen of evenaren. De marathon
lijkt daarvoor nog tekort. Echter ook op deze afstand bezitten vrouwen naast de
goede vetstofwisseling een aantal gunstige factoren.
Het geringe gewicht leidt tot een zuinig energieverbruik, de orthopedische belasting
is gering, drinken tijdens de wedstrijd is amper nodig (hoge temperaturen even
buiten beschouwing gelaten), een speciaal koolhydraatdieet is niet
noodzakelijk, etc.
We hebben ons beperkt tot een aantal trainingstechnische aspecten van het lopen
voor vrouwen. Er bestaan echter ook diverse andere, zeker niet minder
belangrijke zaken, die meer op medisch terrein liggen. Bijvoorbeeld het vaak
voorkomend ijzertekort, ontkalking van het bot en hierdoor verhoogde kans op
stressfracturen. Problemen bij de training door de menstruatie, of omgekeerd de
verstoring of het volledig uitblijven van de menstruatie door de training, het
trainen bij zwangerschap, etc.