In het team van het
CVS-referentiecentrum zijn de volgende disciplines minimaalvertegenwoordigd :
-inwendige
geneeskunde ;
-pediatrie,
als het CVS-referentiecentrum deels of exclusief kinderen behandelt ;
-psychiatrie
;
-revalidatiegeneeskunde
;
-huisartsgeneeskunde
;
-klinische
psychologie ;
-sociaal
werk.
Daarnaast is in het
CVS-referentiecentrum een permanent secretariaat voorzien, voornamelijk ten
behoeve van de patiënten en hun eerstelijnszorgverleners.
De
weg van de patiënt.
De huisarts van de
patiënt vermoedt dat zijn patiënt lijdt aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom en verwijst zijn patiënt door middel van een
volledig ingevuld standaardverwijsformulier naar één van de
CVS-referentiecentra.
Dit
standaardverwijsformulier zal ook via de internetsite van het RIZIV ter
beschikking gesteld worden van de huisarts. (klik
hier voor het standaardverwijsformulier)(opmerking: het is een
PDF-formaat waarvoor je het programma Adobe
Acrobat nodig hebt )
Het
CVS-referentiecentrum neemt kennis van dit standaardverwijsformulier en
controleert of het volledig werd ingevuld. Indien zulks niet het geval is
neemt het CVS-referentiecentrum contact op met de huisarts.
De correct verwezen
patiënt (door
huisarts / via een volledig ingevuld standaardverwijsformulier) wordt uitgenodigd
voor een raadpleging bij de geneesheer-internist van het team van het
CVS-referentiecentrum.
Indien deze
geneesheer-internist het vermoeden van de huisarts bevestigt, komt de patiënt
in aanmerking voor een bilanrevalidatieprogramma
:
Dit bilanrevalidatieprogramma omvat een uitgebreide biopsychosociale
screening :
-Raadpleging geneesheer-internist :Verdere internistische
oppuntstelling, onder meer door een onderzoek met betrekking tot de slaap
(minimaal afname van twee vragenlijsten) ;
-Raadpleging psychiater :Psychiatrisch
onderzoek via een gestandaardiseerd interview ;
-Evaluatie fysieke belastbaarheid door revalidatiearts en kinesist
:Minimaal een
inspanningsproef op een ergometerfiets.
-Sociale anamnese ;
-Psychodiagnostisch onderzoek door een psycholoog :omvat minstens de
afname van 9, korte, vragenlijsten.
De bevindingen tijdens
het bilanrevalidatieprogramma worden eerst binnen het team besproken.
Nadien volgt een bespreking met de patiënt, zijn huisarts en – mits
toestemming hiertoe vanwege de patiënt – met de belangrijke personen
uit zijn omgeving (partner, familieleden, …).
Indien het resultaat
van de screening het vermoeden van CVS bevestigt, formuleert het team naar
aanleiding van deze besprekingen een behandelingsadvies.
Dit advies kan het
volgen van een specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma zijn.
Indien het resultaat
van de screening het vermoeden van CVS niet bevestigt of dit wel
het geval is maar overeengekomen wordt dat het specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma onvoldoende aangepast is aan de noden van de patiënt,
behoort het tot de plichten van het team dat het de patiënt op correcte
manier herverwijst naar een hulpverleningsvorm waarbij hij of zij
werkelijk baat zal vinden.
De patiënt komt in
aanmerking voor het volgen van een specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma op voorwaarde dat het team van
het CVS-referentiecentrum overtuigd is dat de patiënt werkelijk baat zal
vinden bij dit programma en nadat het team de patiënt heeft ingelicht
over de inhoud van dit programma en de belasting die dit programma sowieso
zal meebrengen.
Cognitieve
gedragstherapie en progressieve
fysieke revalidatie vormen de minimaal noodzakelijke basisingrediënten
van dit programma.
Andere
behandelingsvormen en tussentijdse contacten met de geneesheren van het
team kunnen indien dit aangewezen is.
Indien het team na
gesprek met de patiënt en overleg met zijn huisarts beslist dat het
maximale resultaat bij de patiënt behaald is, behoort het opnieuw tot de
plichten van het CVS-referentiecentrum dat de patiënt, indien aangewezen,
actief herverwezen wordt naar een ander hulpverleningsprogramma.
Ter evaluatie van de
behandeling worden op het einde van dit programma een aantal, korte,
vragenlijsten herafgenomen en wordt de fysieke belastbaarheid van de patiënt
opnieuw geëvalueerd.
Het specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma duurt sowieso maximaal 12 maanden.
Daarna volgt er een
therapeutisch, minder intensieve ‘follow-up’- periode. Tijdens deze
‘follow-up’- periode wordt de behandeling, 6 en 12 maanden na het
einde ervan, opnieuw geëvalueerd.
De programma’s
vinden in principe plaats in het CVS-referentiecentrum (ambulant).
De bedoeling van de
overeenkomst is wel dat de (meeste) zorgen (op termijn) verleend zouden
kunnen worden door de eerste- en tweede lijnszorgverleners van de patiënt.
De overeenkomst voorziet in dat opzicht ook een vormingsfunctie voor het
team van het CVS-referentiecentrum.
Bron:
R.I.Z.V. De heer Deraedt Koen
Adjunct adviseur
Sectie Revalidatie en Herscholing
Dienst geneeskundige verzorging
Openingen
referentiecentra: 1. Leuven (1-4-2002)
2. Gent (1-9-2002)
3. Antwerpen (1-6-2002)
4. VUB Jette
AZ VUB (Dienst kindergeneeskunde - Dr A Van
Coppenolle)
behandelt enkel jongeren -18jaar - gestart op
1.10.2002
UCL (Woluwé + Mont Godinne (Yvoir))- gestart
op 1.10.2002
Nog verdere
uitgebreide info(adressen, telnrs.,behandelende artsen...) vind je op
onderstaande sites:
Daar het eerste
referentiecentra pas op 1 april 2002 is geopend te Leuven stelt zich de vraag
hoe deze referentie in de praktijk concreet te werk gaan. Vandaar dat ik het
nuttig vond om op zoek te gaan naar mensen die hier hun persoonlijke ervaringen
met deze centra aan anderen willen doorgeven.
Bij
deze wil ik dan ook een oproep plaatsen :
Heeft
U een doorverwijzing gekregen van jouw huisarts voor deze centra en wil U hier
getuigen hoe alles in de praktijk verloopt, stuur me dan gerust een mailtje met
als onderwerp " ervaringen met referentiecentra" en dan plaats ik hier
jouw ervaringen (hetzij positief, hetzij negatief) . U zelf beslist wat
verschijnt en U zelf beslist of U uw getuigenis al dan niet anoniem wenst.
Alvast bedankt voor uw medewerking!