(bron : Runners World)
Onvoldoende drinken kan voor hardlopers een enorm
beperkende factor zijn. Om dit verlies onderweg te beperken, wordt door de hoge
intensiteit en de schokbeweging handigheid en creativiteit vereist.
Drink de laatste dagen voor een zware inspanning meer dan normaal. Doe dit
in vele kleine hoeveelheden (0,2 liter in plaats van 0,5 liter),
verspreid over de hele dag. Het lichaam neemt het vocht dan beter op, zodat
een grotere vochtvoorraad ontstaat. De behoefte aan vocht is in deze fase ook
groter, omdat bij het stapelen van koolhydraten water nodig is, dit vocht komt
tijdens het lopen weer vrij. Drink vooraf voldoende, maar overdrijf het
niet. Het lichaam heeft een verzadigingspunt bereikt als u langere tijd
frequent moet urineren en als de urine licht van kleur is. Te veel en te kort
voor aanvang drinken (binnen een uur), vergroot de kans op het moeten urineren
tijdens de inspanning. Urineer indien mogelijk 5 tot 15 minuten vooraf nog
een keer. Bij een volledig lege blaas kunt u vlak voor de start nog 0,3
tot 0,6 liter water, thee of dorstlesser innemen. Probeer het wel eerst
tijdens de training uit om te voorkomen dat u tijdens de wedstrijd moet
urineren. Overgiet u zelf voor de start met wat water, zodat het vochtverlies
via transpiratie enigzins wordt beperkt.
Niet iedereen is gewend om tijdens het hardlopen te drinken. Neem daarom
het drinken in het trainingsprogramma op. Veelvuldig kleine hoeveelheden
drinken kan zorgen voor een redelijk vochtopname zonder dat u hiervan last
krijgt. Houdt altijd rekening met de omstandigheden die het vochtverlies
beïnvloeden (zie vorige Runner's World). Zich oefenen in niet- of weinig
drinken schaadt de gezondheid. Bovendien zal het lichaam nooit wennen
aan een vochttekort. Er is een groot aantal mogelijkheden om onderweg te
drinken: Uitdroging kunt u op 2 manieren beperken : door inwendige (drinken) en
uitwendige verzorging (bvb sponzen). Tips voor het drinken onderweg : U kunt ook zorgen voor verkoeling via de huid : Drinken na de inspanning is vooral noodzakelijk om het verloren vocht weer
aan te vullen en het herstel te bevorderen. Grotere hoeveelheden vocht
worden vooral kort na de prestatie beter opgenomen. Op tijd voldoende
drinken kan een moe en loom gevoel verhelpen of voorkomen. Nadat het
vochtverlies gecompenseerd is, drinkt u het vocht weer in kleine hoeveelheden.
Het lichaam is dan beter in staat het vocht vast te houden. Na een korte
wedstrijd in de winter heeft u meer aan een energiedrank. Het vochtverlies is
dan veel geringer. Een lange duurtraining in de zomer vraagt om echte
dorstlessers.
Tijdens
het lopen wordt het maag-darmstelsel veel minder goed verwerkt dan normaal. Het
kiezen van de juiste drank is daarom van groot belang, terwijl eten helemaal
niet kan. De juiste drankkeuze hangt af van de behoefte van het lichaam. Verder
gaat het om de snelheid waarmee de drank (klachtenvrij) ter beschikking komt, en
in hoeverre prestatievermogen en herstel worden beïnvloed. Tijdens het lopen kan
een tekort ontstaan van vocht en van koolhydraten (energiebron). Bij een tekort
aan vocht neemt u een dorstlesser, heeft u behoefte aan koolhydraten, dan kunt u
beter een energiedrank nemen.
Isotone sportdranken, met een
suikerconcentratie die overeenkomt met die van het bloedplasma (6 tot 8
procent), zijn als dorstlesser bedoeld. U kunt ze samen met water of thee, te
allen tijde gebruiken.
Tijdens de inspanning is uw maag in staat per uur een
liter van dit vocht aan het bloed af te geven. Isotone dranken leveren, in
tegenstelling tot water en thee zonder suiker, ook nog brandstof
(koolhydraten).
Het in isotone dranken aanwezige mineraal natrium (zout)
vormt bovendien met glucose (koolhydraat) een koppel dat het vocht
versneld door de darmwand heen trekt. Vochtaanvulling vindt dus sneller plaats
dan bij het drinken van water alleen. Deze dranken vallen tijdens de inspanning
niet bij iedereen goed. Probeer ze dus ruim voor een wedstrijd uit.
Hypertone dranken, met een suikerconcentratie die hoger is dan die
van het bloedplasma (vruchtensappen en andere zoete dranken), leveren de
loper energie in de vorm van koolhydraten (suikers). Vooral in de eerste uren
na de inspanning zorgen ze voor een snelle aanvulling van de geslonken
voorraden.
Vlak voor en tijdens de inspanning zijn deze dranken echter af te
raden, want ze bivakkeren te lang in de maag. Hierdoor stagneert de vochttoevoer
vanuit uw maag naar de rest van het lichaam. Bij de opname van sterke
suikerconcentraties kan het lichaam gaan protesteren met maag-darmklachten
(oprispingen, misselijkheid, steken in de zij, braken en maagkrampen). Veel
lopers denken kort voor de inspanning extra energie te kunnen opnemen via sterk
gesuikerde dranken, maar juist het tegenovergestelde kan gebeuren.
Bij het
voorkomen van vochtverlies zijn 3 tijdstippen te onderscheiden : voor, tijdens
en na het hardlopen.
-
drink tijdens een marathon vooral in het begin voldoende. Later is de kans
groter dat u als gevolg van vermoeidheid de drank niet meer verdraagt.
-
als u per kwartier 0,15 liter drinkt beperkt u het vochtverlies
aanzienlijk
- experimenteer tijdens een belangrijke wedstrijd niet met een
nieuwe drank
- kies dranken die u lekker vindt, want anders neemt u er
waarschijnlijk minder van. Bovendien is de kans op het niet kunnen verdragen
(maag-darmklachten) groter.
- het is niet makkelijk om lopende uit een
beker te drinken. Een groot deel valt eruit of klotst op uw gezicht. Verlaag
daarom het tempo, houdt rekening met achterkomende lopers, knijp de beker
samen. Drinken uit een flesje gaat gemakkelijker.
- laat u extra drinken
tijdens de wedstrijd aanreiken door vrienden langs het parkoers
- bent u
bang om tijd te verliezen ? Met goed en voldoende drinken wint u de
verloren tijd ruimschoots terug.
- kleedt u niet te koud
of te warm
- knijp sponzen uit in uw nek, liezen, mond, handen, polsen en
op het hoofd. Het lichaam koelt zo het beste af omdat hier de grote bloedvaten
lopen.
- Dek bij warmte met zon uw nek af (bvb door een pet om te draaien)
Om aan de weet te komen hoeveel u na afloop moet drinken om
het verlies te compenseren, kunt u tenslotte de volgende testjes doen :
-
weeg uzelf wonder kleding zo kort mogelijk voor de wedstrijd. Doe hetzelfde zo
kort mogelijk nadien. Eet of drink tussen de eerste en tweede keer niet en ga
niet naar het toilet. Het verschil in gewicht is voor het grootste deel toe te
schrijven aan vochtverlies.
- een minder nauwkeurige methode is het
bekijken van de urinekleur. Meestal is deze na een inspanning, als gevolg van
de hoge concentratie afvalstoffen, oranje of donkergeel. De nieren hebben op
dat moment weinig spoelwater ter beschikking om de afvalstoffen te lozen. Als
u weer langere tijd en meerdere keren heldere urine produceert, heeft u
voldoende vocht opgenomen.