Version française

English version

Printversie NL

 

Update : 22/07/2015

 

 

 

 

 

ZIE NIEUWE REGELS HIER!

logo BCC petit

 

 

 

 

 

 

 

FIDE-REGELS voor RAPIDSCHAAK (A) en voor SNELSCHAAK (B)

 

A1. Bij ‘rapidschaak’ moeten alle zetten worden voltooid binnen een vastgestelde tijd van meer dan tien minuten maar minder dan zestig minuten per speler; of de toegekende tijd vermeerderd met zestigmaal de toegevoegde tijd per zet is meer dan tien minuten, maar minder dan zestig minuten per speler.

A2. Spelers behoeven hun zetten niet op te schrijven.

A3. De Wedstrijdregels zijn van toepassing als:                                                                                 

a. één arbiter toezicht heeft op maximaal drie partijen en

b. elke partij genoteerd wordt door de arbiter of zijn assistent en, zo mogelijk, met behulp van elektronische hulpmiddelen wordt vastgelegd.

A4. Als artikel A3 niet van toepassing is:

a. Zodra beide spelers vanuit de beginopstelling tien zetten hebben voltooid:

1) kan geen correctie worden toegepast op de instelling van de schaakklok, tenzij het niet corrigeren een negatief effect heeft op het wedstrijdschema.

2) kan er geen claim meer ingediend worden met betrekking tot een onjuiste beginopstelling of een verkeerd geplaatst schaakbord. In het geval van verkeerde plaatsing van de koning is rokeren niet toegestaan. In het geval van verkeerde plaatsing van een toren is rokeren met deze toren niet toegestaan.

b. Een onreglementaire zet is voltooid zodra de speler zijn klok heeft ingedrukt. Als de arbiter dit waarneemt moet hij de partij voor de overtredende speler verloren verklaren, vooropgesteld dat de tegenstander nog niet zijn volgende zet gedaan heeft. Als de arbiter niet ingrijpt, mag de tegenstander winst claimen, vooropgesteld dat de tegenstander nog niet zijn volgende zet gedaan heeft. Echter, de partij is remise als de stelling zodanig is dat de tegenstander de koning van de speler nooit mat kan zetten, door welke reeks van reglementaire zetten dan ook. Als de tegenstander geen winst claimt en de arbiter niet ingrijpt, blijft de onreglementaire zet gehandhaafd en de partij wordt voortgezet. Als de tegenstander een onreglementaire zet heeft beantwoord kan deze niet meer worden gecorrigeerd, tenzij de spelers dit besluiten zonder tussenkomst van de arbiter.

c. Om de winst na tijdsoverschrijding te claimen moet betrokkene de schaakklok stilzetten en de arbiter hiervan in kennis stellen. De claim wordt slechts toegewezen als de vlag van degene die claimde niet en die van zijn tegenstander wel is gevallen na het stilzetten van de schaakklok. Echter, de partij is remise als de stelling zodanig is dat de speler de koning van de tegenstander nooit mat kan zetten, door welke reeks van reglementaire zetten dan ook.

d. Als de arbiter waarneemt dat beide koningen schaak staan of dat er een pion op de verste rij van zijn uitgangspositie staat, dan moet de arbiter wachten tot de volgende zet is voltooid. Daarna, als de onreglementaire stelling nog steeds op het bord staat, moet hij de partij remise verklaren.

A5. Het Wedstrijdreglement moet omschrijven of artikel A3 of artikel A4 geldt voor de hele wedstrijd.

 

NB : voor de tornooien Rapidschaak van de Brussels Chess Club geldt artikel A4.

De koning schaak laten staan is een onreglementaire zet evenals het slaan van de koning van de tegenstander.

Deze zetten kunnen leiden tot het verlies van de partij indien zij worden voltooid.

Net zoals voor de lange partijen van de Brussels Chess Club geldt ook voor de partijen Rapidschaak (niet voor Snelschaak)

bijlage G, aangaande het « versneld beëindigen » van partijen, meer bepaald de artikels G5 en G6.

Deze regel wordt besproken in ons tornooireglement > http://home.scarlet.be/brussels-chess-club/open/TR.html.

 

B1. Bij ‘snelschaak’ moeten alle zetten worden voltooid binnen een vastgestelde tijd van tien minuten of minder per speler; of de toegekende tijd vermeerderd met zestigmaal de toegevoegde tijd per zet is tien minuten of minder per speler.

B2. De straffen genoemd in de artikelen 7 en 9 van de Wedstrijdregels zijn één in plaats van twee minuten.

B3. De Wedstrijdregels zijn van toepassing als:

a. één arbiter toezicht heeft op één partij en

b. elke partij genoteerd wordt door de arbiter of zijn assistent en, zo mogelijk, met behulp van elektronische hulpmiddelen wordt vastgelegd.

B4. Als B3 niet van toepassing is dan worden de partijen gespeeld volgens de Regels voor Rapidschaak zoals vermeld in artikel A4, mede met inachtneming van A2.

B5. Het wedstrijdreglement moet omschrijven of artikel B3 of artikel B4 geldt voor de gehele wedstrijd.

 

NB : voor de tornooien Snelschaak van de Brussels Chess Club geldt artikel B4.

Nu gelden dezelfde regels voor het Snel- als voor het Rapidschaak !