Geestelijk leven

sterretje

De godsdienst

Godsdienst was erg belangrijk voor de Azteken. Ze hadden vele goden en vertelden er vele verhalen over. Hun dagelijks leven werd erg beÔnvloed door hun goden. 

De Azteekse kosmos of universum   De Azteken geloofden dat de kosmos bestond uit drie niveaus. Het eerste en hoogste niveau bestond uit de hemel. Deze was zelf onderverdeeld in dertien lagen met het bovenste als verblijf van de schepper Ometeotl. 

Het middelste niveau was de aarde en daaronder lag het laatste niveau: de onderwereld ("Mictlan"). Dit niveau bestond dan weer uit negen lagen. Het middelpunt van deze kosmos lag in hun hoofdstad: Tenochtitlan. In totaal kan men dus dertien lagen onderscheiden in het universum. Deze dertien lagen kan men voorstellen als dertien halfronden. De Azteken meenden dat hun wereld een platte ruimte was, omgeven door zee die zich op een zeker punt omhoog boog en dan overging in de lucht. De bovenlucht bestond uit "hemelwater" dat ieder moment naar beneden kon komen en de wereld kon verzwelgen. Tenochtitlan lag dus in het middelpunt van de wereld en in het hart van de stad stond de Grote Tempel.

een kaart met het Azteekse wereldbeeld

top

 

Schepping van de wereld   De schepping begon allemaal bij de oppergod Ometeotl. Uit zijn naam, "heer van de twee-eenheid", blijkt dat hij tweeslachtig was. Practisch gezien betekent dit dat hij bestond uit een mannelijke helft Tonacatecuhtli en een vrouwelijke,Tonacacihuatl. Deze godheid verbleef in de 13de en hoogste hemel. Zijn enige bijdrage bestond uit de schepping van de goden. De rest van het scheppingswerk werd door de andere goden gedaan. Ometeotl had vier zonen, die overeenkwamen met de vier windstreken. 

Ometeotl met het masker van een draak op zijn hoofd

Hun vier zonen schiepen op hun beurt alle andere goden, de wereld en de mensheid. Eťn was  Rode Tezcatlipoca, die ook wel Xipe Totec werd genoemd, wat "Gevilde God" betekent. Blauwe Tezcatlipoca, die ook wel Huitzilpochtli werd genoemd, wat "Blauwe Kolibrie" (soms Linkshandige Kolibrie) betekent, was de stamgod van de Azteken. Witte Tezcatlipoca, die ook Quetzalcoatl werd genoemd, wat "Gevederde Slang" betekent, en Zwarte Tezcatlipoca, de "Heer van de Nachtelijke Hemel" zijn de andere twee.



De vijf tijdperken   De Azteken geloofden dat de wereld vijfmaal was geschapen en dat ze zelf in het vijfde tijdperk leefden. Elk tijdperk of "Zon" begon als een van de goden veranderde in de zon. Over elke Zon heerste een god die zijn wereld tenslotte op een toepasselijke manier vernietigde. Elk van de vier tijdperken was verbonden met een van de vier elementen: water, vuur, lucht en aarde en werd bevolkt door verschillende soorten mensen, die bij de verwoesting gedood of veranderd werden. Over het vijfde tijdperk heerste de vurige zonnegod, Tonatiuh.

top

De schepping van de Azteken en hun vijfde tijdperk   De Azteken vertelden verschillende verhalen over het ontstaan van de mens en het vijfde tijdperk. Een versie vertelt dat de goden Quetzalcoatl en Zwarte Tezcatlipoca zichzelf  op een bepaald moment in bomen veranderden om het hemelgewelf op te tillen. Zo schiepen ze een ruimte waarin een nieuw begin met de schepping kon worden gemaakt. Volgens een ander verhaal vormden de goddelijke broers hemel en aarde uit het verscheurde lichaam van het Aardmonster Tlaltecuhtli. Een ander mythe vertelt dat Quetzalcoatl verantwoordelijk was voor de terugkeer van de mens op aarde. Daarvoor moest hij eerst afdalen naar de Onderwereld, om de resten van hun voorgangers uit de Vierde Zon op te sporen: beenderen die in handen waren van de sluwe, bezitterige Mictlantecuhtli, de Meso-Amerikaanse dodengod met alleen een schedel als hoofd. Toen hij daarin geslaagd was, ging Quetzalcoatl met zijn buit naar de mythische plaats Tamoanchan, het "Land van de Mistige Hemel". Daar vermaalden de andere goden de beenderen als maÔs fijn. Daarna bevochtigden ze het beendermeel met hun eigen bleod en van het kleverige deeg boetseerden ze mensen. De jonge mensen werden in Tamoanchan door de goden verzorgd tot ze groot genoeg waren om op eigen kracht naar het aardoppervlak te vertrekken. Nog een andere versie kwamen de mensen volgroeid en wel uit uit het binnenste van de aarde Chicomoztoc, of "Zeven Grotten", een mythische berg met diepe, baarmoederachtige holten waarin het menselijke ras op magische wijze was voortgebracht.

De goden   Op het eerste gezicht lijkt het alsof de Azteken verschillende goden hadden, maar in feite hadden de meeste goden meerdere namen en beÔnvloeden ze verschillende zaken, afhankelijk van de plaats en de tijd waar ze werden vereerd. De belangrijkste goden werden reeds eerder genoemd: Ometeotl en zijn vier zonen. Deze vier zonen dragen alle dezelfde naam: Tezcatlipoca. Deze vier goden schiepen talloze andere goden, die elk minstens ťťn natuurkracht of menselijke eigenschap onder hun hoede hadden. In het hele rijk waren ook ontelbare minder goden, waaronder tientallen maÔsgoden.

enkele voorstellingen van de goden:

Quetzalcoatl
Quetzalcoatl: god van de kennis en de schepping

 

xipe Totec
Xipe Totec: God van de lente
Chantico
Chantico: Godin van de haard

Tlaloc: God van de regen


Mictlantecuhtli
Mictlantecuhtli: God van de dood
Chalchiuhtlicue
Chalchiuhtlicue: Godin van meren en rivieren
Chicomecoatl
Chicomecoatl: Godin van de maÔs
zwarte Tezcatlipoca
Zwarte Tezcatlipoca: God van het noodlot en de schepping
Huitzilpochtli
Huitzilpochtli: God van de oorlog, de zon en van het Azteekse land

top

De priesters

De priesterstand   Er waren tienduizend priesters, priesteressen en astrologen in het Azteekse rijk. Alleen in de tempel van Huizilopochtli werkten er al zo'n 5000. Ze namen een belangrijke plaats in de samenleving in en stonden op gelijke voet met de adel. Er waren verschillende rangen, met bovenaan de Hogepriesters van Tlaloc en Huizilpochtli en onderaan de jonge priesters.

De opleiding   Jongens begonnen hun opleiding tot priester als ze naar de calmecac gingen. Ze moesten leren lezen en schrijven om de heilige kalenders en de religieuze werken te kunnen begrijpen. Daarnaast leerden ze de kunst van het voorspellen en de profetie, zodat ze belangrijke gebeurtenissen als verduisteringen, droogte en overstromingen konden voorspellen. Voor elke god leerden ze gebeden en liederen uit hoofd.

Hun taak De meeste priesters werkten in tempels. Hun voornaamste taak was het organiseren van en deelnemen aan rituelen, waar ook de mensenoffers bij hoorden. Anderen waren leraar, krijger of rechter. 
De belangrijkste priesters waren astronoom. Ze bestudeerden de baan van de sterren met een stuk hout in de vorm van een kruis. Aan de hand van hun berekeningen probeerden ze de toekomst te voorspellen.
Priesters hadden geen gemakkelijk leven. Ze moesten om de paar uur bidden offers brengen in de tempel en zorgden dat de heilige vuren bleven branden. Ze vastten regelmatig en moesten hun eigen bloed als offer geven door met scherpe dorens in hun tong, oren, armen en benen te steken. Bovendien waren er elk jaar belangrijke rituelen waar ze aan moesten deelnemen.
Een Azteekse priester observeert de baan van de sterren

top

De tempels

 

De Grote Tempel  De Grote Tempel was het belangrijkste religieuze gebouw in Tenochtitlan. Het was een enorme trappenpiramide met vier verdiepingen, die hoog boven de stad uit torende. Op de imposante top van deze piramide van de Grote Tempel stond een dubbel heiligdom. De piramide zelf was gebouwd van steenblokken die uit de bergen waren gehaald, en was versierd met schilderwerk en beeldhouwwerk. 

Een dubbele trap voerde naar de top, zo'n 30 meter hoog. Het dubbel heiligdom was gewijd aan twee verschillende goden. Het linker was gewijd aan Tlaloc, god van de regen en de vruchtbaarheid, het rechter aan de Huizilopochtli, "Blauwe kolibrie", god van de zon en de oorlog. Deze goden stonden voor de twee belangrijkste dingen in het leven van de Azteken - regen, van levensbelang voor een goede oogst, en oorlog, de onuitputtelijke leverancier van gevangenen voor de mensenoffers. De twee heiligdommen waren overvloedig versierd met houtsnijwerk en afbeeldingen van wonderlijke wezens. Binnen stonden reusachtige beelden van de goden. Het beeld van Tlaloc was half mens en half krokodil. Zijn lichaam was bedekt met zaden die de vruchtbaarheid van het land symboliseerden. Het beeld van Huizilpochtli was bedekt met edelstenen, goud en parels. Zijn ogen waren spiegels, die je vanuit een gouden masker aanstaarden. Om zijn nek had hij een ketting van vergulde mensenharten.
De grote Tempel van Tenochtitlan

 

De zeven Grote Tempels Iedere Azteekse leider wilde een Grote tempel bouwen die nog groter en indrukwekkender was dan die van zijn voorganger. Archeologen hebben ontdekt dat de Grote tempel zes keer is herbouwd en tussendoor nog een paar keer is  uitgebreid. Elke nieuwe tempel werd over  de vorige heen gebouwd en was  nog schitterender  dan  de voorgaande. Sommige bouwmaterialen werden als belasting door andere volkeren naar de Azteken gebracht . In veel tempels zijn kamers met offergaven ontdekt. Dit waren meestal stenen beeldjes, maskers, menselijke schedels, skeletten van dieren en zeeschelpen. De Grote Tempel

top

Kalender en astronomie

De zonnekalender   De Azteken gebruikten twee tijdrekeningen. Eťn daarvan, de zonnekalender, leek veel op de onze. Deze kalender wordt door de Azteken xiuhpohualli genoemd. Het beschrijft de dagen en rituelen van de seizoenen. Een jaar was verdeeld in 18 "maanden", die elk twintig dagen hadden. Het getal twintig was belangrijk voor de Azteken, omdat het het aantal vingers en tenen van een mens is. In een jaar zaten dus maar 360 dagen. De vijf dagen die overbleven waren uitermate ongunstig. De Azteken geloofden dat een ruzie die tijdens de "niets" tijd begon tot in de eeuwigheid zou voortduren, en dat van kinderen die in die tijd werden geboren, nooit iets terecht zou komen. In deze periode kwamen de azteken hun huis niet uit en deden ze niets. Aan het begin van elke "maand" van 20 dagen trokken de Azteken hun beste kleren aan en dansten en zongen ze. Bovendien werden, afhankelijk van de tijd van het jaar, mensen, dieren en vruchten geofferd. De namen van de maanden gaven de seizoenen weer, zoals "Droogte", "Het vallen van het fruit", "De Veegmaand" en "Groei".  

Klik hier om te weten hoe je de namen uitspreekt in het Nahuatl.

De heilige kalender De andere kalender was de heilige kalender, de Tonalpohualli (de "Telling der Dagen"). Deze kalender is de heilige en was belangrijk voor priesters en astrologen, die hem vooral voor voorspellingen en voor het bepalen van geluksdagen gebruikten.  De kalender is het beste te vergelijken met twee tandwielen die in elkaar grijpen.  Op het linker tandwiel staan 13 cijfers, op het rechter staan de namen van 20 dagen. Als de tandwielen gaan draaien, valt een getal samen met een dagnaam. De cyclus begint op 1 Krokodil. De dag erna is het 2 Wind, dan wordt het 3 Huis, en zo ga je verder. De tandwielen blijven draaien tot de cyclus weer terug is bij 1 Krokodil. Er zijn dan 260 dagen voorbij. Een jaar bestaat dus uit 260 dagen en 20 maanden. Elke maand omvat dertien dagen. 
een voorstelling van de heilige kalender


Bepaalde dagen waren zeer gunstig, of juist heel ongunstig, en elke dag had een eigen god. Quetzalcoatl was de god van de wind, dus hij heerste over het teken Wind. Met de nummers, de dagnamen en bepaalde kleuren en windrichtingen die daarmee samenhingen, deden de priesters voorspellingen en trokken ze horoscopen.

Leer hier hoe men de dagnamen in het Nahuatl uitspreekt.

De gebundelde jaren De zonnekalender en de heilige kalender gaven samen de tijd aan. Het gebeurde maar eens in de 52 jaar dat de eerste dagen van de afzonderlijke kalenders op dezelfde dag vielen. In deze periode heerste er groot gevaar: de kans bestond dat de aarde werd vernietigd. Niemand kon met zekerheid zeggen of de zon nog wel op zou komen na de Xiuhmolpilli, de "Gebundelde Jaren". 
De "niets"tijd aan het eind van de periode van 52 jaar duurde 12 dagen. Dit kwam omdat de extra dagen in wat we nu schrikkeljaren noemen allemaal bij elkaar werden opgeteld en aan het einde van de "Gebundelde Jaren" werden gestopt. Tijdens deze 12 dagen gooiden de mensen al hun oude kleren weg en braken ze hun potten. alle vuren werden gedoofd en de mensen bleven binnen.

De nieuwe eeuw Op de laatste avond van de "niets" tijd wachtten priesters op de top van de "Heuvel van de Ster", een uitgedoofde vulkaan, het moment af waarop de Avondster in het midden van de hemel stond. Op dat tijdstip strekten ze een gevangene uit over het altaar. De hogepriester onstak een vuur op een stuk hout op de borst van het slachtoffer en rukte daarna zijn hart uit. Met de vlam werden fakkels aangestoken waarmee heilige tempelvuren werden aangestoken. Vandaar dat dit feest "het Nieuwe Vuur" werd genoemd. Zo werd de wereld voor de volgende 52 jaar veilig gesteld. 

Steen van de Zon   Deze 3 meter brede Steen van de Zon werd gevonden in Mexico-Stad en stelt de Azteekse kalender voor met de 260-daagse jaarcyclus. Hoe belangrijk de tijdmeting voor de Azteken was, blijkt wel uit de omvang en de pracht van de  steen. Rond het de god van de zon, Tonatiuh, staan de tekens van de twintig dagnamen. De vier panelen stellen de vier tijdperken voor die eerder door de goden werden vernietigd. Oorspronkelijk was de steen met felle kleuren beschilderd. 
Klik hier als je wil weten wat elke figuur of teken betekent.  
De Azteekse kalendersteen


top

Feesten, offers en omens

Mensenoffers De Azteken geloofden dat ze alleen door regelmatig bloed en harten van mensen te offeren ervoor konden zorgen dat de zon bleef opkomen en ondergaan. Een mensenoffer was een offer aan de zon en aan moeder aarde tegelijk, als aansporing om de mensen van voedsel te voorzien. De slachtoffers werden met hun gezicht naar boven op de offersteen vastgehouden terwijl een andere priester de borst van de gevangene opensneed en het hart eruit haalde. Het hart werd naar de zon opgeheven en dan in een heilige schaal gelegd. Mensenoffers werden over het algemeen bovenaan de trappen van de tempels voltrokken. De lichamen werden de tempeltrappen afgerold en vormden onderaan een enorme stapel. Volgens sommige ooggetuigen stroomde het bloed van de trede. Bij sommige offerdiensten werden de armen, benen en hoofd er afgehakt en werden de hoofden op schedelrekken gezet.

Een mensenoffer bovenaan de tempel Een mensenoffer bovenaan de tempel

 

Feesten Elke maand werden bepaalde goden, familieleden of voorouders geŽerd en werden special rituelen uitgevoerd. Voorts waren er ook ceremoniŽle gladiatorengevechten ter ere van Xipe Totec, waarbij vier ridders van de adelaar tegen een slachtoffer streden dat was vastgebonden aan een zware rituele steen en gewapend was met een nepzwaard met veren als "messen".
CeremoniŽle gladiatorengevechten Het feest van het "Nieuwe Vuur"

Klik hier om te weten welke feesten er tijdens welke maand plaatsvonden.

top

Geloofden de Azteken in een leven na de dood?

De hemel en de hel De Azteken geloofden in een leven na de dood. Als iemand stierf begon zijn ziel een tocht vol beproevingen, zoals de "Wind van Messen", die het vlees van zijn botten afscheurden. Uiteindelijk kwam de dode in de hemel of hel die het beste bij hem paste. Baby's die heel jong waren gestorven, gingen naar de "Hemel van de Melkboom". De mensen die waren verdronken, gingen naar de "Hemel van de Regen", waar heel veel regenbogen waren. Mannen di in de strijd sneuvelden, vrouwen die stierven in het kraambed en mensen die werden geofferd, gingen naar de allerhoogste hemel, de hemel het dichtst bij de zon.

Begrafenis Er was een leven na de dood, maar de mensen hoefden weinig te verwachten na de dood. Men kwam ofwel tercht in de hemel ofwel in de hel. De eindbestemming van de dode was afhankelijk van de manier waarop hij gestorven was, niet van de manier waarop hij geleefd had. Over het algemeen troffen diegenen die een gewelddadige dood stierven het beter dan wie aan ouderdom of ziekte was bezweken. Er waren speciale begrafenisplechtigheden voor "fortuinlijke" mensen zoals kooplieden, mensen die verdronken waren, vrouwen die gestorven waren en in het bijzonder voor krijgslieden en mensen die geofferd waren. Baby's die heel jong waren gestorven, gingen naar de "Hemel van de Melkboom". Mensen die waren verdronken, gingen naar de "Hemel van de Regen", waar heel veel regenbogen waren. Mannen die in de strijd sneeuvelden, vrouwen die in het kraambed stierven en alle mensen die geofferd werden, gingen naar de allerhoogste hemel, de hemel het dichtst bij de zon.  De slachtoffers van deze pijnlijke dood werden gecremeerd om hun ziel te bevrijden voor hun reis naar de hemel. 
De meeste mensen werden begraven en gingen naar Mictlan die ze bereikten na een lange reis en veel moeilijkheden. Op hun reis naar Mictlan kwamen de doden voorbij de Wind van de Messen die al het vlees van hun botten sneed. De reis duurde vier jaar, de periode waarin om de dode werd gerouwd. De Azteken herdachten jaarlijks hun doden, omdat men meende dat hun dode voorouders macht hadden over de levenden.  De doden werden dan gunstig gestemd met bloemen, eten en drinken. Er is Mexico nog steeds een dag van de Doden op 2 november. Op deze dag versieren de mensen alles met schedels en skeletten. Mictlantecuhtli, de god van de doden.

 

top

Ontdek het dagelijks leven van de Azteken

Ga wandelen in Tenochtitlan

Leer wat de Azteken doen in hun vrije tijd