Mönch 4107m :

Eerste bestijging : Oktober 1996 via de Z-graat.
Tweede bestijging : Juni 1998 via de Z-graat.

Hieronder volgt het verslag van mijn derde bestijging van deze berg en tevens ook de interessantste :


Mönch 4107m, september 2000 :

Het week-end van 23 en 24 september beloofde het zeer goed weer te worden in de Alpen. Er was geen twijfel, ik ging dat week-end naar de bergen voor een beklimming. Maar welke berg beklimmen? Ik had immers zoveel dromen en plannen. Wat mij nog meer in vertwijfeling bracht, was het feit dat het de afgelopen week hevig had gesneeuwd. Mijn geplande beklimming in het Mont Blanc massief heb ik hierdoor ook geanulleerd.

Hierdoor kwam er een oude droom weer naar boven. De beklimming van de Mönch via zijn N-zijde. Met meer als 2000m rijst hij hoog boven de alpenweiden.

Foto : De N-flank van de Mönch. Aangeduid de route welke bestegen werd.

Zaterdag, heel vroeg in de morgen vertrok ik dan naar Grindelwald, in het hart van het Berner Oberland. Eenmaal aangekomen, zag ik dat de hoge bergen inderdaad maagdelijk wit gekleurd waren met een verse sneeuwmantel. Tot wel 50cm op 4000m!

Het weer was inderdaad mooi. De aankomende herfst, de heldere blauwe lucht en de vers besneeuwde toppen zorgden voor een mooi kleurenspel. Ik ging met de tandradbaan omhoog tot aan de Kleine Scheidegg op ongeveer 1900m hoogte. Van hieruit rees de Mönch als een reus in de lucht. De besneeuwde en verijsde noordzijde benam me de adem. Voor velen lijkt zo’n berg onbeklimbaar, ontoegankelijk en afschrikwekkend. Voor mij was enkel het moment aangebroken om een droom te verwezenlijken.

Ik stond er nu alleen voor. Weg uit de drukte van de Kleine Scheidegg en de drukke wandelpaden.
Na een klein uur stappen stond ik aan de voet van de berg. Er restten mij nog 2000 hoogtemeters.
De route die ik gekozen had door deze N-flank gaat over de befaamde “Nollen”. Een immense ijsmuur dat de weg langs alle kanten blokkeert. Deze ijsmuur was mijn zorg.
Maar eerst ging het naar de Guggi-hut, welke op 2800m ligt. Het paadje dat normaal volledig sneeuwvrij is, was bedekt met verse sneeuw. Daardoor was het niet altijd eenvoudig de juiste weg te volgen. Regelmatig voer het pad door rotsbarrières, waar een beetje klimwerk nodig was. Ook deze lagen vol met sneeuw en ijs wat zorgde voor een paar delicate passages.
Hoe hoger ik kwam, hoe dikker de sneeuw lag. Ik zakte er soms wel tot 30cm diep in, waardoor de laatste 400m zeer vermoeiend waren.

Uiteindelijk bereikte ik toch binnen de aangegeven tijd de totaal verlaten hut. Al mijn kledij ging uit en legde ik te drogen in de zon.

        Foto : De ondergesneeuwde Guggi-hut.

Tot mijn grote verbazing kwamen er later op de avond nog 2 touwgroepen omhoog. Twee Duitsers en twee Zwitsers. Ze hebben goed kunnen profiteren van mijn spoor.
Eveneens waren zij van plan om de “Nollen” route te beklimmen.

Ikzelf en de 2 Duitsers hadden afgesproken om de komende nacht samen te vertrekken. Hoger op de berg lag er immers een grote hoeveelheid sneeuw. Door samen te vertrekken konden we om de beurt sporen.

Zo vertrokken we dus om 4 uur stipt. Het was een zeer donkere nacht. Ik en Bruno (één van de Duitsers) namen om de beurt de leiding.
Normaal gaat het eerste deel van de route door eenvoudige rotsbanden en staan er regelmatig steenmannen om te weg aan te duiden. Dit alles was ondergesneeuwd.

Iets hoger kwamen we op het Mönchsplateau. Hier wisten we even niet hoe het verder moest. Met onze koplampen konden we maar een paar tientallen meters ver kijken. We bleven zoveel mogelijk links houden en gingen verder over een brede sneeuwrug.
Daarna werd het klaarder en zagen we recht voor ons een gigantische ijsmassa die de weg naar de top barricadeerde. Deze ijsmassa noemt men dus de “Nollen”.
We waren reeds 3u30 onderweg. Het zag er ineens niet meer zo eenvoudig uit als dat het van ver leek!
 
 

        Foto : Kniediepe sneeuw op onze weg naar de top.

Aan de andere zijde van de berg was de zon opgekomen, maar wij zaten in de kille noordflank waar de zon pas vrij laat tevoorschijn komt.
Voor het eerst werd het touw bovengehaald bij de Duitsers. Ik had een geluk dat ik mee met hun aan het touw mocht. Vanaf nu werd er in touwlengtes geklommen. Het ijs was extreem steil. Zo’n 60° à 70° steil en volledig blank. Elke keer je met de piolet kapte, braken er stukken ijs af. De punten van de stijgijzers en piolets zaten telkens maar voor 2cm in het ijs vast.
Bruno klom in de ijswand telkens op kop, af en toe zette hij een ijsvijs als tussenzekering. Op het einde van het 30m touw installeerde hij een standplaats, waarna ik en de andere Duitser naklommen.

Foto's : Beelden afkomstig van mijn videocamera. Op de linkse foto ziet men het begin van de Nollen. Rechts de uitklim.

Uiteindelijk heeft het ons bijna 4 uur gekost om deze ijsmuur van ongeveer 100 à 150m te overwinnen. Boven gekomen aan deze ijsmuur voelden we voor het eerst de zonnestralen. Heerlijk. Maar wij waren bijlange nog niet op de top. Er restten nog 500 hoogtemeters!

Na een iets vlakker stuk werd het weer steiler. Hier gingen we uiteen. De twee Duitsers besloten rechts in de flank naar boven te gaan om vervolgens via een rotsgraat op de topgraat te stoten. Ik besloot links door de meer als 300m hoge ijswand te gaan. Tot mijn groot ongenoegen was de kwaliteit van het ijs wederom slecht. Eindeloos was de klim door deze 50° steile flank.

Rond 13u30 kwam ik uitgeput op de besneeuwde topgraat. Wat was ik blij dat ik weer mijn voeten recht kon neerzetten. Een kwartier later stond ik eindelijk op de top. Moe. Maar het overweldigende uitzicht maakte veel goed.

De afdaling langs de andere zijde was voor mij eenvoudig. Reeds 3 keer had ik de Mönch langs daar al bestegen.
Een klein uur later stond ik op de brede piste die leidde naar het Jungfraujoch. Veel tijd om hier te blijven rondhangen was er niet.
Met een innerlijke vreugde stapte ik de tandradbaan op om mij weer tot in Grindelwald te brengen.
Ik genoot van de laatste zonnestralen in Grindelwald en na gegeten te hebben, begon ik aan het vermoeiendste deel van heel het week-end : de terugweg naar huis.
Zeker als ik nog eens in ettelijke files heb gestaan op de Zwitserse snelwegen.
Om 3 uur ’s morgens lag ik dan eindelijk thuis in mijn bed. Maar een paar uur later ging het alarm al weer af voor een nieuwe werkweek!
 

Informatief :

Uitgangspunt : Guggi-hut.
Moeilijkheidsgraad : D
Tijd : 7 tot 10 uur.
 
 
 
 
 
 

        Foto : Op de top van de Mönch. Genomen in oktober 1996 tijdens mijn eerste bestijging van deze berg.