pic

Mijn eerste leesboek

Klikken om als PDF te zien

Dit is het eerste leesboek dat papa voor mijn nichtjes en voor mij heeft geschilderd.  

  

  

  

MIJN ALLEREerste Verhaaltje

Klikken om af te spelen

Dit verhaaltje kreeg ik te horen toen papa een paar dagen niet thuis kon zijn. Zoals je zal merken in het verhaal, ben ik op dat moment nog maar een wormpje.  

  



Talking Feather

Klikken om af te spelen

Gedurende de herfst moesten de jonge moeders het dorp verlaten om fruit en bessen te gaan plukken. De grootmoeders, die niet meer zo goed ter been waren, pasten op de kleine kinderen. Deze oma's vonden dat een hele eer. Kinderen moeten nog heel veel dromen verzamelen vooraleer ze volwassen zijn. Daarom mogen ze dus langer uitslapen. 

Op zo'n uitslaapochtend waren Kraai en Ekster aan het kibbelen over welke boom eigendom was van welke vogel. "Raaa-Raaaw" schreeuwde Kraai. "Krrrrr-Kack" schreeuwde Ekster. Ze spraken beide tegelijk en luisterden niet naar elkaars woorden. 

Eén van de grootmoeders vroeg aan de Schepper (Wakan Tanka) of hij de kibbelende vogels niet kon doen ophouden. Dat vond ze makkelijker dan zelf naar buiten te gaan en tussenbeide te komen. Wakan Tanka zei echter tegen de grootmoeder dat het haar taak was om op de kinderen te passen én dus om de vogels stil te krijgen. Eigenlijk deed Wakan Tanka dit opdat de grootmoeder zou zien welk geschenk ze zou gaan krijgen. 

De grootmoeder ging naar buiten, klapte in de handen en riep Kraai en Ekster terecht. Deze twee schonken echter geen aandacht aan haar. Uit wanhoop riep de grootmoeder de hulp in van Arend. Arend was één van de meest heilige vogels. "Oh broer Arend, kan je aub deze twee vogels verjagen, zodat de kinderen kunnen dromen", vroeg de grootmoeder. Arend sloeg zijn vleugels uit en dook naar de twee vogels. Hij slaakte een kreet wanneer hij bijna bij Kraai en Ekster was. Deze waren echter zo druk aan het ruziën, dat ze Arend niet opmerkten. Arend schreeuwde luider naarmate hij dichter kwam. Toen gebeurde het onvermijdelijke. "Raaa-Raaaw" schreeuwde Kraai, terwijl hij met zijn vleugels flapperde om toch op zijn stok te kunnen blijven zitten. "Krrrrr-Kack" schreeuwde Ekster, terwijl hij flapperde alsof hij moest opvliegen tegen een zware windvlaag. Beide voelden plotseling dat de heilige Arend tegen hen opbotste. Ze zagen ook hoe het heilige dier een pluim verloren was door de botsing en hoe deze pluim neerdwarrelde. Oei, wat hadden ze nu gedaan? Kraai dook naar beneden en ving de pluim op, voor deze Moeder Aarde raakte. Wanneer Kraai terug naar zijn tak vloog, hoorde hij Ekster spreken tegen Arend. "Oh broer Arend, meest heilige van onze familie, we hadden je niet horen afkomen, sorry voor het beschadigen van je veren". Kraai was verrast dat hij zo'n vriendelijke woorden hoorde van de onbeleefde Ekster. 

Kraai nam de veer van Arend in één klauw en sprak: "Ik ben dikwijls een stoute vogel geweest, maar dit is wel het ergste wat ik je kon aandoen. Mijn oprechte excuses!"

Ekster geloofde zijn eigen oren niet. De anders zo onbeleefde kraai, sprak ineens wijze woorden! Kraai gaf de veer terug aan Ekster, zodat deze hem aan Arend kon geven. Ekster en Kraai keken elkaar even in de ogen en wisten beiden dat dit niet zou gebeurd zijn, als ze minder gekibbeld hadden. "Ik ben beschaamd, broer Arend, dat door mijn luid gekibbel ik het eigenlijke probleem vergeten was". Kraai nam de veer en zei " Wij hebben de kinderen gestoord tijdens hun kostbare slaap, en hebben een heilige pluim uit jouw vleugel getrokken. Hiervoor vragen we aan jou vergeving." Arend keek hiernaar met zijn wijze ogen en een open hart. Hij wist dat Kraai en Ekster hadden geleerd uit deze situatie. Hij zag ook dat de grootmoeder beneden geïnteresseerd aan het meeluisteren was. Hij zei tegen Kraai: "Geef mijn veer aan de grootmoeder beneden, zodat ze deze kan aankleden met parels, leer en pels om ze mooier te maken. Zij kan hem in haar hut bewaren zodat ze anderen leren kan hoe ze deze veer moeten versieren. Dit heilige voorwerp noemen we een Spreek-Veer. Alle mensen moeten, als ze samen komen vergaderen rond de grote vuren, gebruik maken van een Spreek-Veer. Enkel diegene die de veer heeft, mag spreken. Iedereen moet de kans krijgen om zijn zeg te doen, te beginnen met de oudste persoon. Wanneer de veer zo gehouden wordt dat de achterkant naar de luisteraars gekeerd is en de holle kant naar de spreker, dan zal de spreker eerst zijn eigen woorden horen, omdat ze teruggekaatst worden. Dit zal ervoor zorgen dat hij tweemaal nadenkt voor hij iets kwetsend zal zeggen. Wanneer iedereen zo gesproken heeft, kan er gestemd worden. De groep met de meeste stemmen haalt uiteindelijk de beslissing." Kraai gaf de veer aan de grootmoeder. De grootmoeder was zeer vereerd om de veer te krijgen en om dit verhaal verder te kunnen vertellen. Vanaf toen heeft elke grootmoeder dit verhaal doorverteld en gezorgd dat alle kinderen een Spreek-Veer konden maken. Kinderen met een Spreek-Veer dromen ervan later belangrijke beslissingen te kunnen maken.

naar Jenny Ray (Legend Singer) - Umatilla Stam (Pacific NW)

GlOOskaP en de Wind Arend

Klikken om af te spelen

Lang geleden leefde Glooskap met zijn grootmoeder Houtje in een kleine hut naast de grote zee. Op een dag wandelde Glooskap rond en zag hij enkele eenden in de baai. "Ik denk dat het tijd is om op eenden te jagen," zei Glooskap. Hij nam zijn boog en pijlen en stapte in zijn kano. Hij peddelde naar de eenden en zong:

 

Yo hey ho hey 
Ki yo wah ji neh
Ki yo wah ji neh
Ki yo wah ji neh

Er stak echter een zware wind op, die ervoor zorgde dat de kano draaide en terug aan land geblazen werd. Opnieuw begon Glooskap te peddelen en deze keer zong hij een beetje luider. 

YO HEY HO HEY 
KI YO WAH JI NEH 
KI YO WAH JI NEH
KI YO WAH JI NEH

Weer stak er een enorme wind op, die hem opnieuw aan land blies. Vier keer probeerde hij tegen de wind in te roeien, maar vier keer lukte het hem niet. Hij was niet gelukkig en keerde terug naar de hut en zijn grootmoeder. Hij ging naar binnen, ook al stond er een stok dwars in de deuropening, wat wil zeggen dat grootmoeder niet gestoord wou worden. "Grootmoeder," vroeg Glooskap "Wat doet de wind blazen?" Grootmoeder keek op van haar werk. "Glooskap," zei ze, "Waarom wil je dat weten?" Glooskap antwoordde zoals elk kind op zulk een vraag zou antwoorden: "Daarom." Grootmoeder Houtje keek hem aan. "Ah, Glooskap," zei ze "Elke keer dat je zo'n vraag stelt, betekent dat dat er problemen komen. Misschien moet ik het daarom niet aan jou vertellen. Maar ik weet dat je heel koppig bent en het altijd opnieuw zult blijven vragen. Dus ik zal het je maar vertellen. Als je tegen de wind in blijft wandelen, dan kom je op de plaats waar de Wind Arend staat." "Dank je, grootmoeder," zei Glooskap. 

Hij ging uit de hut, draaide zich naar de wind en begon te stappen. Hij wandelde over velden en door bossen en de wind waaide zeer hard. Hij wandelde door valleien en over heuvels en de wind waaide nog harder. Hij klom de bergen op en de wind waaide verschrikkelijk hard. Al gauw stonden er nergens meer bomen recht, en de wind blies met een indrukwekkende snelheid in zijn gezicht. De wind blies zo hard, dat de moccasins van Glooskap wegwaaiden. Maar hij was zeer koppig, hij draaide zich om en liep verder met zijn rug naar de wind gekeerd. De wind raasde zo hard dat al zijn kleren gingen vliegen. Glooskap kroop al vlug helemaal naakt tegen de wind in. De wind blies zijn haren af, maar Glooskap bleef wandelen, tegen de wind in. De wind rukte zijn wenkbrauwen uit, maar hij gaf niet op. De wind werd zo sterk dat hij enkel kon verderkruipen door zich verder te trekken aan grote stenen. 
En daar, op de top van de berg, zag hij een grote vogel, die klapte met zijn vleugels. Dat was de Wind Arend. Glooskap ademde diep in, "GROOTVADER!" riep hij. De Wind Arend stopte met flapperen en keek rond. "Wie noemt er mij grootvader?" zei hij. Glooskap stond recht. "Ik ben het, Grootvader. Ik kwam hier om je te zeggen dat je heel goed wind kan maken. De Wind Arend stak zijn borst vooruit van trots. "Je bedoelt zo," zei hij en hij flapperde heel hard met zijn vleugels. De wind was zo sterk dat Glooskap van de grond vloog. Als hij zich niet tijdig had vastgegrepen aan een rots, was hij al lang van de berg gewaaid. "GROOTVADER!!!" riep Glooskap opnieuw. De Wind Arend stopte met flapperen. "Ja?" zei hij. Glooskap stond op en kwam dichterbij. "Je kan heel goed wind maken, Grootvader, maar het lijkt mij zo, dat je dit nog veel beter kan op die andere bergtop daarginds." De Wind Arend draaide zijn hoofd en keek naar de andere bergtop. "Dat kan wel zijn," zei hij, "maar hoe geraak ik daar dan?" Glooskap lachte. "Ik zal je dragen Grootvader. Wacht hier." 
Glooskap liep van de berg naar beneden, totdat hij een grote boom tegenkwam. Hij haalde de schors van de boom en verweefde het binnenste tot een sterk touw. Dit nam hij mee naar de berg met de Wind Arend. "Hier, Grootvader" zei hij, "Laat me dit rond je binden, zodat ik je makkelijker kan optillen". Hij wikkelde het touw zo strak rond de Wind Arend, dat zijn vleugels tegen zijn zij geklemd werden en  hij nauwelijks kon ademen. "Nu zal ik je naar een betere plaats brengen," zei Glooskap, en hij pakte de Wind Arend op zijn rug. Hij wandelde naar de andere bergtop en kwam langs een diepe kloof. Terwijl hij over de kloof ging, lostte hij de Arend zodat deze ondersteboven in de kloof viel. De Arend zakte dieper in de kloof en kon zich niet meer bewegen. 
Glooskap ging nu op eendenjacht. Hij liep naar beneden en merkte dat er geen wind meer was. Nergens was er nog wind: niet in de heuvels, niet in de valleien, niet in het bos en niet in de velden. Hij trok wat nieuwe kleren aan en nieuwe mocassins, stapte in zijn boot en ging op eendenjacht. Hij peddelde en zong zijn kanolied: 

Yo hey ho hey
Ki yo wah ji neh
Ki yo wah ji neh
Ki yo wah ji neh

De lucht was zeer heet en droog en hij begon te zweten. Het werd zo warm dat het moeilijk werd om te ademen. Het water begon vuil te worden en te stinken en er stond al snel een laag schuim op het water, zodat het moeilijk werd om te peddelen. Glooskap kon nergens eenden meer bespeuren en keerde ontevreden naar huis terug. 

Hij ging direct naar de hut van grootmoeder en wandelde binnen. "Grootmoeder," zei hij, "wat is er fout gelopen? De lucht is heet, ik zweet me kapot en ik kan moeilijk ademen. Al het water heeft een vieze schuimlaag gekregen en de eenden zijn weg." Grootmoeder Houtje keek hem streng aan. "Wat heb je nu weer uitgepookt Glooskap?" Glooskap antwoordde zoals elk kind in de wereld zou doen. "Oh, niets." zei hij. "Glooskap," zei Grootmoeder Houtje, "vertel me wat je hebt gedaan." Glooskap vertelde haar over zijn bezoek aan de Wind Arend en wat hij gedaan had om de wind te stoppen.. "Oh, Glooskap," zei grootmoeder, "je zal het ook nooit leren. Tabaldak, de Maker, heeft de Wind Arend op die berg gezet om voor ons wind te maken. We hebben de wind nodig. De wind houdt de lucht koud en proper. De wind brengt ons wolken met regen om de aarde te wassen. De wind beweegt het water om het zuiver en proper te houden. Zonder de wind, zou het leven moeilijk worden voor ons en onze kinderen en de kinderen van onze kinderen." Glooskap knikte. "Ik versta het," zei hij. 

Hij ging terug naar buiten, draaide zijn hoofd in de richting van waar de wind eens kwam en begon te wandelen. Hij wandelde door de velden, door de bossen, door de valleien en de heuvels. En nergens was er wind. Hij klom op de bergen en kreeg het moeilijk om te ademen door de warmte. Uiteindelijk kwam hij bij de kloof waar de Wind Arend vast zat. Hij keek neer, en zag dat deze nog steeds ondersteboven in de kloof hing. "Nonkel?" riep Glooskap. De Wind Arend keek met moeite naar boven. "Wie noemt er mij Nonkel?" vroeg hij. "Ik ben het, Glooskap, Nonkel. Ik sta hier boven, maar wat doe jij daar beneden?" "Oh, Glooskap," zei de Wind Arend, "een lelijke naakte man zei dat hij mij naar een andere berg ging brengen, om nog meer wind te kunnen maken, maar hij heeft mij in deze kloof laten vallen. En hier hangen is echt geen pretje." "Ah, Grootva . . . euh, Nonkel, ik haal je hier uit." Glooskap klom naar beneden in de kloof en trok de Wind Arend uit zijn benarde positie. 

Hij plaatste de Arend terug op de bergtop en maakte zijn vleugels los. "Nonkel," zei Glooskap, "het is fijn dat de wind af en toe blaast en af en toe niet." De Wind Arend keek naar Glooskap en knikte dan met zijn hoofd. "Ik versta je." zei hij. 

Zo komt het dat, tot op de dag van vandaag, de wind af en toe blaast en af en toe niet.

Abenaki stam - North East

Ontstaan van de Lakota

Klikken om af te spelen

Een hele tijd geleden, wanneer de wereld pas gemaakt was, vocht Unktehi, het watermonster, met de mensen. Hij veroorzaakte een enorme overstroming om alle mensen te doden. Misschien dat op dat moment Wakan Tanka kwaad was op de mensen, want hij liet het watermonster begaan. Of misschien wou Wakan Tanka ook wel gewoon betere mensen van ons maken. 

Het water steeg, hoger en hoger. Uiteindelijk was alles overstroomd, behalve de heuvel waar nu de rode steen van de heilige pijp wordt ontgonnen. De mensen klommen hoger en hoger op de heuvel om te ontsnappen aan het water. Unktehi kende geen genade en liet het water neerslagen op de rotsen en stenen in de buurt, zodat de mensen bekogeld en verpletterd werden door stenen. Iedereen werd gedood, en al het bloed stroomde over de hele heuvel. Het bloed verhardde en werd rode steen. Het is nu het graf van onze voorouders. Daarom is de pijp, die gemaakt wordt van deze rode steen heilig voor ons. De kop van de pijp is het vlees en het bloed van onze voorouders. De steel van de pijp is de ruggengraat van de mensen die toen gestorven zijn. De rook die uit de pijp komt is hun adem. Tijdens een ceremonie voel je al de krachten van de voorouders uit de pijp komen. Unktehi, het verschrikkelijke watermonster veranderde toen het water opdroogde in een stenen bergketen. Verschillende mensen kunnen getuigen dat het uitgedroogde monster nog af en toe beweegt. 

Toen alle mensen zoveel jaren geleden stierven, was er één meisje, een heel mooi meisje, dat overleefde. Toen het water steeg en bijna over de heuvel sloeg, kwam er een grote Gevlekte Arend, Wanblee Galeshka. Deze dook neer, en liet toe dat het meisje zich vastklampte aan zijn poten. De arend vloog naar de top van een grote boom, die op een uitstekende rots stond in de Zwarte Heuvels. Dat was het huis van de arend. Die plaats kwam nooit onder water te staan. Mensen die op die plaats zouden geraakt zijn, zouden de overstroming overleefd hebben. Maar de rots was zo steil dat ze onmogelijk naar boven konden klimmen. De Gevlekte Arend hield het meisje daar en het mooie meisje werd zijn vrouw. Toen was er nog een heel nauwe band tussen de mensen en de dieren, dus dat was heel gewoon in die tijd. De vrouw van de arend werd zwanger en baarde een tweeling. Een meisje en een jongen. Het meisje was heel gelukkig en zei: "Nu zullen er terug mensen komen op de aarde. *Washtay*, zo is het goed." De tweeling werd geboren op de rots. Wanneer het water wegtrok, plaatste de arend de moeder en de 2 kinderen beneden op de vaste grond. Hierbij zei de arend: "Word een volk, een prachtig volk, word Lakota". Het meisje en de jongen werden ouder. Hij was de enige man op aarde, zij was de enige jonge vrouw op aarde. Ze trouwden en kregen kinderen. En zo zijn de Lakota ontstaan. De Lakota stammen dus af van de Gevlekte Arend. Het zijn dus arend-mensen. Daar zijn ze trots op, want de arend is de slimste van alle vogels, hij is de boodschapper van Wakan Tanka en één van de beste strijders. Daarom droegen en dragen Lakota altijd een arendsveer.

naar Archie Lame Deer - Lakota Oyate - Plains

Legende van de Arend en de Vlasvink

Klikken om af te spelen

Lang geleden kwamen alle vogels samen om uit te maken wie van hen het hoogst kon vliegen. 
Sommige vlogen erg snel, maar werden vlug vermoeid en werden voorbij gestoken door andere vogels met sterkere vleugels. Eén van hen vloog echter het hoogst. Dat was de arend. Hij was bijna klaar om zich als grote overwinnaar uit te roepen, toen hij plots voorbijgestoken werd door de grijze vlasvink.

De kleine vlasvink had zich stiekem verstopt onder de veren van de arend en kon op het einde de arend voorbijsteken omdat hij al zijn energie had gespaard.

Alle vogels kwamen daarna samen om de winnaar te belonen. Na lang beraad werd de arend als winnaar uitgekozen. Niet alleen omdat hij als enige zeer dicht tegen de zon was geweest, maar ook omdat hij de kleine vlasvink met zich had meegenomen op zijn rug.

Daarom is het dat arendsveren worden beschouwd als een van de meest eerbare tekens voor een indiaanse krijger. De arend ziet men als de moedigste vogel en als de begiftiger van kracht om op zeer grote hoogten te kunnen vliegen.

Ojibwa stam - Great Lakes

AREND VERHALEN OP CD

CD cover Arend Verhalen

Als je de verhaaltjes voor Arend op een CD wil afdrukken, dan vind je hier een cdcover, de achterkant van de cover en de cd inlay.