Naam : Landseer.
Land van herkomst : Duitsland/Zwitserland/Newfoundland.
Grootte : Reuen tot 80 cm, teven tot 72 cm.
Vacht : Lang en zeer dicht. Deze hond heeft een dikke ondervacht.
Vachtkleuren : De vacht van de Landseer moet helder wit zijn met zwarte plekken. Zijn hals, borst, buik en poten horen
wit te zijn. Zijn hoofd is meestal zwart, met een witte 'bles'.
Karakter : De Landseer is een zelfbewuste hond die temperament heeft en veel beweging moet hebben.

* Naast zijn zelfbewuste karakter heeft deze hond veel liefde voor kinderen. Hij hangt zeer aan zijn gezin en zal zijn baasjes
uitstekend beschermen.
* De Landseer is van nature ook wat koppig en daarom moet zijn baas over wat ervaring met honden beschikken en deze hond een consequente
opvoeding geven.
* De Landseer is dol op water en apporteert daarom vooral graag voorwerpen die je in het water gooit. Gun hem dit plezier als
je met hem een wandeling maakt. Omdat ze uitstekende zwemmers zijn, worden deze honden ook als reddingshonden opgeleid die slachtoffers
uit het water halen. De Landseer is dus beslist geen huismus.
Deze zwartwitte 'beer' is eigenlijk van het onherbergzame eiland Newfoundland afkomstig. Hij was de 1e 'Newfoundlander' en dat
al een hele tijd voordat de hond die tegenwoordig onder deze naam bekend is, aan zijn zegetocht begon.
Zeelui brachten de grote honden halverwege de 18e eeuw mee naar Engeland. De Engelsen waren onmiddellijk enthousiast over deze
honden met hun prachtige vacht die met veel plezier en ijver vissen vingen.

Er wordt beweerd dat ze zwemmende de netten van de vissers binnenhaalden en zelfs onderdoken om gereedschap dat in het water was
gevallen op te duiken en terug te brengen. Water was en is nog steeds het favoriete element van deze honden.
Dat deze hond niet Newfoundlander heet, heeft bepaalde redenen. Een van deze redenen is Sir Edwin Landseer die begin 19e eeuw
de honden in veel van zijn schilderijen vereeuwigde.

Daarom noemde men het ras naar hem en kreeg zijn zwarte (of bruine) broer de naam Newfoundlander.
De Landseer is voor in het water prima uitgerust, want hij heeft evenals de Newfoundlander een bijzonderheid ; tussen zijn tenen bevinden zich 'zwemvliezen'.