Poperinge: Zusters Benedictinessen (Zusters van de heilige Franciscus - Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis)

 Boeschepestraat 14, 8970 Poperinge, tel. 057/33.37.59. 

 

In 1612 werd te Fauquembergues in Noord-Frankrijk het klooster “Bethlehem” gesticht. Op verzoek van de plaatselijke bisschop, die een Benedictijn was, namen de zusters de regel van de heilige Benedictus aan. Kort daarop brak de oorlog uit en de Franse Geuzen hadden het op de kloosters gemunt.

Op 26 juni 1635 besloten 11 zusters een onderkomen te zoeken in de St.-Bertinusabdij te St.-Omaars (= Saint Omer in Frankrijk). De abt, die leenheer was van Poperinge, zond de zusters daarheen en liet hen wonen in een vervallen huis dat zijn eigendom was. Eenzelfde kamer diende tot koor, eetzaal en werkplaats. Met veel moeite en spaarzaamheid konden de zusters in hun levensonderhoud voorzien.

 

Na de brand van het klooster te Fauquembergues in 1638, kwamen al de zusters naar Poperinge. Zuster Jeanne Deleloë, gekend om haar begenadigd religieus leven, werd tot Priorin gekozen. Men noemde haar “Moeder Matthieu”. Veel gunsten worden aan haar biddende voorspraak toegeschreven. Ook bracht zij de godsvrucht tot O.-L.-Vrouw van Foy (Dinant) in het klooster.

 

Van bij hun aankomst in Poperinge, gaven de zusters onderwijs en opvoeding aan meisjes. Dit blijkt uit onderhandelingen met het Poperingse stadsbestuur omtrent het bouwen van een nieuw klooster, voltooid in 1644. In 1679 werden grote herstellingen en een nieuwbouw voltooid. Nog eens nieuwe lokalen voor de leerlingen werden bijgebouwd in 1714. In 1751 brandde het klooster bijna volledig uit.

 

Vanaf 1792 volgden de moeilijke jaren van de Franse Revolutie. De zusters moesten vluchten, keerden na enkele maanden terug en werden in 1797 opnieuw verdreven. In 1800 besloot Moeder Angelica de opvoeding van de kinderen te hernemen en huurde een huis in de Boeschepestraat. Tegen 1803 was het vernielde klooster heropgebouwd en in 1814 werd de eerste steen gelegd van de huidige kapel.

 

Gedurende de oorlog 1914-1918 moesten de zusters het klooster verlaten wegens de vele bombardementen. Nog tijdens de oorlog werd het onderwijs hervat, nu eens in een tent, dan in een schuur en een wagenkot op de Werf en in de Belgische schoolkolonie nabij Rouen in Frankrijk.

 

Het verhaal van Godgewijd leven en christelijke opvoeding gaat verder. In 1965 sloten de zusters Benedictinessen zich aan bij het Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis. In 1998 werden alle gronden en gebouwen, in gebruik van het Heilig-Hartinstituut en van de Vrije Basisschool Sint-Benedictus in erfpacht aan hen doorgegeven. In 1999 werd het Heilig-Hartinstituut, samen met de andere vrije secundaire scholen Poperinge, opgenomen door het nieuw bestuursorgaan de vzw V.S.O.P. Sint-Bertinus.

 

De fakkel wordt verder doorgegeven. Het christelijk geïnspireerd opvoedingswerk wordt nu door velen meegedragen. Van de leerkrachten en het personeel wordt verwacht dat ze meestappen in het gezamenlijk christelijk opvoedingsproject. Toch draagt elke campus een eigen gelaat vanuit de oorspronkelijk spirit, in solidariteit met alle anderen.

 

Uitlopers van Benedictijnse spiritualiteit zijn er nu nog:  de Spiritualiteitskring Moeder Matthieu, de Gebedsgroep van de Kleine Zielen, de Charismatische Gebedsgroep en de Jongerengebedsgroep die allen een gastvrij onthaal vinden in het klooster en in de Boeschepestraat nr. 20.