banal design

Verwijst naar ‘non-designed’ dagelijkse gebruiksvoorwerpen. De term werd in de jaren 70 verzonnen door Alessandro Mendini die geloofde dat banale vormen impulsen konden geven aan het design.

 

Sedile museo Bagatti Valsecchi

Alessandro MENDINI 

OGGETTO BANALE +  MUSEO CHAIR 

bauhaus
Van 1920 tot 1930 heeft deze Duitse designschool de basis gelegd voor alles wat later modern of modernisme genoemd werd. Gebaseerd op de momenteel beroemde denkpiste ‘form follows function’, zijn de vormen van het Bauhaus eenvoudig en licht, en bezitten geen decoratieve toevoegingen. 

Schleifer,

 

Populaire materialen zijn stalen buizen, gebogen hout, leer en plastic; het kleurenpalet is meestal beperkt tot zwart, wit, bruin en grijs. Bekende ontwerpers uit deze periode zijn Ludwig Mies van der Rohe, Marcel Breuer, Charles en Ray Eames, Alvar Aalto en Eero Saarinen. De oorsprong van mid-century modern is te vinden in het Bauhaus.

 

 
K. J. JUCKER (Germany)

muurlamp - 1923
 

Bauhaus is de moderne naam voor 'Bauhütten'. Bauhütten waren de werkplaatsen van waaruit de vaklui gezamenlijk de middeleeuwse kathedralen bouwden.

'Das Staatliche Bauhaus' werd de naam van een in doelstelling en inrichting nieuwe kunstschool te Weimar. Later zou de vernieuwing met name voor de architectuur en toegepaste kunst die in gang gezet werd door de ideeën achter deze schoolopleiding zo groot en belangrijk zijn dat men Bauhaus als een kunststroming ging zien.

De school was achtereenvolgens gevestigd in de Duitse steden Weimar (1919 - 1930) en Berlijn (1930 - 1933). Ze werd in 1933 door de aan de macht gekomen Nazi's gesloten.

Das Bauhaus ontstond uit een fusie van een academie voor beeldende kunst en een school voor kunstnijverheid. Hier voegde men een afdeling voor architectuur aan toe. Zo had men alle diciplines van de beeldende kunst in huis.

Das Bauhaus wilde architecten, schilders, beeldhouwers en beoefenaren van alle toegepaste kunst (van decorbouwers tot meubelmaker) vormen tot gediplomeerde zelfstandig werkende kunstenaars of bekwame handwerkslieden.

Bovendien wilde men bereiken dat deze kunstenaars en vaklieden, vanuit een gelijkgestemde opleiding en dezelfde idealen, zouden komen tot een bouwkunst die in alle opzichten, vormgeving - decoratie - interieur, een zelfde geest en visie uitstraalde

 

WILHEM WAGENFELD (1900-1990 Germany)

lamp 1924

 

In tegenstelling tot de klassieke academie moesten hier alle leerlingen, ongeacht hun vooropleiding, eerst een basisjaar doorlopen. Het bestond uit een half jaar onderwijs in de afzonderlijke beeldaspecten en hun wetmatigheden. Het werd vervolgd met een half jaar meer samenhangend basiscursussen als: natuurstudies, materiaal- en gereedschapsleer, ruimte-, kleur- en compositieleer.

Daarna kon men zich specialiseren en bekwamen in een beroep, bijvoorbeeld holz (meubelmaker) en metall (zilversmid). Tenslotte was er nog een vierde jaar voor de architecten en bouwkundige ingenieurs.

Bijzonder was ook dat de 'kunst-opvoeding' plaats vond in afzonderlijke werkplaatsen die onder leiding stonden van een kunstenaar èn een handwerksman.

De studenten kwamen niet alleen naar das Bauhaus om er les te volgen, ze woonden er ook (een soort campus-idee), waardoor de contacten en uitwisselingen tussen de verschillende diciplines groot waren.

Naast het vorm en inhoud geven aan een echt nieuwe kunstschool was het nog een grotere verdienste van Walter Gropius, de eerste directeur, dat hij (toen nog onbekende naar later zou blijken de belangrijkste) jonge vooruitstrevende kunstenaars aan zijn opleiding wist te verbinden. Wassilly Kandinsky, Paul Klee, Oscar Schlemmer, Johannes Itten, M. Nagy, A. Albers, e.a. gaven er les. Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, J. Oud, Robert Delaunay en anderen gaven er gastcolleges of lieten hun ideeën verspreiden in de zogenaamde 'Bauhausbücher'. Zo vonden de laatste ontwikkelingen en nieuwe ideeën op het gebied van de beeldende kunst in het Bauhaus hun synthese én hun apotheose.

 

MARCEL BREUER 

Wassily Chair - 1926

 

 

Bijzonder vernieuwend was Das Bauhaus op twee gebieden:

• De bouwkunst

Men vond dat de vorm van een gebouw een gevolg moest zijn van zijn functie. Dat wil zeggen dat de esthetisch verantwoorde vorm aangepast moest worden en in overeenstemming moest zijn met de gebruikswaarde die het moest hebben. Dat principe als uitgangspunt voor architectuur werd bekend als het functionalisme.

• De toegepaste kunst

Ondanks het opleiden tot voorbeeldige vaklieden en handwerkslui besefte W. Gropius dat de machine aan de moderne maatschappij de nieuwe produkten zou leveren. Het was dus zaak de vormen van het machineproduct te leren bepalen. Het is de gedacht van de Industrial Design (Industriële Vormgeving): functioneel, bruikbaar, praktisch en esthetisch.

Toen 'Das Bauhaus' in 1933 moest sluiten werden zijn idealen toch voortgezet, eerst in Amerika door gevluchte kunstenaars en na de Tweede Wereldoorlog ook weer in Europa.

 

 

 

MARCEL BREUER 

Table Laccio - 1925

biedermeier

Biedermeier-stijl is van oorsprong uit Duitsland in de jaren 1816-48. Deze stijl wordt gekenmerkt door klassieke, eenvoudige lijnen en lichte houtsoorten met zwarte accenten. De klassieke, ietwat grafische lijnen van deze stukken laten toe om ze makkelijk te combineren met verschillende andere stijlen.

 

 

boheemse stijl

Boheemse stijl vertoont uitbundig de voorkeur voor het artistieke en literaire milieu en de afwijzing van het conventionele. Patronen zijn dikwijls overladen en niet bijeenpassend; parels en kralen zijn typisch en Europese invloeden zijn overvloedig terug te vinden. De sleutel is het mixen van verschillende stijlen en periodes, met een oog voor het artistieke en het intellectuele.

 

 

bolidismo

Design- en architectuurbeweging opgericht in 1986 door 15 jonge Italiaanse architecten uit Bologna. De ‘bolidistas’ waren geïnteresseerd in een flexibele en snelle levensstijl. Zij namen de vormelijke stijlkenmerken van het futurisme, de Amerikaanse streamline en de 1950-esthetica over om een krachtige dynamische look te creëren

 

GRUPPO G23 (Italië)  

Ontwerp voor leefruimte - 1997

 

brits koloniale stijl

Door zijn nonchalante elegantie is de Brits koloniale stijl erg populair geworden. Ondanks het gebruik van donkere houtsoorten is het overheersend gevoel licht en luchtig, dankzij het toepassen van open ruimtes en lichte stoffen en muurkleuren. Meubelstukken, originelen of herinterpretaties, zijn dikwijls uitbundig gesculpteerd en soms massief, maar andere elementen zijn gewoonlijk eenvoudig en licht. Tropische accessoires komen voor in gedempte aarde-kleuren.

 

n HOME   n DESIGNERS  n DESIGNSTIJLEN  n CONTACT n

n NEWS  n SPOT  n LINKS  n ETALAGE  n SHOP  n GUIDE  n

© 2001 - D-SIDE - België - e-mail : d-side@pandora.be