Parochie Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil te Duffel       


Home

Algemene info

Parochie-info
Priesters
Misvieringen
Misintenties
Zalen
Geschiedenis
Kunst
Links


Parochiecatechese
Mensen
Werkgroepen
Verenigingen
Activiteiten
Kalender
Bezinning
 

Geschiedenis

De informatie op deze bladzijde werd genomen uit een studie over de Kapel en de parochie door Gaston Gillis. Zij verscheen onder de titel "Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil te Duffel" in "Goed Nieuws", het tijdschrift van de KWB-afdeling Oost en Mijlstraat.

 

Vanaf de 11e eeuw behoorde Duffel tot het bisdom Kamerijk. De eerste kapel, de St.-Mertenskapel, stond op de hoek van de huidige Kwakkelenberg en de Dr.Jacobsstraat, was vermoedelijk heel klein en in hout vervaardigd. In 1213 werd er gewag gemaakt van een priester (Johannes de Antwerpia) die verbonden was aan de kapel en van dan af bestaat de mogelijkheid dat er missen werden opgedragen. Voordien is dit zeker niet het geval geweest.

In 1404 werd door bisschop Pierre d'Ailly van het bisdom Kamerijk de "Bulle van de Unie" uitgevaardigd, waarbij de abdij van Tongerlo op kerkelijk vlak het gezag verkreeg over Duffel. De prelaten benoemden de pastoor zonder goedkeuring van de bisschop.

In 1518 werd besloten om een nieuwe Sint-Mertenskapel te bouwen op de hoek van de huidige Kwakkelenberg en Voogdijstraat. Men had financiële problemen maar via een legaat van de weduwe G. Van Kiel-Cornelia Davidts werd de kapel af gewerkt. Zij werd op 8 december 1543 ingewijd. In 1584 werd tijdens de godsdienstoorlogen( de tachtigjarige oorlog 1568 - 1648) de Sint -Mertenskapel zwaar beschadigd. In 1608 werd ze terug wat hersteld.

In het begin van de 17e eeuw was de situatie niet rooskleurig. Naast de gevolgen van de oorlogen had de bevolking af te rekenen met besmettelijke ziekten, hete koorts (pest) en pokken.

In 1637 was het aantal inwoners van Duffel fel geslonken onder andere door de pest epidemie. Het dorp was grotendeels plat gebrand. De vernielde brug werd voorlopig vervangen door een veer.


In de vooravond van 14 augustus 1637, de vigiliedag voor Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming, vinden twee tienjarige jongens, Petrus "Peeterke" Van den Brande en Jan "Janneke" Maes, in de buurt van een wilg in de Lange Nieuwstraete, de verbindingsweg tussen Mechelen en Lier, een klein Mariabeeldje, slechts 12 cm hoog.


Het was Janneke die op een gegeven moment naar de twee-armige knotwilg keek, waar hij in een uitgesneden nis onder de mik het beeldje zag staan en verwonderd moet hebben gekeken naar het kleine Mariabeeldje, slechts 12 cm hoog. Het werd vastgehouden door twee gesmede nagels (een oude en een nieuwe), die voor een wagenrad werden gebruikt.

Het gevonden beeldje

 

De zondag na de vinding was het nieuws reeds zo verspreid, dat vanuit de omtrek mensen kwamen hulp en bijstand afsmeken. De eerste offers werden onder de wilg neergelegd.

In september 1637 waren reeds 29 gulden geofferd. Men besloot toen een houten kapel te bouwen rond de wilg om het beeldje te beschermen. Deze kapel moet zo ongeveer 7 á 8 meter lang geweest zijn.

Uiteindelijk liep de kostprijs nog op tot 200 gulden door de baron Floris van Merode aan de aannemer betaald op 20 oktober 1637. De kapel werd nog verstevigd in maart 1638.

Op 25 maart 1638 met O.-L.-Vrouw Boodschap zou de door bisschop aangeduide Augustinus Wichmans, pastoor van Tilburg en deken van Hilvarenbeeck, doch verblijvende te Antwerpen, officieel de eerste H.Mis opdragen. Er kwamen ongeveer 6.000 bedevaarders samen aan de kapel, waaronder vermoedelijk haast alle inwoners van Duffel (1.200).

Op 28 juni 1641 was het hoogaltaar klaar. Onder een enorme volkstoeloop werd op 30 juni 1641 het huisje en beeldje van O -L. -Vrouw van de houten kapel in processie overgebracht naar de nieuwe kapel.

In 1642 werd het eerste klokje opgehangen in het kapel torentje.

Men kan vaststellen dat in die periode de inkomsten van de kapel belangrijk waren. Vooral op de feestdagen van Maria was het steeds druk. Soms kwamen duizenden pelgrims te voet, met paard en kar of koets naar Duffel om Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil te aanbidden, te aanroepen en iets af te smeken. Velen kropen op blote knieën rond de kapel. Anderen deden het al slenterend tussen een massa volk in afwachting dat een plaatsje kon bemachtigd worden in de kapel om hun devotie tot Maria verder te belijden. Er was zelfs een periode dat de inkomsten 1.000 gulden per maand bedroegen.

Dit had een grote weerslag op de plaatselijke bevolking. Velen begonnen met een afspanning, een herberg of winkel open te houden. Er kwam meer nering in het dorp!

De nieuwe kapel werd, na vijf jaar, op 21 november 1646 op O.-L.-Vrouw Opdracht met veel luister ingewijd door bisschop Gaspar Nemius, bijgestaan van prelaat Augustinus Wichmans en in aanwezigheid van talrijke Norbertijnen, de plaatselijke geestelijkheid, de markies, de burgerlijke overheid, waaronder vermoedelijk drossaard Arnold Slaets van Perwijs, en honderden inwoners en mensen van buiten Duffel. Na de wijding werd een plechtige hoogmis opgedragen.

Hier ligt het het ontstaan van de kermis "Kapelwijding". Tengevolge van het ongunstige weer voor de pelgrims werd er naar een geschiktere datum gezocht om deze gebeurtenis in de toekomst te vieren en zo werd deze feestviering vastgelegd op vier weken na Pasen. Duffel voelde nog de narigheden van de godsdienstoorlogen die ophielden door de Vrede van Munster in 1648. Hierdoor kwam er een einde aan godsdienst- en burgerconflicten en hernam de toeloop van bedevaarders naar de kapel. Om die processies beter over de Nete te kunnen krijgen, werd een tweede veer ingelegd. Van een nieuwe brug was nog steeds geen sprake.

Vanaf 1665 bemoeilijkten de pestepidemieën en de invallen van de Franse legers onder Lodewijk XIV de bedevaarten

In 1683 werd het Mariabeeldje gestolen maar teruggevonden in Kontich.

Nadat Oostenrijk in 1713 het bewind over de Zuidelijke Nederlanden had overgenomen van Spanje, keerde alhier de rust weer zodat de pelgrims van ver naar Duffel konden terugkeren en de volkstoeloop weer aangroeide.

In 1789 brak de Franse revolutie uit. In 1792 werden de Zuidelijke Nederlanden bezet. Op 27 oktober 1797 gingen de Sint-Martinuskerk en de kapel van O.-L.-Vrouw te Duffel dicht.

Al de in beslag genomen abdijgoederen werden als zwartgoed verkocht.

Na het concordaat tussen de Paus en Napoleon in 180 1werden de kerken en kapellen terug opengesteld.

Ook de indeling van de bisdommen werd gewijzigd. Duffel viel onder het bisdom Mechelen. De kapel van O.-L.-Vrouw van Goede Wil kon echter niet geopend worden en werd verder gebruikt als opslagplaats voor stro en hooi. Zij was in privaat bezit gekomen.

In 1815 werd de vroegere republiek der zeven verenigde provinciën, de voormalige Oostenrijkse Nederlanden en het oude prinsdom Luik tot het nieuwe "Koninkrijk der Nederlanden" uitgeroepen, met als koning Willem I. In het koninkrijk bleven de wrijvingen tussen het Noorden en het Zuiden echter bestaan en zo geraakten de kerkelijke conflicten tussen het protestantse Noorden en het katholieke Zuiden evenmin opgelost.

In 1822 kan de kapel opnieuw geopend worden en op 15 augustus 1837 met O.-L.-Vrouw Tenhemelopneming werd het jubeljaar ingezet met een eredienst en een processie. De toeloop van bedevaarders was zo groot dat geestelijken uit de omgeving moesten bijspringen. Het bedevaartsoord te Duffel herleefde weer.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog sloeg gans de Duffelse bevolking in paniek op de vlucht wanneer op 27 september 1914 de beschieting van Duffel begon. Bijna gans het dorpscentrum werd vernield. Ook de parochiekerk van Sint-Martinus werd volledig vernield. Het kapelgebouw echter werd enkel getroffen op de zuid-westhoek door een Duitse bom. De trap naar het oksaal werd vernield en een biechtstoel beschadigd. De glasramen sneuvelden en vermoedelijk liep ook het dak beschadiging op want in 1917 was het nog bedekt met geteerd karton. De klok werd door de Duitsers weggehaald.

In 1919 werd door Marcel Michiels uit Doornik een nieuwe klok gegoten, die op 16 november 1920 door de deken van Lier werd ingewijd. Als peter fungeerde F. Van den Eynde en als meter Emma Stevens-Vermeersch.

Na de viering in 1937 van de 300 -jarige vinding ging de aandacht naar het bouwdossier voor de vergroting van de kapel. De bouwwerken waren pas opgestart toen de Tweede Wereldoorlog 1940 -1945 uitbrak. Op 1 december 1942 was de vergroting van de kapel afgewerkt.

Op deze foto ziet u waar het nieuwe deel (links) begint. De oorspronkelijke kapel had ongeveer de vorm van een vierkant en omvat nu het altaar, de zijbeuken, het hoogaltaar en de sacristie.

Op vrijdag 15 augustus 1943 met O.-L.-Vrouw Tenhemelopneming werd de kapel van O.-L.-Vrouw van Goede Wil heringewijd door mgr. hulpbisschop Van Cauwenbergh

Uiteindelijk een Parochie van Onze -Lieve -Vrouw van Goede Wil!

Op 17 september 1948 benoemde aartsbisschop kardinaal Van Roey E.H. Victor De Schutter tot pastoor van de hulpparochie O. -L. -Vrouw van Goede Wil te Duffel.

Als eerste onderpastoor werd E.H. Leo .Akkermans (NL) aangesteld, die zijn intrek nam in de woning Kapelstraat 12, naast de pastorij.



Een meer uitgebreide geschiedenis van onze parochie vindt u op http://users.belgacom.net/duffel.bg/Duffel%20Kerkelijk/O-L-V%20Goede%20Wil.htm