![]() |
|
|
|
|---|---|---|---|
|
|
|||
|
Korte geschiedenis van het design Vanaf
het begin van de industriële revolutie tot het huidige design, een
korte chronologie. het ontstaan van de serieproductie ~ de avant-garde ~ de jaren 20-30 ~ de vormen van de vrijheid ~ de jaren 70-80 |
|||
|
|
|||
![]() |
|||
| het ontstaan van de serieproductie | |||
|
DE
GESCHIEDENIS VAN HET DESIGN IS ONAFSCHEIDBAAR VERBONDEN MET DEZE VAN DE
INDUSTRIELE REVOLUTIE. MET ZIJN GEMECHANISEERDE PRODUCTIE ONTSTAAT EEN
NIEUWE GESCHIEDENIS VOOR DE MENSELIJKE OMGEVING, GESCHREVEN DOOR DE
INDUSTRIELEN EN NIET ALLEEN MEER DOOR HET ARTISANAAT EN DE KUNSTENAARS.
VANAF HET SPUTTEREN VAN DE STOOMMACHINES TOT DE EERSTE WOLKENKRABBERS,
ONTWIKKELT HET ZICH DOOR GREEP TE KRIJGEN OP DE TECHNOLOGISCHE
VERNIEUWING.
Ontworpen
door Joseph Paxton voor de Wereldtentoonstelling van 1851 te
Londen, werd het Crystal Palace opgericht in een recordtijd van 8
maanden, vertrekkende van gestandaardiseerde modulaire eenheden die op
voorhand werden gefabriceerd. Het gebouw was immens groot : 563 meters
lang en 263 meter breed : een oppervlakte van 70.000 m2. Met zijn hoogte
van 36 meter, telde het 3.300 gietijzeren kolommen, 2.224 metalen balken
en 300.000 glazen panelen. Deze lofzang aan de glorie van de nieuwe
industriële maatschappij kende een levendige oppositie vanwege criticus
en kunsthistoricus John Ruskin, die, enkele jaren later, gelieerd
was met de Arts and Crafts – beweging, waarvan William
Morris één van de meest opvallende figuren was. Het debat dat toen
werd aangevat tussen de voorstanders van de technologie en de industrie
en zij die zich opwerpen als de verdedigers van de historische lijn en
de schoonlheid van het unieke object, zal zich voortzetten gedurende
heel de 20e eeuw en wordt vandaag nog steeds gevoerd. Op
het einde van de 19e eeuw domineerde de industriële
productie alle facetten van het dagelijks leven, van gebouwen tot
courante gebruiksvoorwerpen. Met zijn meubelen in gebogen hout,
samengesteld uit gemakkelijk te assembleren onderdelen, leverde de
oostenrijker Michaël Thonet het bewijs dat bij serieproductie
kwantiteit (50 miljoen exemplaren van de “Bistrot”-stoel verkocht
tussen 1859 en 1930) en formele kwaliteit kunnen samengaan. Geboren
met de industriële revolutie en verstoken van elke historische
referentie, boden de Verenigde Staten het ideale kader voor de
uitbreiding op grote schaal van de mechanisatie. In 1908 kwam Henry
Ford, beinvloed door de efficiënte inrichting van de slachterijen
van Chicago, op het idee om de fabricage van het model T, de
eerste economische automobiel gemaakt op 15 miljoen exemplaren van 1909
tot 1926, in mechanische serieproductie te vervaardigen. Ford pastte de wetenschappelijke organisatie-principes van Taylor toe om het bandwerk
op punt te zetten. De
samenwerking tussen de architect Peter Behrens en de
electro-mechanische onderneming AEG leidde tot het eerste grote
voorbeeld van “global design”. Behrens was zowel betrokken
bij het ontwerpen van de producten, hertekende het logo, ontwierp
de briefhoofden, de publiciteits-affiches, de verpakking en bedacht zelf
de nieuwe gebouwen van de berlijnse fabriek van AEG en de wijken waar de
werknemers logeerden. |
De breuk tussen artisanaat en industrie. 1851 : het Crystal Palace van Joseph Paxton
|
||
![]() |
|||
| de avant-garde | |||
|
IN DE
ONSTUIMIGE JAREN 20 ONTSTAAN BEWEGINGEN DIE GEËRFT ZIJN VAN HET CUBISME
EN HET FUTURISME -HET CONSTRUCTIVISME, HET RUSSISCHE SUPREMATISME, DE
NEDERLANDSE BEWEGING DE STIJL- DIE DOOR HUN DURF DE HELE 20e EEUW ZULLEN
MARKEREN. IN HEEL EUROPA, VERENIGT DEZE ARTISTIEKE AVANT-GARDE HET
THEORETISCH ONDERZOEK EN DE CONFRONTATIE MET HET REËELE. De
hollandse beweging De Stijl, waarvan Gerrit Rietveld één
van de opvallende persoonlijkheden is, speelt een leidende rol
in de komst van de rationalistische gedachte, die in de
avant-garde van de jaren 20 en 30 de overhand heeft. De onderzoeken van
De Stijl, die in 1917 door Theo Van Doesburg is opgericht, zijn
niet te scheiden van die van de schilder Mondriaan. Hij is de
symbolische figuur van deze beweging, die de radicalisering van een
meetkundige orde ophemelt: alleen
nog verticale en horizontale lijnen en het strikte gebruik van de
primaire kleuren zijn toegestaan. Ontstaan in een overwonnen en verarmd Duitsland, is het Bauhaus in het begin, wegens duidelijke economische redenen, niet gericht op de serieproductie. Zijn stichter Walter Gropius, wil vooral scheppers opleiden die bekwaam zijn om alles te ontwerpen wat met het creëren van een omgeving te maken heeft. De methode berust op een fundamentele koers, waarvan de uitwerking en het onderricht worden toevertrouwd aan plastische kunstenaars die uit de avant-gardistische stromingen komen. Het is slechts in 1925, met de aanpassing van de oorlogsschuld en de komst van het amerikaans kapitaal, dat het Bauhaus zich naar de industriële productie kan richten. Met zijn meubels gebaseerd op een structuur van metalen buizen, wordt Marcel Breuer als een grote innovator erkend. In 1933 sluiten de Nazis de school. |
|
||
![]() |
|||
|
de jaren 20-30 |
|||
|
VAN
EUROPA TOT AMERICA, IS DE PERIODE TUSSEN DE TWEE WERELDOORLOGEN
GEKENMERKT DOOR ZIJN SLINGERBEWEGINGEN TUSSEN TECHNOLOGISCHE HARTSTOCHT
EN NOSTALGIE VOOR HET VERLEDEN. OP DE BLOEI VAN “ART DECO” KOMT HET
ANTWOORD VAN DE “MODERNE BEWEGING”. IN FINLAND ZORGT ALVAR AALTO
VOOR DE VERZOENING VAN AMBACHTELIJKE KNOW-HOW EN RATIONALISTISCH
FUNCTIONALISME. IN DUITSLAND WORDT DE AVANT-GARDE DIE ZICH AAN DE
DAGERAAD VAN JAREN TWINTIG ONTPLOOIT, MET DE KOMST VAN HET NAZISME
"GEDEGENEREERD" GENOEMD. DE ANTIEKE VERWIJZINGEN IN HET
URBANISME VAN ALBERT SPEER VALLEN SAMEN MET DE GEBOORTE VAN EEN AUTO MET
FUTURISTISCHE OPVATTINGEN : DE BEROEMDE VOLKSWAGEN “KEVER”. Aan de vooravond van de tweede wereldoorlog, is het moment gekomen van de terugkeer naar de orde, evenzeer in de landen die onder de dictatuur leven, als in de “democratische” landen. Alles wat naar de Moderne Beweging verwijst, is verdacht en wordt zelfs beschuldigd van gedegenereerdheid. Zowat overal in Europa houdt men zich ijverig bezig om aan de werkende massa een economische auto voor te stellen: in Duitsland tekent Ferdinand Porsche de Volkswagen “Kever”, in Italië lanceert men de Fiat 500, bij Citroën is het prototype van de toekomstige 2CV bezig om te ontstaan. |
GREYHOUND LINES autobus - 1940 Raymond LOEWY (1893-1986 Frankrijk/VS) Loewy wordt vaak beschouwd als de man die het beroep van industrieel ontwerper in de VS in het leven riep. Hij studeerde in Parijs en emigreerde vervolgens naar New York, waar hij zich ontplooide als ontwerper. Hij richtte in 1929 zijn eigen designbureau op. Zijn gestroomlijnde ontwerpen voor de Pennsylvania Railroad Company en de Greyhound-bussen hielpen het imago van het Amerikaanse transportwezen veranderen. Zijn meest gekende ontwerp is het Coca-Cola-flesje. In de jaren '60 maakte hij ontwerpen voor de NASA : interieurs voor de Apollo en Skylab Orbiter .
|
||
![]() |
|||
|
de vormen van de vrijheid |
|||
|
DE NA-OORLOGSE PERIODE OPENT VOOR DE DESIGNERS NIEUWE WEGEN VOOR EXPERIMENTEN EN ACTIVITEITEN. MATERIALEN, TECHNOLOGIEN, CONSUMPTIEGEWOONTES : ALLES VERANDERT EN DE DAGELIJKSE GEBRUIKSVOORWERPEN WORDEN MEER EN MEER CULTUURPRODUCTEN. De
oorlog van 39-45 was ook een technologische oorlog, die een niet te
verwaarlozen impuls heeft gegeven aan vernieuwingen, vooral op het
gebied van de materialen. Duitland had een grote voorsprong op
het gebied van de artificiële rubber met Buna-S op punt gezet door IG
Farben, een product met een zeer hoge weerstand en een ideale
vervanger voor het natuurlijke rubber uit Azië, waarvan de bevoorrading
was geblokkeerd. Vanuit de Verenigde Staten triomfeerde Dupont de
Nemours met het Nylon, een synthetisch weefsel dat zowel
toegepast werd voor vrouwelijke lingerie als voor de aanmaak van
parachutes voor de US Air Force. Andere synthetische materialen die uit
de oorlogsinspanningen voortkwamen waren : polystyreen,
polyvinylchloride (pvc), polymethyl-methacrylaat (plexiglas), polyester
versterkt met glasvezel, polyurethaan. Sommige designers maakten zich de
nieuwe mogelijkheden van deze materialen eigen : Charles Eames
en
Eero Saarinen. Beiden bedachten voor hun respectievelijke klanten,
Hermann Miller en Knoll, schelpvormige zitobjecten, op
basis van polyester met glasvezel versterkt, waarmee zij ook in 1940
deelnamen aan de wedstrijd Organic Design for Home Furnishing,
georganiseerd door het MoMA (Museum of Modern Art in New York). Het dominante functionalisme
verhindert sommige designers niet om een nieuw formeel universum te
ontsluiten -een samenraapsel van de erfenis van de Streamline en de
vrije vormen- met behulp van de mogelijkheden die de nieuwe materialen
en fabricagetechnieken hun bieden. Zo herneemt de Deen Verner Panton
op het eind van de jaren 50 de idee van de ZigZag-stoel die voor de
oorlog door Rietveld was bedacht eerst in een buis-vormige versie,
daarna als een assemblage van dikke massieve houten panelen. Panton
gebruikt de mal-techniek met het synthetisch materiaal ABS om een unieke
gedrappeerde en vloeiende vorm te bekomen die uitnodigt om te zitten en
te rusten. Dankzij Formes
Utiles, een organisatie ontstaan uit de UAM, ontdekt Frankrijk “l’esthétique
industrielle”. In de schoot van het het studiebureau Technès,
verbreedt Roger Tallon de weg die was gelegd door het industrial
design van de jaren 30, door aan de objecten uit de professionele
branche esthetische kwaliteiten mee te geven die in overeenstemming zijn
met hun gebruikswaarden. Met realisaties zoals Gallic
16, de moto Taon, de camera Sem Veronic, werkt hij een basisvisie uit
over de structurele samenstelling van de producten. Opgericht
in 1955 in Duitsland, neemt de Hochschule für Gestaltung in Ulm
opnieuw de draad op van het Bauhaus en gaat zelfs verder in zijn
ambities door de ontwikkeling van een rationalistische denkpiste, die
onder andere zijn toepassing vindt in de samenwerking van Hans Gugelot,
leraar aan de school, met de firma Braun. Als “neutrale
wetenschappelijke medewerker” en “kritische coördinator” tracht
de ulmse designer aan het massaproduct een essentiële rol toe te kennen
in de industriële cultuur. Deze functionalistische aanpak vinden we
terug in de Verenigde Staten in onder andere de computerserie Ramac 305
van IBM, maar ook in Japan waar Sony zich op de internationale markt
profileert met een reeks apparaten van hoge kwaliteit, een sobere
lijnvoering en een gereduceerd volume. Terwijl de
consumptiemaatschappij radicaal in vraag wordt gesteld, wordt de toon
gezet door de muzikale, artistieke, mode-gerichte marginaliteit. Dit
anticonformisme uit zich bijvoorbeeld in de zoektocht naar een nieuw
soort comfort, met lage meubelen, dicht bij de grond. Zo bedenken de
Italiaanse desigers Piero Gatti, Cesare Paolini, Franco Teodoro in 1968
voor Zanotta de “zitzak”, een zak in skaï gevuld met
polystyreen-bolletjes, die de vorm van het lichaam aanneemt als men er
op gaat zitten. |
|
||
![]() |
|||
|
de jaren 70-80 |
|||
|
HET DESIGN ONTSNAPT NIET AAN HET TER DISCUSSIE STELLEN VAN DE PERVERSE GEVOLGEN VAN DE INDUSTRIËLE MAATSCHAPPIJ. TEGENOVER HET KOUDE FUNCTIONALISME, ZET HET POSTMODERNISME DE VERGETEN WAARDEN VOLOP IN DE SCHIJNWERPER : HISTORICISME , REGIONALISME, HET SYMBOLISCHE, ZELFS HEILIGE UNIVERSUM. Na de grote breuk van
jaren 60, begint het tijdperk van het postmodernisme.
Alternatieve energiebronnen, recyclage, doe-het-zelf zijn de nieuwe
waarden en het functionalisme van het industrial design wordt
aangeklaagd als een alibi om in de eerste plaats het product te laten
verkopen. Men ziet dan ook, met name in Italië, de contesterende
bewegingen opduiken : anti-functionalisme, anti-design, new design …
Onder de herderstaf
van Alessandro Mendini, houdt Studio Alchimia een pleidooi
voor het banale object en het redesign, gekenmerkt door de decoratieve
elementen die ontleend zijn aan de plastische kunsten van het begin van
de eeuw. De groep Memphis, die ontstaan is rond de sterke
persoonlijkheid van Ettore Sottsass en zijn volgelingen heeft bij
designers over heel de wereld, maakt vooral school met voorwerpen en
meubelen bestaande uit eenvoudige vormen en een gedurfde mix van
kleuren. “New design” lanceert zich als de versmelting van de
artisanale productie met de industriële serieproductie. In Italië,
hemelt Andrea Branzi de komst van de nieuwe ambachtelijkheid op.
In Frankrijk, heerst het eclectisme: terwijl Garouste en Bonetti
evolueren naar neo-barok, ontwikkelt Philippe Starck, die de
nieuwe voortrekker wordt, een globale methode, die op de geïndustrialiseerde
productie is gericht. Zij omhelst alle aspecten van het design (product,
grafiek), maar eveneens interieur-architectuur en zelfs
architectuur. |
|
||
|
Chair Costes, Paris - 1984 Philippe STARCK (1949 Frankrijk)
|
|||
|
MET DE VERALGEMENING VAN WERTUIGEN ALS CAD (Computer Animated Design) EN CAM (Computer Animated Manufacturing) WORDEN NIEUWE PERSPECTIEVEN GEOPEND VOOR DE DESIGNERS. DE TOENEMENDE DEMATERIALISERING VAN DE OBJECTEN LAAT VERMOEDEN DAT IN DE TOEKOMST DE MATERIE EEN MINDERE ROL ZAL SPELEN, MAAR DAT HET VOORAL ZAL GAAN OM GOLVEN EN STROMINGEN. |
|
||
|
n HOME n DESIGNERS n DESIGNSTIJLEN n CONTACT n |
|
© 2001 - D-SIDE - België - e-mail : d-side@pandora.be |