Onzin. Elke voet moet proneren. Dit om een zo goed mogelijke schokdemping
en een zo goed mogelijke afwikkeling van de voet te verkrijgen. Er kunnen
problemen ontstaan als er te weinig of te veel pronatie van de voet
plaatsvindt : dat verhoogt namelijk in beide gevallen de kans op het krijgen
van overbelastingsblessures.
U landt op de buitenzijde van uw midden/achtervoet (uw tenen wijzen iets
omhoog). De voet is dan in 'supinatie-stand': de buitenrand van de voet is
naar de grond toegedraaid en raakt met de midden/achtervoet het eerst de
grond. De voet proneert dan pas, als het lichaamsgewicht zich er boven
bevindt. Daardoor komt u met uw volle voet op de grond. Daarna wikkelt de voet
zich af via de grote teen. Op deze manier heeft u de meest natuurlijke
voetafwikkeling en daardoor tevens de meest natuurlijke schokdemping.
Daar wordt van gesproken als er teveel geproneerd wordt: de binnenenkel
zakt dan teveel door naar binnen. Dit komt doordat de schoen te weinig steun
biedt en/of doordat de spieren en banden rondom het enkelgewricht, te slap
zijn.
De kans op het oplopen van overbelastings-blessures neemt sterk toe,
doordat de lichaamsdelen aan het onderlichaam de zware belasting, ontstaan
door de overpronatie, op den duur niet langer aan kunnen. De slagbelasting die
bij de landing op de grond op de voet inwerkt, bedraagt twee tot drie maal het
eigen lichaamsgewicht (bij sprint wel tot vijf keer). De krachten die op de
voet inwerken zijn dan ook aanzienlijk (120-240 kilo). Elke afwijking beneden
werkt, evt. verveelvoudigd, door in de rest van het onderlichaam. En dat leidt
na verloop van tijd tot overbelastingsblessures.
Het wordt wat duidelijker als we 'de achillespeeshoek' opvoeren. Plaatje 1
geeft de ideale situatie aan : supinatie bij de landing en een
achillespeeshoek van 180 graden. De hardloopschoen is stabiel genoeg om de
krachten bij de landing op te vangen en zakt niet door. Bij plaatje 2 ziet u
wat er gebeurt als de sportschoen te slap is : een teveel aan pronatie van de
voet : de achillespeeshoek wordt vergroot. De schoen bij plaatje 3 is ook te
slap en laat een teveel aan onderpronatie zien : de achillespeeshoek wordt
verkleind. De meeste kans op overpronatie doet zich voor als de voet een
volledig kontakt heeft met de grond. De krachten die op de voet inwerken, zijn
dan het grootst. Een aanzienlijke verkleining of vergroting van de
achillespeeshoek kan tot tal van overbelastingsblessures leiden.
Allerlei : van overbelastingsblessures aan het onderlichaam tot aan
hoofdpijn toe. Voor de hand liggend zijn achillespeesblessures, shinsplints en
kniepijn. Maar ook pijn in de heupen en in de lage rug kunnen voortvloeien uit
de overpronatie.
Bij een hardloop-speciaalzaak staat een lopende band met een videocamera.
Daarmee wordt een looppatroon-analyse gemaakt, waaruit ondubbelzinnig blijkt
of u wel of niet overproneert. Verder kunt u ook iemand achter u laten lopen
om te kijken of uw voeten 'neutraal' blijven. Ook kunt u uw oude
hardloopschoenen aan een onderzoek op slijtage onderwerpen. Het is wel zo dat
de rechtervoet best meer kan overproneren dan de linker voet, of andersom.
U kijkt eerst binnenin de schoen. Is het binnenwerk soms aan de
'binnenzijkant' van de schoen versleten of zelfs kapot ? Zet de schoenen
vervolgens naast elkaar en kijk van achteren tegen de hiel kappen aan. Staan
die naar binnen ? Of helt de hele schoen zelfs naar binnen over ? Bekijk de
slijtzool. Is die niet alleen aan de buitenzijde van de midden/ achtervoet
versleten, maar verder ook nog aan de binnenzijde van de slijtzool ? Dit alles
wijst op overpronatie, omdat de overproneerder tijdens het hardlopen een (te)
sterke druk uitoefent aan de binnenzijde van de schoen.
Door het dragen van de juiste hardloopschoenen, het dragen van de juiste
inlegzool en/of door voldoende voetgymnastiek, waardoor mede een verbetering
van de loopstijl zal plaatsvinden.
Heel veel. Ca. 55% van de hardlopers proneren in meer of mindere mate
'over'. Daarom zijn er vele modellen hardloopschoenen te verkrijgen die
overpronatie tegengaan. Dat gebeurt onder andere door een harder stuk
tussenzool aan de binnenzijde van de schoen, of door een hielkapversteviging.
Voor de zware overproneerder moet de schoen buiten de
tussenzoolversteviging aan de binnenzijde van de schoen en de
hielkapversteviger ook half-mocassin genaaid zijn. Dat wil zeggen dat er in
het achterste gedeelte van de schoen een binnenzool is aangebracht. Die kunt u
zien zitten, als u de losse inlegzool eruit haalt. In het achterste gedeelte
van de schoen ziet u dan géén stikseltjes zitten, maar een solide binnenzool.
De hardloopschoen voor de overproneerder moet dus uiterst stabiel zijn, maar
de hardloopschoen moet ook een goede schokdemping hebben. Alles wat de
ondergrond en de schoen niet van de klap absorbeert, moeten de voeten, enkels,
schenen, knieën doen.
Nee. Een hardloopschoen moet stabiel zijn en blijven tijdens het hardlopen
om de achillespeeshoek rond de 180 graden te houden, maar een hardloopschoen
moet ook nog zijn belangrijke bijdrage leveren aan de schokdemping. Maar
stabiliteit blijft bij de categorie van zware overproneerder wel de
belangrijkste eigenschap van de hardloopschoen. Het is van groot belang, dat u
een looppatroon-analyse laat maken, daar er schoenen zijn voor mensen die
licht overproneren, voor hen die zwaar overproneren, en dan ook weer
onderverdeeld in schoenen voor zware lopers en lichte lopers, en dergelijke.
Ja, het is wel mogelijk een stabiele schoen wat meer demping te geven. Dit
in tegenstelling tot het geven van stabiliteit aan een alleen maar dempende,
maar verder slappe schoen. Een stabiele schoen krijgt u wat schokdempender
door er een inlegzool in te leggen van een goed dempende materiaal of een
inleghakje van hetzelfde materiaal. U kunt ook zoveel als mogelijk op een
vlakke, zachte ondergrond gaan lopen. Die ondergrond neemt dan een stuk van de
demping over.
Een zool met een goede steun aan de binnenkant (voor de voetzoolspier),
zodat het naar binnen toe wegzakken wordt tegengegaan. Er bestaan daar
verschillende soorten in. Er zijn standaard de z.g. Karhu Ortix zolen, maar er
kunnen door orthopedische schoenmakers ook speciaal voor uw voeten inlegzolen
gemaakt worden.
Hij kan een speciale sport-inlegzool maken, die steunt op plaatsten, waar
uw voeten dat nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld zijn : midden onder uw voet
of aan de binnenzijde van uw midden/achtervoet of aan de binnenzijde van uw
voorvoet. Die sportinlegzolen zijn gemaakt van een materiaal, waarmee
uitstekend hardgelopen kan worden. Ook kan hij verstevigingen en/of
veranderingen aanbrengen aan de hardloopschoenen zelf. Hij kan als het ware de
schoen 'op maat' maken. Alleen hangt daar natuurlijk een prijskaartje aan, dat
afhangt van wat u allemaal laat doen.
Door het uitvoeren van voetgymnastiek. De spieren van uw voeten en
onderbenen worden daardoor versterkt. Het voetgewelf wordt krachtiger en de
kans op overpronatie wordt verkleind. De achillespees loopt door een kokertje. Er zit wat vocht tussen de pees en
de wand om alles soepel te laten verlopen. Doordat er beneden met grote kracht
scheef aan de achillespees wordt getrokken, loopt de pees dus 'aan' en raakt
na verloop van tijd geďrriteerd en daarna ontstoken. De achillespeeshoek is
veel te lang te veraf geweest van de 180 graden.
Doordat de voetboog naar binnen toe wegzakt, wordt er met grote kracht
sterk getrokken aan de achterste scheenbeenspier, die onder andere aanhecht
aan de voetboog en aan de binnenzijde van het scheenbeen. Na verloop van tijd
raakt de achterste scheenbeenspier, door de grote krachten, aan die binnenkant
van het scheenbeen, een centimeter of 15 boven de binnenenkel, wat los van het
bot en raakt geďrriteerd en ontstoken. Ook hier is de achillespeeshoek veel te
lang afgeweken van de 180 gradeb.
Knieën kunnen heel wat hebben maar u moet bedenken dat elke afwijking
beneden bij de voet, door de hefboomfunctie van het onderbeen verveelvoudigd
wordt op kniehoogte. Een geringe afwijking van de achillespeeshoek beneden, is
een grote afwijking geworden op kniehoogte. En ook dat kan op den duur leiden
tot overbelastings-blessures.
Dan moet u meteen naar een S.M.A. toe of naar uw huisarts. Bedenk dat het
een hele tijd geduurd heeft voordat u een overbelastingsblessure heeft
opgelopen en het duurt dan ook een hele tijd voordat die weer weg is. De
ontsteking en de irritatie moeten weer helemaal weg : dat gebeurt door middel
van rust en ijs en, na enige tijd, door aangepaste training. Uiteraard moet u
in de tussenliggende tijd uw schoeisel aan een grondige inspectie laten
onderwerpen.
U kunt zulke blessures proberen te voorkomen door er voor te zorgen dat uw
achillespeeshoek tijdens het hardlopen altijd in de buurt van de 180 graden
blijft. Daarvoor is een, voor uw loopstijl, optimaal steunende schoen nodig,
voorzien van een goed steunende inlegzool. Verder heeft u daar sterke voet- en
onderbeenspieren voor nodig. Neem voetgymnastiek op in uw trainingsprogramma.
Draag twee paar hardloopschoenen door elkaar, zodat uw voeten, enkels e.d.
niet telkens op dezelfde manier worden (over)belast. Als u behoorlijk
overproneert verdient het aanbeveling om niet al te lange duurlopen te maken
om 'de goden niet te verzoeken'. U kunt eventueel wel wat meer op kwaliteit
trainen : korter maar sneller.
Mensen met heel flexibele enkels bijvoorbeeld. Deze mensen hebben slappe
enkelbanden en die enkelbanden geven dan te weinig steun tegen overpronatie.
Verder ook mensen die x-benen hebben. Zij zetten hun voeten zo naar buiten
gedraaid neer, dat de voet zich wel over de binnenenkel moet afwikkelen, als
men tenminste rechtuit wil lopen. Vrouwen hebben over het algemeen een breder
bekken dan mannen en hebben daardoor eerder x-benen, wat de kans op
overpronatie vergroot.
U kunt met blote, natte voeten een afdruk maken op de vloer (of bij een
speciaalzaak op een voetspiegel). Als u platvoeten heeft, of neiging daartoe,
dan is de kans op overpronatie sterk vergroot, daar de voet te slap is om zelf
de belasting op te vangen. Zo'n voet moet dus door een goede schoen, met zool
worden gesteund. Verder moet u aan de voetgymnastiek.
Buiten de juiste schoenen, e.d., moet u die schoenen ook altijd goed stevig
veteren, zodat uw (achter)voeten niet in de schoenen heen en weer kunnen
bewegen. Ook kunt u inleg hakjes in uw beide schoenen leggen. Hoe hoger de
achterkant van de schoen is, des te minder kans u heeft op overpronatie, daar
de voetafwikkeling sneller wordt ingezet. Maar let op, meer dan een millimeter
of 5 mag u de schoen niet verhogen, daar u anders 'voorover valt'.
O ja, zat. Maar u kunt beter een paar uitzoeken en die dan regelmatig
blijven uitvoeren, dan een heleboel oefeningen van plan zijn, maar er vanaf
zien omdat het er zoveel zijn.
De voetgymnastiek versterkt de
spieren van de voeten, enkels en onderbenen aanzienlijk. Voet- en
enkelgymnastiek doet u in uw warming up. Nadat u ingelopen heeft, loopt u een
stukje op de buitenkant van uw voet. Vervolgens een stuk op uw voorvoet
(verend in de enkels) en daarna op uw hakken.
Vervolgens drie keer
kniehefloop, de hakken blijven van de grond en drie keer
hakken-billenloop, ook hierbij blijven de hakken van de grond. De af te
leggen afstand is 30 meter en tussen elke herhaling neemt u een minuutje
aktieve pauze : een beetje rustig hardlopen of wandelen.
Eventueel doet u
dat alles twee keer. Thuis kunt u met uw blote voeten een klein gummi balletje
'honderden malen' oppakken en weer loslaten. Of met uw tenen een zakdoek
proberen op te rollen, die u op de vloer heeft uitgespreid. U zet uw tenen aan
de rand van de zakdoek en probeert die zakdoek door knijpende bewegingen van
de tenen op te rollen. Het lopen met blote voeten in sandaalslippers door het
huis verstrekt de spieren ook.
Nou, eentje dan nog : evenwichtsoefeningen.
Ga in de hoek van de kamer staan, met een stoel pal voor u. Ga op één been
staan en sluit de ogen. Blijf één minuut zo staan. Elke balansverstoring die
beslist optreedt, moet u corrigeren met de spieren van uw voeten, enkels en
onderbenen. Mocht u het evenwicht dreigen te verliezen, dan kunt u dat
voorkomen door u vast te pakken aan een van de muren of de stoel. Daarna
wisselen van voet.