Honden

De Berner Sennenhond

De Berner Sennenhond is 1 van de 4 Zwitserse Sennenhonden. Oorspronkelijk werd dit ras 'Dürrbächler' genoemd, naar een klein plaatsje in Zwitserland. Sinds 1910 wordt de naam Berner Sennenhond gebruikt. Een plezierige hond die stevig op zijn poten staat. Lees hier alles over deze zachtaardige gigant.

Deze boerenhond werkte als waak-, drijf-, en trekhond. Er is jarenlang geselecteerd op eigenschappen die de hond voor dit werk geschikt maakten : waaks zijn (maar zonder dat de hond bijt), niet van huis weglopen, niet jagen, drijfvermogen en het verdedigen van de baas. Juist deze eigenschappen hebben van de Berner een populaire gezinshond gemaakt.

Karakter

De Berner heeft een plezierig karakter. Hij is een opmerkzame, goedmoedige hond, zonder angst in alledaagse situaties. Hij is zelfverzekerd, kent geen nervositeit, heeft een gemiddeld temperament en is schotvast. Hij is waakzaam zonder agressie, hij is volgzaam en bereid voor de baas te werken, zoals het trekken van de hondenkar, zoals heden ten dage in Zwitserland nog gebeurt, als hij zelfstandig de kar met melkbussen van de wei naar de Käserei brengt.

Een Berner jaagt niet op schapen, kippen of andere huisdieren. Met vertrouwde personen is de Berner vriendelijk en aanhankelijk, tegenover vreemden zelfverzekerd maar ook vriendelijk.
Het is zeer aan te bevelen een gehoorzaamheidscursus te volgen met de Berner, want hij bezit door het werk wat hij gewend is te doen een zekere mate van eigenwijsheid, of - als we het netjes zeggen -, zelfstandigheid.

Uiterlijk

De Berner Sennenhond is een iets meer dan middelgrote, krachtig gebouwde, beweeglijke hond. Zijn glanzende, langharige en golvende vacht geeft hem samen met het driekleurenpatroon dat zo aantrekkelijke uiterlijk. Zijn vacht is niet erg bewerkelijk ; regelmatig de borstel erdoor is voldoende. Grootte : reuen 64-70 cm schofthoogte, ideaal 66-68 cm ; teefjes 58-66 cm schofthoogte, ideaal 60-63 cm.

Problemen

Zoals zoveel grote en zware rassen is ook de Berner gevoelig voor HD (heupdysplasie), evenals ED (elleboogdysplasie). Door middel van een ras/fokkeuring probeert de vereniging deze aandoeningen terug te dringen. 1 van de adviezen is bijvoorbeeld de hond de 1e jaar geen trappen te laten lopen en, als men een gladde vloer heeft, deze het 1e jaar te bedekken met stukken vloerbedekking.
Het is daarom altijd verstandig om contact op te nemen met de rasvereniging als je overweegt een pup aan te schaffen. De mensen daar kunnen je vertellen aan welke eisen fokdieren moeten voldoen. Zij kunnen ook helpen met het vinden van een fokker die volgens de richtlijnen van de vereniging fokt. Zo heb je de beste kans op het vinden van een fijne, gezonde hond.

Geef hem de ruimte

Het is geen hond voor een kleine stadswoning of een flat. Evenmin is het een hond om in een kennel te houden. Hij is graag bij zijn baasjes, dus de hele dag alleen zijn valt hem niet zo goed. Eigenlijk is dit heel logisch als we kijken naar het oorspronkelijke werk van dit ras. Verder moet de aspirant-eigenaar bereid zijn om voldoende tijd en energie vrij te maken voor de socialisatie en opvoeding van de pup. Ook moet hij of zij verdiepen in de juiste aanpak van deze hond. Een harde hand is niet gewenst, consequent zijn en goed gedrag belonen is veel effectiever.